Triskoerier.
6e jaargang
Oktober 2007

 

Door te klikken op het onderwerp van de inhoudsopgave komt u direct bij het gewenste artikel.

INHOUDSOPGAVE
Van de redactie
Patrouille verslag
Geklessebes van tante S.
De laatste vaarpatrouille (2)
Van Albina tot Apetina-Kondre
Moro Moro door  Ton
Erkenning koude oorlog
Verslag van Andre
Een fotoverslag
De bibliotheek
Ingezonden
De zoektocht
Oproepjes
Overlijdens bericht
Sun & forest tours
Oproep redactie
De volgende Tris-Koerier
 

 

 

 

 

van de redactie

 

 
VAN DE REACTIE  
 

Foto gemaakt bij TRIS monument,een fantastisch moment.  A.Jongen 69/4.

 

Ruim 1.300 ex-Trissers van de de voormalige Troepenmacht in Suriname, TRIS, kwamen afgelopen 22 september bijeen in de Generaal Spoorkazerne in Ermelo, Nederland.

Tijdens deze reünie was onder andere aanwezig zijn de laatste commandant van de Troepenmacht in Suriname Martin Woerlee, laatste gouverneur en eerste president van Suriname Johan Ferrier, de ambassadeur van Suriname in Nederland Urmilla Joella – Sewnundun en de commissaris van de koningin. Woerlee en Ferrier onthulde op deze dag een monument voor alle gevallenen tijdens de TRIS-periode 1947 – 1975.

Dit was het voorgerecht voor een groots opgezette en vooral zonnige landelijke reünie dag. Waarbij een deel van het kazerne terrein omgedoopt was tot een waarlijk festiviteiten centrum en defensie haar gasten warm onthaalde. Aansluitend de onthulling was er een rijstmaaltijd waar een ieder gebruik van kon maken. In de middag werd er in informele sfeer, vele handen geschud, oude verhalen opgehaald en vooral afspraken gemaakt, dit bijgestaan met verschillende optredens van diverse artiesten.  

 

Bertien v. Breenen ( Redactielid )
Woonachtig te s’-Hertogenbosch
Gehuwd met een Ex Trisser .
E-Mail : ber10@tris.nl

Jan v. Breenen ( Redactielid )

Woonachtig te s’-Hertogenbosch

Ex Trisser diensttijd in Suriname 1966-1967 lichting 66-3 Charly compagnie.
E-Mail : jan@tris.nl
Nico Oosterbaan  ( Webmaster - Redactielid )
Woonachtig te Eelde
Ex Trisser diensttijd in Suriname 1974-1975 lichting 74-2  Chauffeur - Verzorging Cie.
E-Mail : nico@tris.nl  

Pieter Nijdam  ( Redactielid )
Woonachtig te Boekel
Ex Trisser  dienstijd in Suriname 1964-1965 lichting 64-3 Bravo compagnie.
E-Mail : pieter@tris.nl

 

E-Mail adres Webmaster  : webmaster@tris.nl
E-Mail adres redactie alg : koerier@tris.nl
 
Wij wensen jullie veel leesplezier
De redactie :
Jan, Pieter, Bertien en Nico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

part versl

 

Patrouilleverslag

DIENST GEHEIMNickerie, 26 mei 67

 

 
Troepenmacht in Suriname
C-cie “66
 
Patrouilleverslag
   
   
1. Gegevens der patrouille
  a. Opdracht: Maak een looppatrouille naar Bigi-Pan, verken Bigi-Pan in
    oostelijke en zuidelijke richting en beoefen de visvangst.
  b. Duur der patrouille: van 24 t/m 26 mei 1967, 12.00 uur
  c. Patrouille commandant: Sergeant Glas, A.
  d. Onderdeel : C-Cie, 3de peloton, 2de groep
    Sterkte: 1 Onderofficier, 5 sld’n 1 en 5 sldn
    Beoordeling militair personeel: goed, 1 sld1 moeilijkheden op heenweg.
  e. Burgers van de TRIS: nvt
  f. Burgers niet van de TRIS: nvt
  g. Gegevens ingehuurde krachten: Motorpers. Van L.V.V. goed, kosten f 6, --.
  h. Route van de patrouille met vermelding van tijdstip, per dag afgelegde afstand,
    tijdstip aankomst in bivakplaats:
    - Op 240567 0700 uur vertrokken vanuit P.I.K. per voet. Op coördinaat 62257562
      overgestoken per korjaal, aldaar ingehuurd. Te voet naar Bigi-Pan. Aankomst 14.30 uur.
    - Op 250567 Bigi-Pan in O en Z richting verkend en visvangst beoefend.
    - Op 260567 teruggekeerd langs kanaal, overgestoken per korjaal.
    - Aankomst P.I.K. 11.45 uur.
  i. Gezondheidstoestand, moreel: goed.
  j. Voeding, blikvoeding: goed
  k. Bruikbaar militair materiaal: goed
  l. Brandstofverbruik van de korjalen: nvt
  m. Verschoten munitie en reden: geen
  n. Weersomstandigheden: 's Nachts veel regen, overdag goed weer.
  o. Overige bijzonderheden: weinig zoetwater aanwezig door lekke regenton, verder veel te kleine
    regengoot voor opvangen regenwater.
   
2. Gegevens over het terrein
  a. Afwijkingen van de gebruikte kaarten: geen
  b. Bevaarbaarheid van rivieren en kreken: goed
  c. Begaanbaarheid terrein: dam naar Bigi-Pan niet begaanbaar door begroeiing. Naast de dam
    zwamp, moeilijk begaanbaar in regentijd, heel hoog water in de zwampen. Dam verkeert in
    slechte staat, begint af te brokkelen, hier en daar reeds gaten. Terrein in O en Z richting open
    bos met zwampen tot manshoogte.
  d. Hoeveelheid en soort wild en vis: veel vis en gevogelte, vooral reigers
  e. Overige bijzonderheden: geen.
   
3. Gegevens mbt de bevolking
  a. Contacten met burgerbevolking: Vis ontvangen van aldaar aanwezige
    Vissers, goede verstandhouding.  
  b. Medische bijzonderheden: niet te beoordelen
  c. Politieke bijzonderheden: niet te beoordelen.
  d. Verhouding bevolking t.o.v. elkaar: goed
  e. Verhouding bevolking t.o.v. het  bestuur: niet te beoordelen
   
4. Overige bijzonderheden
  Geen  
   
5. Adviezen van patrouillecommandant
  a. Personeel : Geen
  b. Materiaal: Geen
  c. Voeding: Geen
  d. Voedingsadviezen: Ivm lekke regenton iets te doen wat betreft zoetwater voorziening.
     
Gezien: De C-cdt Nickerie  De patrouillecommandant
  De elt der Fuseliers

de sergeant

  Haks, P. Glas, A.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tante S

 

Geklessebes met Tante s!!!!!!!!!!!!

 

Geklessebes met Tante S, deel 3.

Hallooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo...!!!!

Het loopt alweer tegen het eind van het jaar, de blaadjes van de bomen in Nederland verkleuren en vallen van de bomen. In Suriname gebeurt dat natuurlijk ook, alleen merk je het daar niet. De bladeren verkleuren daar het hele jaar door en als ze gaan vallen worden ze onmiddellijk vervangen door nieuwe. Vandaag zit ik in Nickerie op de veranda van het huis van een heel goede vriend te genieten van een heerlijk briesje wind, het is niet al te warm maar ik ben toch maar in de schaduw gaan zitten want ik heb een behoorlijk vermoeiende dag achter de rug en zoals jullie weten kan de zon, zelfs op een niet zo warme dag behoorlijk branden. Mijn vriend Ronaldo werkt in de buurt in een grote rijstfabriek als opzichter en nodigde mij vandaag uit de fabriek eens te komen bezichtigen. Nou ben ik al zo vaak daar geweest maar ik had zo´n fabriek nog nooit van binnen gezien.  

Wat een geweldige grote ruimtes vind je daar zeg en overal bergenhoge rijststapels, het is niet te geloven. En alles gaat daar tegenwoordig machinaal, er komen bijna geen mensenhanden meer aan te pas. Het begint al met het zaaien van de rijst, dat gaat in deze tijd per vliegtuig, het moet toch niet gekker worden. Allemaal machines die al het werk hebben overgenomen van de mens, ik heb alleen nog mensen gezien die de zakken rijst van de band pakten en ze daarna onder een soort dichtbindmachine zetten waarna ze vervolgens naar een opslagruimte gingen om te wachten op transport. Onder andere naar Nederland dat een van de grootste afnemers is van Surinaamse rijst.

Na de rondleiding werden we door de directeur van de fabriek uitgenodigd een glaasje te komen drinken en dat liep weer behoorlijk uit de hand. De verhalen van vroeger werden natuurlijk weer opgehaald toen de rijst nog met de hand werd geplant en die verhalen werden natuurlijk vergezeld van de nodige djogo´s waar ik, zoals jullie intussen moeten weten, bepaald niet vies van ben. Wat kon die man vertellen zeg, het was een familiebedrijf en hij had de leiding overgenomen van zijn vader en die op zijn beurt weer van zijn vader !

Hij wist ook nog te vertellen van de tijd dat Nederlandse militairen regelmatig de fabriek kwamen bezichtigen en zelfs nu nog komen er nog vaak oud-militairen die na lange tijd Suriname weer bezoeken en weer komt mijn neef Lionel ter sprake die dan vaak als gids fungeerde zoals ik jullie al een keer eerder heb verteld. Inmiddels loopt het tegen 4 uur en Ronaldo besluit dat we maar eens op moeten stappen. We rijden richting de stad Nickerie dwars door onafzienbare rijstvelden, beleven prachtige vergezichten en Ronaldo steekt af en toe zijn hand op om mensen te begroeten.

Aangekomen bij zijn huis strijk ik neer op de veranda, vast van plan voorlopig te blijven zitten om te genieten van de ondergaande zon. Maar die vlieger gaat niet helemaal op. Ronaldo heeft besloten om van mijn bezoek, wat niet al te vaak voorkomt, een feest te maken.

vervolg

 

__________________________________

Hij heeft een barbecue georganiseerd voor verdere familie, vrienden, buren en kennissen. De eersten beginnen inmiddels al binnen te druppelen, buren van links en rechts en plotseling stopt er een auto met gierende banden en stapt mijn tante Penelope, jullie wel bekend, uit samen met mijn neef uit Paramaribo waar we het net nog even over hadden. Ronaldo heeft zelfs een orkestje geregeld en even later wordt er druk gebruik gemaakt van de tot dansvloer omgedoopte parkeerplaatsen !

Zo tegen acht uur stopt er een grote lange limousine met chauffeur en tot mijn grote verbazing stapt daar de minister van Staatsgevaarlijke Zaken van Suriname uit samen met zijn echtgenote en vliegt mij om de nek. De minister is een zeer goede vriend van mij en elke keer als ik in Suriname ben ga ik bij hem en zijn zeer charmante echtgenote op bezoek om koffie te drinken !

Afgelopen september was hij nog mijn gast in Nederland tijdens de jaarlijkse reünie van TRIS Charlie Cie 66-3 waarvoor  ik, volgens aloude afspraken, elk jaar word uitgenodigd. We hebben ook dit jaar weer enorm veel plezier gehad en bij deze nogmaals dank aan de organisatoren Jan en Ber10 voor de enorme gastvrijheid . Het feest gaat door en volgens goed Surinaams gebruik worden zelfs voorbijgangers de tuin ingetrokken om mee te doen met deze toch wel spontane bijeenkomst. Dan vraagt Ronaldo om aandacht en houdt een klinkende speech waarin hij de Surinaamse saamhorigheid, vriendschap, vriendelijkheid en betrokkenheid van een ieder roemt en ik moet zeggen dat deze begrippen mij telkens weer naar mijn switi Sranan doen terugkeren want eerlijk gezegd mankeert het daar in Nederland nog wel eens aan. Terwijl de eerste vuurpijlen van het vuurwerk ter afsluiting van het feest de lucht ingaan bedenk ik dat dit alles weer de moeite waard is te vermelden in mijn bijdrage aan de TRISKoerier en dat is bij deze dan gebeurd.

Ik kijk al weer uit naar de volgende uitgave waarin ik zeer waarschijnlijk o.a. zal vertellen over mijn belevenissen tijdens de jaarlijkse Srefidensie die ik natuurlijk in Suriname weer ga vieren.

Zo luitjes ,dat was dan weer mijn bijdrage aan deze TRISKoerier, het was weer even heerlijk klessebessen, de hartelijke groeten van Rudie, misschien kom ik jullie weer ergens tegen op een of andere reünie, tot de volgende keer en groetjes van...........

 

 

Tante S.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
vaarpatr
 
De laatste vaarpatrouille van Nederlanders in Suriname.
 

Door Rob de Leur:

Deel 2.

Woensdag, de tweede dag van de vaarpatrouille zijn we om 0530 uur opgestaan. Na wat havermoutpap te hebben genuttigd hebben we snel alle spullen ingepakt en bij de korjalen neergelegd. Het inladen van de korjalen geschiedt namelijk alleen door de koelamannen en motoristen, omdat zij nu eenmaal na jarenlange ervaring het beste weten waar alles moet liggen in verband met het gewicht verdelen van de korjalen.

Dit luistert nogal nauw en dat is ook best te begrijpen als je ziet hoe smal zo'n korjaal eigenlijk is. Je kunt op zo'n plankje net naast elkaar zitten en dan nog hopen dat je medepassagier niet al te dik is uitgevallen. Ik zat naast de hob en dat is gelukkig geen dikkerd, ikzelf ook niet zodat dat geen problemen opleverde. Erg lastig is de enorme hoeveelheid bagage die meegenomen moet worden. Doordat er elke dag uitgeladen moet worden komt het elke dag voor dat je weer iets rotter komt te zitten dan de dag daarvoor. Het meeste last hebben wij wel gehad van de blikken groente en fruit die in een plastic zak waren verpakt en die boven op de jerrycans lagen. Er ligt over dit geheel een groot dekzeil zodat het onmogelijk is gebleken om deze blikken tijdens de tocht te verplaatsen iets wat ons mateloos ergerde. Echter met de wetenschap dat elke avond enkele van deze blikken het moesten ontgelden was het toch wel uit te houden en na verloop van tijd hadden we toch de dingen zo weten te manoeuvreren dat we een redelijke ruggesteun hadden. Andere jongens zaten op de bankjes zonder ruggesteun en dat is nog erger dan een harde ruggesteun. Onder begeleiding van de klanken uit de oude trompet getoverd door de hob begonnen we dus aan de tweede ruk. De eerste twee dagen zouden we het langste in de boten moeten doorbrengen. De rivier is op deze twee lange trajecten niet zo erg moeilijk bevaarbaar alhoewel we ons vandaag toch wel hebben verbaasd over de moeilijkheden die het varen op deze rivieren kenmerken. Volgens het officiële rapport hebben we geen soela's van belang gepasseerd maar daar ben ik het toch niet helemaal mee eens. Tot ongeveer 1100 uur gebeurde er niets spectaculairs wat de soela's betreft maar dit werd goedgemaakt door de schoonheid van de rivier en de aangren­zende oevers. Het was duidelijk dat we steeds meer het binnenland ingingen want het terrein werd langzamerhand steeds heuvelachtiger en zo tegen een uur of tien kwamen we langs het Nassau gebergte. Het samenvloeien van de kleuren groen en blauw is hier werkelijk iets fantastisch. Het vormde één prachtig geheel. Het blauw van de rivier en het diepe blauw met enkele witte volken van de hemel en daartussen het prachtige groen van de heuvels. Er zijn op dit stuk dan ook heel wat foto's en dia’s genomen en nu maar afwachten of we er in zijn geslaagd de schoonheid van dit tafereel op de gevoelige plaat vast te leggen. Het meeste van de tijd voeren we dicht onder de franse kust omdat daar het water dieper is dan in het midden of aan de Surinaamse kant. Echter de koelamannen bleven goed uitkijken en zo nu en dan kwam onze hoofdkoelaman overeind om het water voor ons te bestuderen. Deze kerels zijn werkelijk fantastisch wat het onderscheidingsvermogen betreft. Door bepaalde stromingen kunnen zij gevaarlijke plaatsen al reeds van verre zien aankomen. Natuurlijk zijn zij hier op de rivier thuis en kennen zij deze dan ook als hun broekzak maar toch blijft het een prestatie. Ze kijken zonder problemen 2 meter diep in het water en dat is gewoon ongelofelijk. Wij hebben het zelf ook wel eens geprobeerd maar voor ons is dat niet haalbaar. Het meest ongelofelijke is echter dat zij dit ook kunnen als de zon pas opkomt of aan het ondergaan is. De weerkaatsing van het zonlicht is dan dusdanig fel datje gewoon met je ogen zit te knipperen en je gegarandeerd na enkele minuten reeds koppijn krijgt De koelamannen echter staan daar maar gewoon te kijken alsof er niets aan de hand is. Hier blijkt wel hoeveel onze capaciteiten wat betreft kijken, ruiken en horen achteruit gegaan is sinds de mens in de steden is gaan leven. Die gasten kunnen midden op het water een varken ruiken dat ergens langs de oever aan het scharrelen is. We hebben enkele apen gezien tijdens deze dag maar dat moeten we maar geloven. De koelaman wees ons naar de compleet dichtgegroeide oever en zei dat daar en daar apen in de bomen zaten. Wij kijken en kijken maar we konden niets ontdekken. Daar werd van gebaald want eindelijk is er een aap te zien of iets anders wat de sleur breekt en dan blijkt dat je nog niets kan ontdekken. Trouwens als je die koelamannen zo bezig ziet begin je al gauw het een en ander aan ze op te vallen iets wat de scherpe reukzin van deze mensen totaal niet onderstreept. Ze zijn namelijk net zo als wij verzot op tabak maar je zal ze nooit zien roken. Ze hebben altijd een klein potje bij hun met een dekseltje erop. In dat potje doen ze een beetje tabak, liefst zware tabak, en dan vullen ze het potje voor driekwart met water. Dan duwen ze met hun vinger enkele malen op de tabak en zetten het vervolgens afgesloten ergens onder de bank. Enkele minuten later halen ze het weer tevoorschijn, gieten wat van dit ontzettend sterke spul op hun hand, en snuiven het vocht dan door hun neus naar binnen; daarna blazen ze het weer naar buiten en aan hun gezichten te merken moet dat erg prettig wezen. Dat sap ziet er ontzettend bruin uit en moet volgens mij vloeibaar nicotine zijn. Onbegrijpelijk dat die mensen dat uithouden en het vreemdste is nog dat ze hun reuk niet schijnen te verliezen. Een zeer vreemde manier van tabak gebruiken en geen van ons allen voelt zich dan ook geroepen om dit eens te proberen. We weten namelijk niet of we hiertegen verzekerd zijn. Dat je neus van binnen in de brand vliegt hebben we zo wie zo al bepaald en dus hielden we ons alleen maar bezig met het griezelen bij het zien gebruiken van deze methode. Zo tegen een uur of 11 kwamen we in de buurt van Stoelmanseiland en voordat we daar even een rustpauze gingen houden moesten we nog drie behoorlijke soela’s over waarvan de tweede wel de meest woeste was. Er werd in het begin heftig gediscussieerd door de koelamannen hoe we deze hindernis zouden nemen het is wel begrijpelijk dat met elke waterstand er anders gevaren kan of moet worden. Ze waren het echter vrij snel eens met elkaar en nu werd de afstand tussen de korjalen aanmerkelijk vergroot. Het risico dat een korjaal de soela niet kan nemen is natuurlijk niet ondenkbaar en je kan je wel voorstellen wat er gebeurt als de korjaal moet terugkeren en er is net een andere korjaal bezig de soela op te komen. Botsingen, omslaan, zwemmen en al dergelijke dingen liggen dan in het vooruitzicht en dat is geen prettig vooruitzicht. De soela's waren van een dergelijk kaliber dat de zwemvesten omgedaan moesten worden en we verwachtten dan ook alvast het ergste. Het moeilijkste van deze vaarpatrouille is het behandelen van de fototoestellen geweest. Water en fotospul verdragen elkaar niet erg dus je deed je uiterste best om deze dingen droog te houden. Aan de andere kant wilde je natuurlijk foto's maken van dat prachtig opspringende water, de stampende korjalen en de zwoegende koelamannen zodat het soms erg lastig werd om te bepalen wat je nou moest gaan doen. Het toestel opbergen in een plastic zak en onder je jasje vasthouden of in een oud .50 kistje doen wat gegarandeerd waterdicht is of gereed houden om foto's te maken. De jongens met de meest eenvoudige toestellen van richt en knip zonder te hoeven draaien aan afstandringen, diafragmaringen en tijdringen waren natuurlijk het beste af. Simpel de kamera pakken, doordraaien richten en knippen en snel weer wegstoppen bleek goed te gaan. Heb je nu een kamera die je moet focussen dan stel je het toestel natuurlijk veel langer bloot aan het gevaar van opspattend water. Bovendien ben je meestal zolang bezig dat je geen goed overzicht meer hebt op wat er aan het komen is zodat de bezitters van deze kamera's vele malen totaal verrast door een plotselinge beweging van de korjaal of een overspoelende golf zich met alle verbetenheid over de kamera buigt om het te beschermen. Goed, de afstand tussen de korjalen werd dus vergroot en de eerste boot ging over de eerste soela. Er werd hard geschreeuwd en waarschijnlijk ook wel gevloekt en met veel duwen met de koelastokken en soms ineens overschakelend op de peddel wisten de koelamannen en de motorist deze eerste hindernis zonder schade te nemen. Dit alles is natuurlijk nogal vlug verteld maar in feite duurde dit ongeveer tien minuten. De soela bestaat namelijk meestal uit een vrij uitgestrekt gebied waar het verval plaatsvindt en je ziet al gauw dat een rechte lijn varen absoluut onmogelijk is. Er wordt tijdens zo’n soela'tje nemen dan ook herhaalde malen van koers gewisseld zodat je de ene keer tegen de stroom ingaat tot je voorbij een stuk rots bent, dan gaat het ineens dwars op de stroomrichting wat natuurlijk weer heel andere handelingen vereist en dan een stukje met de stroom mee, gevolgd door allerlei rare bewegingen weer tegen de stroom in en zo duurt het gevecht voor wat betreft de eerste soela zeker wel tien minuten. Het water komt van alle kanten op je af omdat de rotsachtige bodem het nou eenmaal niet toestaat dat er één stroomrichting is. Grote draaikolken, opwellend water, opspattend water en water in allerlei vormen van bewegingen kom je dan tegen en je komt gewoon ogen tekort om van dit prachtige schouwspel te genieten laat staan dat je in staat bent om er sfeervolle foto's van te maken. Als alle drie de korjalen de eerste soela hebben overwonnen wordt er meestal weer even overlegd en dan gaat het naar de tweede toe. De rivier maakt hier een totaal verwarrend beeld omdat er overal eilandjes in liggen die een goed overzicht van de situatie belemmeren. Als je hier dus voor de eerste keer komt is het wel zeker dat je gegarandeerd de verkeerde kant op gaat want sommige doorgangen lijken geheel makkelijk te nemen alhoewel dit puur een trucje is van moeder natuur. We hebben ons vaak verwonderd over het feit dat we altijd naar de kleinste en moeilijkste gaatjes gingen die er waren maar we hebben gemerkt dat dit ook inderdaad de enige plekken waren waar doorgang mogelijk was. De tweede soela deed ons wel even bibberen want deze was wel iets heel aparts. Over een breed front stortte het water zich hier trapsgewijs naar beneden en hier was zo op het eerste gezicht helemaal geen doorgang te zien. Dat klopte ook want we gingen zigzaggend langs dit stuk en verdwenen ten slotte achter een eilandje. Hier kregen we hetzelfde beeld maar op één plaats was dit anders, veel enger. Natuurlijk moesten we hier doorheen en we hielden onze adem in toen we het zagen. Een grote kolkende massa water perste zich hier tussen twee rotsen door wat een donderend lawaai maakte en ons bij voorbaat al nattigheid beloofde. Met behulp van de koelastokken naast de boot en de motor af en toe op volle kracht schuin op de richting van de boot gelukte het ons dicht bij deze opening te komen en er aan de andere kant van te komen. We hadden nu dus een stuk rustig water bereikt want waar we dus vandaan kwamen was het nogal wild met allerlei vreemde stromingen die de boot letterlijk alle kanten opgooide. We waren nu dus vlak bij dat gat aangekomen, ongeveer drie meter van die rotsen af, en de boot werd 180° gedraaid. Langzaam slopen we voorwaarts totdat de punt van de korjaal zich bijna in de kolkende stroom bevond. Daarna, plotseling begon de motor op volle toeren te draaien en sprongen we schuin de waterval in waardoor behoorlijk wat water naar binnen kwam. Door de enorme stroom werd de boot echter direct recht op de stroomrichting gezet en voor enkele seconden stonden we geheel stil. Het water stroomde brullend langs de boot en de motor brulde zo mogelijk nog harder. De twee koelamannen zetten hun stokken aan weerszijden van de boot in het water en heel langzaam ging het, stroomopwaarts. Toen een geweldige schreeuw van de hoofdkoelaman en weer schoot de boot met een ruk verder. Op een gegeven moment kwam de boot echter zo scheef te liggen dat er ge­vaar voor omslaan inzat maar met enkele krachtige bewegingen wist de koelaman dit te voorkomen. Het verschil tussen de voorkant van de korjaal en de achterkant was nu opgelopen tot zeker één meter en dat is behoorlijk ook voor zulke lange korjalen als wij hadden. We kropen als het ware steeds verder de soela op en het onvermijdelijke moest gebeuren. De motor kwam uit het water omhoog doordat nu het grootste gedeelte van de korjaal al dusdanig ver de soela op was dat de punt droog bleef, enkele meters naar achteren het contact met het snelstromende water werd gemaakt en helemaal achterin moest het erg onplezierig zijn op dit moment. Het moment dat de achterkant van de boor omhoof kwam en de schroef dus in de lucht maalde waren we helemaal afhankelijk van de koelamannen en het vreemde was dat dit helemaal geen verschil maakte. Nog steeds erg langzaam kropen we verder totdat de schroef het water weer raakte. Daarna een flinke ruk naar voren en de korjaal lag weer horizontaal. Echter een zeer gevaarlijk gedeelte lag vlak achter dit stuk waar het water zich met grote kracht tegen de oevers wierp en vandaar de soela in. Boot werd dan ook onmiddellijk in die richting gegooid maar de koelamannen waren hierop voorbereid. Ze zetten zich schrap met de koela’s tegen de oever aan en je kon zien dat er enorm hard gewerkt werd. De spieren van deze koelamannen stonden strak als kabeltouwen; de motor loeide op z'n hardst en met gweldige schreeuwen wisten ze de boot van de kant af te houden, de kop van de korjaal in de nieuwe stroomrichting te plaatsen en toen was het over. We waren goed nat geworden want er was zo stiekemweg toch wel een behoorlijke hoeveelheid water naar binnen gekomen. De koelamannen maakten een klein dansje van plezier dat het ze gelukt was deze soela (de naam weet ik niet maar dat doet er niet veel toe) te nemen. Er scheen echter nog een andere weg te zijn want zo gauw we een rustig stukje water hadden gevonden begon de hoofdkoelaman allerlei dingen te schreeuwen die op wonderlijke wijze boven het enorme lawaai van de soela uitkwam. Het resultaat was dat de andere twee korjalen aan de andere kant van de oever bleven en daar de soela opkwamen. Wij konden zien dat het veel gemakkelijker was dan de route die wij genomen hadden. Toen ging het richting soela nummer drie. Onderweg kwamen we nog een bootje tegen met enkele toeristen erin die druk aan het fotograferen geslagen waren op de soela. Ze liepen door het water en klauterden over rotsblokken en wij zijn ook nog gefilmd. Uiteraard zie je hiervan niets terug en dat is wel jammer want deze toeristen hebben mooi de gelegenheid gehad om het hele zootje tegelijk te fotograferen. De derde soela was nu geen probleem meer voor ons '.ouwe stomp’ en het ging dan ook vrij gemakkelijk en daar is verder weinig over te zeggen, alhoewel we bij deze soela natter zijn geworden dan bij die vorige twee. Het blijkt namelijk dat niet de hoogte van de soela naar de stromingen voor het binnenstronende water zorgt. Als je met de korjaal zo tussen die rotsen door aan het laveren bent komt het vaak voor dat de boot alle kanten tegelijk opgestuurd wordt. Op stukken waar het erg rustig lijkt, blijkt de stroming het verraderlijkst te zijn en hier gebeurde het dan ook dat geheel onverwachts grote golven de korjaal binnenkwamen. Je voelt je dan wel helemaal machteloos want er absoluut niets wat je er tegen kan doen. Het enige waar je echter in geïnteresseerd bent is het droog houden van je kanera en dat is vrijwel de gehele reis iedereen behoorlijk gelukt. Nadat alle drie de korjalen veilig en wel de soela's genomen had­den hielden we op een rustig plekje even halt om van een biertje te genieten. We hebben tevens wat worstjes gegeten en vat cakes en na een half uurtje ging het verder. De Marowijne hadden we nu achter de rug, de Lawa lieten we links liggen en nu zaten we dus echt op de Tapanahony. De rivieren verschillen in niets van elkaar, tenminste voor ons leken dan, en voorlopig zouden we ook geen soela's krijgen. Om ongeveer twee uur kwamen we bij een geheel ander soort soela aan. Ik noem dit soort soela's damsoela's en wel om de vol­gende reden. Op de plaatsen waar deze soela's voorkomen zijn er geen eilandjes in de ri­vier en over de gehele breedte van de rivier valt het water ineens ongeveer 1 tot 1½ m. Deze soort soela's worden net zo genomen als vroeger de steekspelen bij de ridders werden uitgevoerd. Je mindert vaart tot op enkele tientallen meters voor de dam, dan plotseling storm je vooruit met de motor op volle snelheid en het grootste gedeelte van de korjaal verdwijnt bijna helemaal onder water. Door de opwaartse kracht van het water komt het voorste stuk met een ruk omhoog en het achterste stuk gaat dan mee. Door de koelamannen voorin wordt dan druk gepeddeld terwijl het achterste stuk als het ware geheel vrij komt te hangen. De motor is dan natuurlijk niet meer in staat om de korjaal voort te bewegen en nog gebruik makend van de snelheid die de korjaal had, peddelen de koelamannen verwoed door totdat de motor weer "grip" krijgt en dan zijn we erover. We zagen in dit soort soela's helemaal geen gevaar naar onze tweede koelaman vertelde ons dat dit soort stroomversnellingen toch nog wel tot de gevaarlijkste gerekend moeten worden. Omdat over de gehele breedte van de rivier hetzelfde gebeurd schijnt dat, vlak voor de soela, aan de lage kant, gevaarlijke draaikolken ontstaan. Hij vertelde ons dat in deze soela zijn broer, die als motorist werkte bij een binnenlandse vervoermaatschappij, met korjaal en al ver­gaan is. Het vreemdste is echter dat ze hem en z’n spullen nooit meer hebben teruggevonden en zo'n verhaal dat ongetwijfeld waar zal zijn, zet je toch wel aan het denken. Afijn, bij ons was er niets gebeurd en dat is naar gelukkig ook want voor geen geld zouden we de vol­gende dagen hebben willen missen. Na nog een uur kwamen we weer zo'n dam tegen en hier ging alles net zo als bij de eerste. Deze dam was echter niet zo groot als de eerste. Tegen drie uur kwamen we aan bij de Gran Holo vallen en dat is, zoals we op de terugweg hebben gemerkt, een prachtig gezicht. Nu moesten we echter Drietabbetje bereiken en daar het al vrij laat was hadden we geen tijd om deze te gaan bezichtigen. Het enige stukje van deze Gran Holo vallen, de Wowatra abravallen, waar de boten over konden, is in het verleden altijd het grote struikelblok van de Tapanahony rivier geweest. Deze Wowatra abravallen zijn in het geheel ongeveer vijftien meter lang met in die vijftien meter een verval van zeker 4 tot 5 meter, Hier moest men in het verleden altijd de korjalen uitladen en de korjalen leeg over de vallen trekken. De lading werd dan over een stuk land vervoerd tot aan de andere kant van deze vallen, hier weer ingeladen en je begrijpt dat dat een ontzettend tijdverlies opleverde. Sinds twee jaar echter heeft men een klein spoorbaantje naast deze vallen aangelegd. Een klein karretje met vier wielen wordt nu onder de korjaal geduwd en met z'n allen wordt dan dit geheel de spoorlijn opgetrokken wat een heidens werk is. Als zo'n grote korjaal op zo'n karretje het water uit wordt getrokken dan besef je pas hoe afgrijselijk groot die kleine bootjes toch nog zijn. Er moest wel gewerkt worden om dit gevaarte de heuvel op te krijgen. We waren met z’n twintigen aan het trekken en duwen en nog ging het maar heel langzaam. Als je zo loopt te zwoegen naast zo’n boot begin je pas goed in te zien wat die koelamannen voor ’n werk verzetten. Tjonge, wat is zo’n korjaal akelig zwaar. Het vervelendste was echter dat de rails overal niet even wijd was zodat het karretje diverse malen van de rails afliep. Dan komt iedereen er aan te pas om de korjaal omhoog te trekken zodat de krachten op het karretje minder worden en de “operators” in staat zijn om alle vier de wielen weer op de rails te zetten. Gelukkig gebeurde dit alleen bij de eerste korjaal Bij de andere twee korjalen hadden we al gauw in de gaten dat je aan beide kanten even hard moet duwen en trekken. Dit alles bij elkaar duurde ongeveer een uur en het zweet gutste van ons af. Het was die middag dan ook erg warm en vrijwel geen bewolking. We waren echter nog niet helemaal klaar. Toen wij zo bezig waren met onze eigen korjalen kwam er ook nog een grote korjaal bij die een inlandse priester vervoerde. Dit kon je zien, zo vertelde men later, aan de grote witte vlag die die boot droeg. Die vlaggen doen qua afmetingen denken  aan Chinese vlaggen: langer dan onze vlaggen en minder breed, of breder en minder lang, 't is maar hoe je het bekijkt. Toen ons dit was verteld hebben we onderweg hoopjes van die vlaggen langs de rivier gezien. Voor ons was dit altijd moeilijk te ontdekken maar als je even oplet heb je het echter gauw in de gaten. Minstens elk uur kwamen we er wel enkele tegen. Het kan natuurlijk ook zijn dat die vlaggen langs de oever heilige plaatsen aanduiden. Dit soort vlaggen hebben we vooral in de heidense dorpen veel gezien. B.v. in Poeketi, het dorpje dat tegenover de Wowatra abravallen ligt, was er mee vergeven. Je kon daar geen meter lopen of je kwam zo’n vlaggenmast tegen met allemaal lange, eens wit geweeste lappen eraan. Bovendien was in Poeketi de beschildering van de huizen wel erg opvallend. In geen enkel ander dorp waren de huizen zo druk beschilderd als daar. Ook was het hier dat we voor 't eerst lege flesjes met een dop erop tegenkwamen. Die stonden meestal op de deurpost of hingen naast de beschilderingen aan de muur. Dit is natuurlijk ook iets tegen de boze geesten maar ondanks herhaalde malen vragen aan de koelamannen werd ons dit niet geheel duidelijk uitgelegd. Terug bij het sleepwerk. De boot die die priester vervoerde was bijna net zo groot als onze eigen korjalen maar gelukkig niet zo zwaar beladen. Het duurde dan ook niet lang of we hadden ook deze boot over de rails naar de andere kant gebracht. Dit werd natuurlijk zeer op prijs gesteld. Het komt niet veel voor dat er mankrachten genoeg aanwezig zijn om kor­jalen van die afmetingen zo gemakkelijk naar de andere kant te brengen. We moesten eerst even bijkomen van al dat gesjouw en zijn naar een kleine uitspanning gegaan die halverwege de rails was opgetrokken. Hier namen de meeste van ons een lekker koud flesje soft en na  15 minuten was het weer instappen geblazen en gingen we verder. Het was inmiddels al tegen drie uur en we begonnen het al akelig zat te worden. Totaal zaten we dan ook al 7 uur op die harde planken en je wist van narigheid gewoon niet hoe je moest gaan zitten. Ook hier kon je duidelijk merken hoe de Europeaan al verpest is door al die luxe. De koelamannen en de motoristen staan en zitten de hele dag en je merkt helemaal niet aan ze dat ze moe worden of pijn in hun rug krijgen. Ja, we hebben deze mensen wel leren waarderen zo gedurende de trip. Maar met nog ongeveer 1½  uur te gaan zou het allemaal nogal meevallen. Na ongeveer een half uurtje kwamen we bij een nieuw soort soela en wel een van de allermoeilijkste. Geen groot verval doch veel stenen en hier en daar erg ondiep. Vlak voordat we bij deze soela aankwamen gingen we ineens de bossen in, tenminste, zo leek het dan. Een kleine opening die bijna helemaal dichtgegroeid was en voor ons leken op het eerste gezicht niet veel ruimte gaf. Een vreemde gewaarwording zo'n nauwe doorgang. Misschien kan je het vergelijken met zeilen op de Kaager plassen. Daar heb je ook zo ineens van die doorgangen waar je met je handen uitgespreid beide oevers kan bereiken. We moesten hier ook diep bukken om niet door de overhangende takken van onze hoofddeksels beroofd te worden. Die doorgangen leveren echter dankbare shots op om gefotografeerd te worden. Het zonlicht wordt hier prachtig "gefilterd" en het was daar erg mooi zo, met dat water, bos en zon. De soela. Een grote wirwar van stenen en we zagen nauwelijks een behoorlijk plekje om te varen. Na een tijdje zigzaggen, duwen en trekken kwamen we dan ook typisch vast te zitten maar daar waren de koelamannen helemaal niet van onder de indruk. Ze sprongen uit de boot en tilden de korjaal gewoon over de rotsen. We kwamen soms wel akelig schuin te hangen maar daar de stroming hier niet snel was leverde dat geen bezwaar op. We werden ingehaald door een kleine korjaal “bemand” met twee vrouwen. Omdat deze korjaal leeg was en stukken kleiner hadden ze natuurlijk haast geen last van het lage water. Eventjes verderop lieten deze vrouwen hun korjaal achter enkele rotsblokken vastliggen en kwamen zwemmend en lopend en kruipend naar ons toe om de koelamannen een handje te helpen. Wij echter mochten niet uit de boot en moesten blijven zitten. Je voelt je dan ongelofelijk lullig. Gewoon maar blijven zitten terwijl er wildvreemde vrouwen komen helpen slepen. Dit is echter ook zo'n vreemde legerorder. Militairen mogen echter dan pas helpen als er werkelijk gevaar voor de korjalen en de inzittenden bestaat. Dat bestond echter niet, dus niet helpen. Je schaamt je echter rot en je weet gewoon niet welke kant je op moet kijken. De vrouwen waren uit een naburig dorpje en toen we allemaal eenmaal de soela over waren hebben we daar even gestopt en de dames enkele dingen als dank aangeboden. Daarna ging de boot met de luit vooruit om onze komst te Drietabbetje te melden. Met militaire patrouilles moet dit allemaal officieel gebeuren. Het duurde niet lang voordat ze terugkamen en nu met de boot van de kap. voorop gingen we Drietabbetje aanvallen. Met de hob heb in volle actie stormden we op het dorp af en vlak voor het dorp werden er saluutschoten afgevuurd. Tot grote ontsteltenis van de hob moeten we voor de show echter drie rondjes draaien voor het dorp voordat we gingen aanleggen en al gauw zag hij dan ook helemaal paars van de inspanning. Het werd echter zeer gewaardeerd, dit optreden van hem, en onder luid gejuich legden we aan. Vanaf de kant begroette men ons ook met saluutschoten en dat was erg leuk. Minder leuk was natuurlijk het feit dat zij geen losse flodders hadden maar gelukkig richtten ze op het water en dat was voor ons een hele geruststelling. We werden ontvangen door verschillende basja’s en onderkapiteins en in processie ging het dwars door het dorp naar de woonplaats van de Granman. Toevallig waren er in het dorp enkele Indianen aanwezig die ook tot de Wajana’s behoorden. Reeds toen maakten ze op ons indruk door hun manier van voorkomen en waardigheid maar we hadden geen tijd om ze verder ‘aan te gapen’ want eerst moest het ceremonieel bij de Granman  verder voltrokken worden. Voor de poort van zijn huis kwam de hob weer in actie en dit werd door de omstanders en door de Granman zelf zeer gewaardeerd. We werden allemaal uitgenodigd om naar binnen te gaan. Hier werden we officieel toegesproken en gelukkig dat we gebruik konden maken van de kwaliteiten van Hr. Libretto die nu als tolk dienst deed. De plaatselijke bevolking had het hele gebouw omsingeld en overal keken ze door naar binnen. Dit duurde zo ongeveer een kwartier en toen kregen we een geleide mee die ons naar het gastenverblijf escorteerde. Dit gastenverblijf is een van de weinige gebouwen in het toch wel grote dorp dat er Europees uitzag. Gebouwd op neuten van beton (grote palen zodat de wind onder het huis kan om zodoende voor meer afkoeling te zorgen; vergelijk de wijze van bouwen in Queensland). De officieren en de twee SMA werden naar boven gebracht en kregen ieder een kamer toegewezen. Wij konden onze hangmatten spannen tussen de neuten en zo was het nachtleger al spoedig gereed. De koks zorgden weer voor een voortreffelijke maaltijd.

Hier in Drietabbetje werd besloten de grote ijskist uit te laden omdat deze nu zo goed als leeg was. Leeg is eigenlijk niet het juiste woord. Er was namelijk nog bier genoeg voor de komende dagen maar het ijs was intussen gesmolten en het nut van de kist was er dus niet meer. Met zes man hebben we die kist de oever opgebracht en dat was een hels karwei. Die kist is ongelofelijk zwaar iets wat de luit wel beamen kon. We moesten namelijk met die kist door een klein poortje en dat was net breed genoeg om de kist door te laten. Een enorm klooien was dus het gevolg. Op een gegeven moment moesten we de kist neerzetten en dat ging zo snel dat de luit z'n voet niet op tijd weg kon halen met als gevolg dat zijn tenen beklemd raakten tussen een van de kleine pootjes en de harde grond. Er werd echter niet gevloekt maar dat het prettig was kon je ook zo wel zien. Hij leek er echter niet al te veel hinder van te hebben want de volgende dag was er niets neer van te merken. We hadden die avond wel allemaal pijn in onze rug. Je moet je voorstellen dat je de hele dag in een schier onmogelijke positie doorbrengt en als dan ineens zo’n zware kist versjouwd moet worden dan is dat wel te merken. Die avond zouden we een dansi dansi hebben maar het begon erg hard te regenen en dat ging dus ook niet door. Enkele van de jongens konden wegens plaatsgebrek hun hangmat niet onder het huis aan de neuten bevestigen en die moesten buiten hangen aan de watertoren en het hek. Hier kwamen we gauw achter de slechte kwaliteit van de hangmatten want in no time kwamen ze naar degenen toe die wel onder het huis lagen en de stemming van die jongens was niet mis te verstaan. Een had nog het geluk dat hij aan de schijterij was geraakt en die was dus helemaal niet te genieten. We hebben het echter weer erg soepel opgelost en zo was er dus weer een dag voorbij. Nog wel leuk om te vermelden is de belangstelling van de jeugd voor het radiowerk. Zo gauw ze je in de gaten hebben komen ze werkelijk overal vandaan en je struikelt gewoon over ze. Ik was met een van de maten bezig de antenne te stellen en op een gegeven moment was zelfs de radio helemaal zoek. Het hele veldje stond vol met kinderen en ze kunnen werkelijk nergens vanaf blijven. Je kan natuurlijk wel tegen ze schreeuwen dat ze weg moeten maar je moet altijd voor ogen houden dat je te gast bent in het dorp alhoewel dat af en toe niet makkelijk is. Snel het bericht verzonden dat we zo en zo laat aange-komen waren (1700 uur) te Drietabbetje, dat het weer goed was en dat er geen bijzonderheden waren te vermelden. Daarna de radio van de antenne losgekoppeld en onder het huis gezet want ik moest rekening houden met eventuele regen en we hadden al een radio die niet meer te gebruiken was. Bij alles wat je doet word je gadegeslagen. Het is dan ook niet dikwijls dat een militaire patrouille daar komt dus dat is wel te begrijpen. Bovendien hebben ze ervaring opgedaan dat er altijd wel wat te halen is. De wacht werd weer ingedeeld en we gingen gauw slapen want we waren dood- en doodmoe geworden en ondanks het noodweer hebben we toch lekker geslapen. 

Donderdag, de derde dag van de vp zijn we weer om 0530 uur opgestaan en alles in gereedheid gebracht om te vertrekken. Een mok havermout, wat brood en thee waren zo genuttigd. Gelijktijdig werden de rantsoenen verdeeld voor tijdens het varen en met de hob in volle glorie vertrokken we ongeveer 0645 richting Granboridorp. Omdat we nogal vroeg opstaan maken we elke morgen de zonsopgang mee en dat is werkelijk een prachtig gezicht. De nevelsluiers die over de rivier hangen geven aan alles nog een extra romantisch tintje waar we allemaal van genoten, behalve dan onze zieke maat. Vanmorgen heeft hij wel gegeten maar hij kon niets binnen houden. Hij zag gewoon groen van ellende en dat zou zo nog enkele dagen blijven. Reeds één uur na ons vertrek kwamen we al de eerste soela van betekenis tegen. De Koemaroe Tabbetje soela. Dit is weer een geheel andere soela als de andere hiervoor beschrevene. Bij de vorige soela was altijd sprake van een grote verdeling van het water door allerlei kleine eilandjes en rotsformaties. Deze keer echter stortte het water van de Tapanahony zich in een machtige plons ongeveer 1 meter naar beneden. Een machtig gezicht en het geluid was er dan ook naar. Hier moesten we uitstappen want de koelamannen vonden het niet verantwoord om met lading deze soela te nemen. Gelukkig hoefden we niet uit te laden alhoewel dat. wel gepland schijnt te zijn. We stapten dus uit op een plaats waar er al velen voor ons zijn geweest en er was dan ook duidelijk een pad te zien dat naar de andere kant leidde. We bleven uiteraard staan kijken hoe de korjalen het zouden doen en dat ging allemaal naar wens. De koelamannen met peddels gewapend zaten voorin en op ongeveer 20 meter van de soela ging de motorist over op topsnelheid. We zagen een geweldige hoop schuin hoog opspatten en de korjaal verscheen midden op de soela en lag ogenschijnlijk stil. De koelamannen peddelden als gekken en ondanks het hier zeer snel stromende water kwam de korjaal toch vooruit. Toen kreeg de motor weer grip en hup, ze hadden het gehaald. De eersten die erover waren schreeuwden iets tegen de andere twee boten, maar wat er nou precies geschreeuwd werd konden we door het lawaai van het water niet verstaan. De koelamannen en de motorist van de volgende boot staken hun hand op ten teken dat ze het hadden verstaan en ook zij kwamen zonder problemen naar de andere kant waar we verrast werden door een grote kolonie agressieve rode mieren die akelig gemeen konden bijten. We trokken ons dus even iets terug in het bos en wachtten op de komst van de koralen. Dat duurde echter langer dan we dachten want vlak achter de soela bleek het niet bevaarbaar te zijn zodat ze een omweg moesten maken om bij ons te kunnen komen. Het gehele oponthoud duurde een klein half uurtje en we stapten snel in om verder te gaan. Ondertussen werd het echter erg warm en we hebben ons dus om alle ellende te voorkomen maar weer eens ingesmeerd met zonneolie. Een ding heb ik niet vermeld en dat is eigenlijk heus wel het vermelden waard. Voordat we op weg gingen hebben we met TNT nog wat vis geschoten. Tenminste dat was de bedoeling. Het resultaat was echter gering tot grote teleurstelling van de bevolking die in alles wat maar kon varen klaar lag om na de explosie de rivier op te gaan. De explosie was enorm. Je voelde de aarde gewoon trillen en met luid gejuich snelde de bevolking de rivier op maar, zoals reeds gezegd, was het resultaat magertjes. De hele rivier lag vol met allerlei korjalen en ze waren voor het grootste gedeelte bemand door vrouwen met grote visharpoenen. Enkelen had­den het geluk enkele pirengs te pakken te krijgen Maar voor het metendeel staarde men triest in het rond. De Indianen die ook daarbij aanwezig waren en die klaar waren om verder stroomopwaarts te gaan namen niet eens de moeite om te gaan zoeken. Ze bleven gedurende het hele “feest” op een afstand staan kijken en toen ze zagen dat het resultaat niet noemenswaardig was zijn ze meteen vertrokken. Zulke dingen vallen je natuurlijk wel op als je zo als toeschouwer het gehele tafereel overziet. Het geeft een prachtig voorbeeld van de geweldige verschillen van karakter tussen de Indianen enerzijds en de Boslandcreolen anderzijds. De eigenlijke vertrektijd was dus niet 0645 maar pas 0745. Dit oponthoud kwam niet alleen door het vis schieten maar ook omdat onze hospik nog even ter assistentie opgeroepen werd bij de verpleegpost aan de overkant van de rivier. Het is verbazend te merken hoeveel vertrouwen de mensen uit het binnenland hebben in een militaire gewondenverzorger. Ook als er een medische post is, komen de mensen liever naar de hospik dan dat ie naar de medische post gaan. De medische post kan echter uitgebreide hulp verlenen, meer dan wij dat kunnen en toch.... Wel, verder is er op onze tocht naar Granboridorp niet veel gebeurd. Wel is het ons opgevallen dat er steeds minder dorpen langs de oever zijn en ook worden ze steeds kleiner. De mensen zijn echter bijzonder uitgelaten als we langskomen, uiteraard wordt hier dan op de hob geblazen, en je kan aan dit soort kleine dingen merken dat de bevolking niet veel van dit soort militaire patrouilles tegenkomt. De meeste patrouilles gaan dan ook tot aan Drietabbetje en wij waren hier de eerste soldaten in tien jaar. Een heel voorrecht om daarbij te mogen zijn natuurlijk en dat beseften we ons ook wel terdege. Tevens is dit de laatste patrouille die de TRIS organiseert en dit dan in verband net de komende onafhankelijkheidsdatum van Suriname. Om ongeveer kwart over twee kwamen we in Granboridorp aan en werden ook daar zeer hartelijk ontvangen. Alvorens we aan konden leg gen moesten we langs een soela en dit is weer een geheel ander type als degenen die we reeds gehad hadden. Het water kwam ook hier over een breed front naar benden stormen maar omdat vlak onder het grootste stuk verval in die soela nogal wat grote rotsen lagen wer­den hierdoor vlak na de soela hele grote draaikolken veroorzaakt. Toen we hier langs voeren en dus door de draaikolken, was dit wel goed te merken. Je kon heel goed voelen hoe het water de korjaal eerst naar rechts slingerde en daarna naar links. De motorist moest vol gas bijsturen om moeilijkheden te voorkomen. Eenmaal voorbij de draaikolken was het water erg rustig en het "landen" was dan ook geen probleem. We werden door bijna de gehele bevolking opgewacht inclusief de kapitein. Hij wist reeds van onze komst en dat is voor ons iets vreemds. Je denkt dat je op het water de snelste bent maar dat blijkt dan niet zo te zijn. Blijkbaar worden zulke berichten als voorrangberichten door de inlanders be­handeld en zo zie je maar dat zelfs in het midden van de jungle je altijd in de gaten wordt gehouden en elke beweging wordt gerapporteerd. Er werden natuurlijk weer de nodigs saluut­schoten afgevuurd die de gids, een basja uit Drietabbetje die door de Granman van Drietab­betje aan ons werd meegegeven omdat deze man de rivier boven zijn dorp tot aan Apetina beter kende dan onze koelamannen en motoristen, de stuipen op het lijf joeg. Al bij het spannen van de geweren dook hij helemaal in elkaar en durfde niet eens achterom te kijken. Later legde Hr. Libretto hen uit dat we alleen maar losse flodders gebruikten maar dat scheen hij niet helemaal te snappen. We moesten tenminste bij de volgende keer dat we zouden schieten hem op tijd waarschuwen. Ik denk dat hij dan de tijd wilde hebben om zijn bouwvakkershelm op te zetten. Je ziet de mensen in het binnenland en ook wel in de stad met voor ons de meest vreemde hoofddeksels op lopen, of het nou nodig is of niet. Keer op keer is ons dat opgevallen. Je zou toch wel denken dat iemand blij zou zijn om zo'n helm na de hele dag zo’n ding op je kop gehad te hebben, af te zetten maar het tegendeel is hier het geval. Ik geloof zelfs dat ze met dat ding op hun kop naar bed gaan. Meestal betekent zo'n hoofddeksel voor hun iets heel anders dan waar wij hem voor gebruiken. Iemand met een bouwvakkershelm is duidelijk een heel belangrijk figuur. Telkens als we dan ook langs een dorpje kwamen ging de helm op en dan zag je de man helemaal glimmen van trots. Die helm werd dan ook met de grootste voorzichtigheid behandeld. De kapitein van het dorp liet ons weten dat het een grote eer was voor hem en de dorpelingen dat de militairen hun dorp aandeden en hij vond tevens dat als blijk van zijn grote waardering alle korjalen door de dorpelingen ontladen moesten worden. We mochten niets zelf slepen. Hij vond dat als zeer beleefd en wij hadden daar natuurlijk niets op tegen. Wel krijg je ook hier weer zo’n raar gevoel als de zware dingen zoals een gasstel, radio’s, hangmatten en bepakkingen gedragen werden maar dat schijnt hier nou eenmaal gebruikelijk te zijn en dus moest het maar zo. De vrouwen vonden het zelfs leuk om extra zware dingen uit te zoeken om te dragen en alles op het hoofd natuurlijk. Het is ons opgevallen dat de mensen hier altijd rechtop lopen, dit in tegenstelling tot in de Europese steden waar je de meeste mensen voorovergebogen ziet lopen. Het bukken gaat dan ook hier heel anders als bij ons. Als ze zich bukken, gebeurt dit altijd vanuit de heupen, zodat de rug altijd recht blijft. Afijn, op de blikjes bier en voedingspakketten die we niet nodig hadden na, was alles in een mum van tijd boven en konden we in het daarvoor aangewezen gastenverblijf ons bivak gaan opbouwen. Je merkt aan alles dat we steeds geraffineerder worden in het opzetten van een bivak en binnen het half uur was alles gereed. De hangmatten hingen, de kok was haast klaar met het eten en de radioverbinding van ook reeds tot stand gekomen. Omdat wij vrij vroeg aangekomen waren hadden we nu tijd genoeg om aan ons zelf te denken, iets wat de afgelopen twee dagen door tijdgebrek e.d. niet of niet in voldoende mate mogelijk was gebleken. Het werd hoog tijd om de geweren te onderhouden en dat werd dus ook gedaan. Door al dat in- en uitladen blijft echter niets op dezelfde plaats liggen en dus konden we het busje wapenolie dan ook niet vinden. Later bleek dat het zich in de korjaal van de luit. bevond maar die was die middag met de kapitein en enkele gasten uit het dorp aan het vis schieten dus die waren niet bereikbaar. Omdat we al zo'n tijd naar die olie hebben lopen zoeken en er nog meer dingen waren die op onverklaarbare wijze niet te vinden waren kregen we ineens allemaal goed de PE in. We besloten om de wapens dan maar met spijsolie in 'te vetten zodat er toch nog wat vet opzat. We zijn toen gauw met z'n allen gaan zwemmen op een plaats die daar uitermate geschikt voor was. Even iets verderop, boven de soela met de grote draaikolken was weer zoiets als een soela, een kleintje. Hier hebben we uitermate lekker gezwommen en ook hebben we nog enkele uurtjes lekker bloot in de zon gelegen. Ja, we zijn tenslotte midden in de jungle en iedereen zwemt daar bloot dus wij ook maar. Het enige vervelende was natuurlijk dat je niet zeker wist of daar pirengs waren maar dat hebben we even aan de plaatselijke bevolking gevraagd en die hebben ons uitgelegd dat bij soela's, tenminste niet aan de bovenkant daarvan, nooit pirengs voorkwamen en dat hebben we dan maar aangenomen temeer omdat ze zelf ook altijd daar gingen zwemmen. Je kon daar uren zwemmen zonder ook maar één meter vooruit te komen en dat is best leuk om eens mee te maken. Er zijn zelfs enkelen geweest die zich met de stroom mee hebben laten drijven de soela af maar dat heb ikzelf maar niet gedaan. De maat die nog steeds goed ziek was (op één avond heeft hij er een hele rol WC-papier doorgedraaid) had nogal last van de warmte en vond in het water gelukkig de nodige afkoeling. De plaats was ook, zoals reeds gezegd, uitermate geschikt om te zonnebaden. De rotsen waren hier vrij plat en we hebben daar dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Na dus enkele uurtjes op zeer prettige wijze te hebben doorgebracht kwam de sergeant ons er aan herinneren dat we in militaire dienst waren en dat we de wapens moesten onderhouden. De luit. had namelijk gehoord dat we de wapens maar ingeolied hadden met spijsolie en dat beviel hem helemaal niet. We baalden daar dus van, zoals dat heet, maar hebben toch maar gauw gedaan wat er gezegd was anders zou de stemming, die toch al niet plezierig was op dat moment, nog verder verergeren en dat was ook niet nodig. Iemand moest enkele geschenken gaan halen die ergens in de korjalen lagen en kwam m een half uur terug met de mededeling dat het niet aanwezig was. De luit. kwaad en die ging zelf kijken en kwam natuurlijk reeds na enkele minuten al met het gevraagde naar boven. Hij was nogal opgewonden daarover en we kregen dan ook een kleine speech te horen dat we ons wat meer moesten inspannen om het geheel plezierig te houden en meer van dergelijke uitspraken.  We waren het hier natuurlijk niet mee eens want volgens ons deden we dat al, maar we hebben het maar ter kennisgeving aangenomen. Tijdens het opzetten van het bivak werden we natuurlijk weer van alle kanten met open mond gadegeslagen. Zelf hadden we ook iets om gade te slaan en dat was het maken van Creoolse kapsels zoals ik dat maar zal noemen. Vlak naast onze gastenverblijven waren namelijk enkele meisjes' bezig het haar op deze typische wijze te behandelen en dat had natuurlijk onze belangstelling. Niet alleen het haar natuurlijk want er was nog wel wat meer te zien aan dit viertal en je begrijpt natuurlijk wel wat dat was. Er werd bekend gemaakt dat er die avond ter ere van ons een ‘dansi’ zou worden georganiseerd. We waren daar echter nog niet van overtuigd gezien onze ervaringen van de twee vorige avonden. Deze avond bleef het echter droog en zo rond 8 uur hoorden we reeds de eerste apinties (tam-tam) en de gezangen. De wacht werd geregeld en we zijn natuurlijk gaan kijken. Ten eerste zou dit een echt dansi dansi worden omdat dit nog voor het grootste gedeelte een heidens dorp was. De invloed van het christendom op de dansi dansi heeft zich wel heel duidelijk doen gelden en dat hebben we op deze avond wel gemerkt. Het dansen was erg fanatiek en zeer op de seks ingesteld. Het laat zich moeilijk omschrijven maar gelukkig mochten we foto's maken en dat hebben we dan ook driftig gedaan. Ook worden er politieke zaken tijdens zo'n dansi in zang uitgedrukt en het is wel duidelijk dat de Hindoestaanse partij er hier niet al te gunstig vanaf kwam alhoewel ik de indruk heb dat ze zo ver in het binnenland niet erg veel voordeel hebben van een Creoolse regering. Ik kan dit mis hebben maar volgens mij liggen deze dorpen teveel afgelegen om ook maar het kleinste voordeel te hebben van het overschakelen van regering. Wel zie je hier en daar grote aanplakbiljetten van verschillende partijen (hier natuurlijk van de Creoolse) maar die hingen ook boven de deuren van de huizen. Je krijgt dan al gauw de indruk dat ze deze aanplakbiljetten ook als geestenverjagers behandelen. Wat er verder tijdens zo'n dansi dansi gezongen wordt is onbekend omdat je niemand tegenkomt die het voor je vertalen wil. We hebben enkele keren aan de koelamannen gevraagd wat er nu precies gedaan werd maar ze waren niet al te gul met hun antwoorden. Opgevallen is ook dat er ook hier bijna alleen vrouwen waren die aan het dansen waren en teksten zoals “Mijn kutje is op slot want mijn man is niet thuis” en Mijn kutje brandt” waren dan ook regelmatig onderwerp van gezang. We wisten in het begin niet wat er gezongen werd dus deden we dapper mee met zingen en gooiden er enkele moeilijke jodelkreten doorheen maar dit werd niet gewaardeerd. We werden er door de kapitein van het dorp op attent gemaakt en de kreten hielden we dus maar voor ons alhoewel we fanatiek meededen met het dansen en daar was geen bezwaar tegen. Alles danst, van 2 jaar tot volwassen vrouw en je kan zien dat ze aan hun uiterlijk de meeste aandacht hebben besteed. Elk kapsel was anders en zo te zien lag dat aan de leeftijd. Het haar wordt als het ware In vierkantjes verdeeld en daarna wordt het zo in elkaar gedraaid dat in het midden van het vierkant er een klein torentje ontstaat. Er blijken verschillende manieren te bestaan om zo'n torentje te maken en het was voor mij wel duidelijk te zien dat zoiets of met de lengte van het haar of met de leeftijd iets van doen had. Hopelijk zijn de foto's en dia's van dit dansi dansi genomen goed geslaagd want zoiets maak je nooit meer mee. We zouden vooral later inzien dat een dansi dansi uit een Christendorp zoals Drietabbetje heel wat anders is dan wat we hier meemaakten. Er werd wat rum uitgedeeld, een onderdeel van de geschenken, en het feest werd steeds fanatieker. De apinties begonnen steeds langer hetzelfde ritme te slaan en de rum had hier wel een zeer merkbare invloed. Die rum overigens is erg sterk en ontzettend vies. Het is een van de slechtste kwaliteiten rum die je kan kopen maar blijkbaar prefereren ze dit soort boven de andere. Zelfs kleine kinderen van 2 jaar kregen een beetje uit de fles en ieder Europees kind zou meteen tegen de grond slaan van dat branderige spul, naar deze kinderen schijnen zo nog wel het een en ander gewend te zijn. Bepaald eenkennig zijn de mensen hier ook niet want als je maar even aan de kant ging staan om een beetje uit te rusten dan kwam er gelijk iemand naar je toe die je weer in de kring trok. Men danst hier zoals we dat van de Noord-Amerikaanse Indianen kennen. In een kring tegen de klok in. Twisten doen ze ook met de meest fantastische variaties erin. Ze zijn schier onuitputtelijk in het bedenken van allerlei nieuwe bewegingen en wij vielen dan ook wel op door onze 'houterigheid’. De verlichting van het dansi dansi bestond uit twee oliepitjes die toch voor een ongelofelijke hoeveelheid licht zorgden. De beschaving is ook doorgedrongen wat betreft het elektrische licht alleen dan in de vorm van zaklantaarns. Ik heb daar zaklantaarns gezien waar wel minstens tien batterijen in kunnen; ontzettende joekels van dingen en ze zijn erg lastig. Als je door dat stikdonkere dorp loopt dan doe je dat voor het grootste gedeelte op je geheugen alhoewel op sommige tijdstippen de maan ook wel welkom was. Zijn je ogen eenmaal gewend aan de duisternis dan heb je geen moeite in het onderscheiden van de huisjes en de weg; schijnt nu iemand tijdens je overtocht van het bivak naar het dansi dansi plaatsje in je gezicht dan ben je minstens vijf minuten geheel hulpeloos want je ziet totaal niets meer. Erg vervelend maar je bent gewoon gedwongen om stil te blijven staan totdat je weer iets kunt onderscheiden. Wat ook opvallend was en wat we hier voor de eerste keer zagen is de geestenafrastering die om het hele dorp was opgericht. Deze afrastering bestaat uit twee verticale stokken die langs de weg zijn opgesteld met daaroverheen een dwarslat op ongeveer twee meter hoogte. Aan die dwarslat hangen gedroogde bladeren van het een of andere soort die ieder aan die dwarslat zijn vastgebonden en ongeveer 40 cm lang zijn. Kom je nu langs de weg het dorp binnen dan ben je verplicht te bukken. Dit bukken nu is iets wat de boze geesten niet kunnen en zo zijn ze dus gedwongen om buiten het dorp te wachten. Dit is zuiver en alleen bedoeld voor de privé boze geesten. De geesten die je dus zelf bij je hebt. Voor dat andere soort zorgen de beschilderingen op de huizen langs de deur en ook hier troffen we weer overal flesjes aan. De motoristen en koelamannen zijn wat betreft die bosgeesten erg zwijgzaam en we zijn dan ook niets wijzer geworden wat die flesjes betreft en de verschillende soorten beschilderingen. Eén ding is ons helemaal niet bevallen in dat dorp en dat was het gastenverblijf. Het zat hem namelijk in de afstand van de dakpalen. Deze ston­den erg dicht bij elkaar zodat het strak spannen van de hangmat onmogelijk bleek. Het resultaat was dan ook dat je in zo'n hangmat hangt als een tros appels en dat is helemaal niet zo prettig. Je ligt dan met je benen haast tegen je hoofd en je krijgt er nogal een pijnlijke rug van. Op je zij liggen gaat ook zo moeilijk want dan lig je helemaal in de kronkels en hoe je je ook wendt en keert, altijd hou je er een pijnlijke rug van over. De meeste hebben dan ook haast niet geslapen en de volgende morgen waren we dan ook ze duf als een konijn maar zijn kan.

 

Vervolg in de volgende Triskoerier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

patr verl 74
 
Partouilleverslag A.Cie 1974 van Albina tot aan Apetina-Kondre
De opdracht; Het houden van een vaarpatrouille met TRIS-korjalen vanuit detachement Albina tot aan Apetina-Kondre en weer terug, over de Marowijne-rivier en Tapanahony-rivier met als doel vlagvertoon. Het aandoen van diverse dorpen van Boslandcreolen en Indianen. Het onderhouden en leggen van contacten met diverse Granmans en Hoofdkapiteins en kapiteins en het groepsopperhoofd Apetine van de Wajana's in Apetina-Kondre.

Klik hier voor een volledig verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

moro moro
 
Moro Moro door  Ton Kronenburg
 
Tijdens een oefening in de omgeving van Zanderij, liepen we als verkenningspatrouille gedwongen door de dichte begroeiing kort achter elkaar. De maat die voor mij liep had zijn houwer tussen de riemen van zijn pukkel gestoken.
 
De oefenvijand ( 2e pel, 3e cie. ’61) had een goed gecamoufleerde hinderlaag gelegd, waar wij zoals later bleek verplicht in moesten lopen, plotseling werd er van alle kanten geschoten.
De maat die voor mij liep draaide zich terwijl hij dekking zocht half naar mij toe en in een flits zag ik zijn houwer richting mijn gezicht komen, instinctief maakte ik een afwerende beweging met mijn linkerhand.
Gevolg……… een diepe jaap in mijn hand!
Na desinfectie kramde de hospik de zaak met knijpkrammen, verband erom heen, een mitella en einde oefening voor mij.
Kort hierna werden we verplaatst naar Phedra of Kabel aan de Suriname rivier voor koraal training, ons bivak bevond zich buiten de woonkern in het bos.
Door bovengenoemde blessure, nog steeds met mitella werd ik als kampwacht aangewezen en bleef alleen achter. Prima, kon ik op mijn gemak uitkijken naar insecten die ik verzamelde.
Zonder het bivak uit het oog te verliezen struinde ik met veldfles en houwer in de directe omgeving van het bivak.
En stond volledig onverwacht voor een piramide vormig hutje, gemaakt van niet al te dikke stammetjes, met een lage halfronde opening. De stammetjes waren afgedekt met palmblad, het zag er oud en vervallen uit.
Op mijn knieën keek ik in de duistere ruimte en zag links van mij een boog staan en er naast een prachtige apintitrommel. Zo dacht ik: “ dat is voor Tonnie”  prachtige souvenirs! en stak reeds hebberig mijn gezonde hand uit.
Toen keek ik naar rechts en zag tot mijn verbazing een skeletachtig menselijk wezen zitten, met opgetrokken knieën, de huid als gerimpeld perkament om zijn benen, die nog geen vijf centimeter dik leken.
Barst dacht ik: “ ik heb er nog een mummie bij ook”.
Iets gewend aan de duisternis observeerde ik het skelet nog wat beter en constateerde met schaamte dat hij mij aan keek, hij leefde nog!
Met handen en voeten probeerde ik mijn excuses te maken en te verduidelijken dat ik zijn spullen niet wilde jatten, maar dacht dat ze achter waren gelaten.
Om hem van de schrik te laten bekomen liep ik naar het bivak terug en haalde een paar blikjes geconcentreerde melk en een zakje gedroogde garnalen ( er was toch zat! ).
Hij vond het prachtig, wees op de boog en de blikjes en zei met een flauw stemmetje die uit zijn tenen leek te komen: moro moro of zoiets. Ik begreep hieruit dat hij de boog wel wilde ruilen en haastte mij naar het bivak en terug.
Warempel ik kreeg de boog mee!!!!!!!!!!
Nou dacht ik, de apinti wil ik eigenlijk ook wel en haalde nog het één en ander uit het bivak en zette dat bij hem neer, maar nee, hij was niet te vermurwen.
Toen ineens wees hij op de apinti en de blikjes en zei moro moro. Verblijd liep ik terug naar het bivak haalde nog wat blikjes en twee zakjes gedroogde garnalen, dat moest toch wel genoeg zijn. Bij terugkomst constateerde ik tot mijn grote verbazing dat het skelet de apinti en alle blikjes etc. vertokken waren. Het is mij nog steeds een raadsel hoe hij dat in zijn conditie voor elkaar heeft gekregen.
Na mijn schedel tastend voelde ik het extra oor dat moro moro mij had aangenaaid.
 
De boog heb ik nog steeds!
 
Ton Kronenburg
1e pel. 3e sur. Cie. ’61.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

koude oorlog
 
Erkenning Koude Oorlog Militairen

TRIS en de koude oorlog

Graag maken wij u attent op het bestaan van ons comité.

Wellicht kunt u in uw blad een vermelding van ons bestaan maken.

Uiteraard horen de TRIS-sers bij de periode waarvoor wij staan.

Op onze site vindt u meer info. Zie:

www.members.lycos.nl/koudeoorlogveteranen/

Met vriendelijke groet,

CEKOM 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Versl andre

 

Verslag van Andre Langenberg

Eindelijk viel de Triskontakt weer in de bus. Had hem al eerder verwacht maar nu even lekker lezen. Er staan weer interessante, humoristische verhalen en wetenswaardigheden in.

 

Tijdens het lezen over de Parade in Paramaribo, gingen mijn gedachten ook terug naar 1961. Toen op 30 April de parade van Koningin Juliana langs het Gouvermentspaleis gehouden zou worden. 'S morgens na het appel naar de garage aan de overkant van de Gemenelandsweg en daar stonden een stuk of acht van die rare pantserwagens te wachten. Volgens mij waren dat van die Engelse dingen. Mijn functie was automonteur en omdat er chauffeurs te weinig waren moest ik ook in zon ding rijden, nooit gedaan en al gauw in de gaten gekregen dat er zeer weinig uitzicht in zo'n wagen was. Ook het stapvoets rijden ging niet perfect, je kent dat wel, slippende koppeling want anders gingen we nog te snel.

 

 

 

 Andre 1961

Gaan we eindelijk op weg, met boven in dat torentje een zeer zwaar gewapende soldaat met een bren, moesten we veel stoppen om de boel goed te formeren. In de maagdenstraat lang stil gestaan maar dat was wel leuk, de winkelmeisjes wilden ook wel eens in zon rare wagen kijken en dat was geen probleem. Het defilé verliep verder gladjes. Ik zag vanuit de spleten veel hoge omes in de houding staan. Maar de reden waarom ik dit schrijf is dat ik samen met mijn vrouw eind 2002 in Suriname ben geweest met de ploeg van Bert Meulemans. En toen we tijdens een dagtocht in Nieuw-Amsterdam waren en rond liepen kwamen we weer zon rare pantserwagen tegen. Dus ben ik naast dat ding op de foto gezet. Leuk toch? Na de vakantie die voor ons fantastisch was, gingen we thuis de foto’s bekijken en met mijn oude Suriname foto’s vergelijken. Op de foto’s van de vakantie zag ik dat de foto uit 1961, waar ik in zat hetzelfde kenteken voerde als dat pantserwagentje in Nieuw-Amsterdam. En wel KN-50-99. we waren allebei 41 jaar ouder geworden maar aan mij kon je dat niet zien toch?Dat was ook toevallig, is er nog een zo'n pantserwagentje over en dat was dezelfde als in 1961

Groetjes Andre en Nel Langenberg.
drelangenberg@hetnet.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fv

 

Een fotoverslag van Dick Heijliger

 

30 april 1969 net een paar weken in Suriname en dan parade lopen i.v.m. Koninginnedag in Paramaribo stonden borden buiten met de tekst zoveel days de ouwe zit nergens meer mee.

Wij dachten wat zij kunnen, kunnen wij ook.

<<  10 daagse patrouille, afgezet halverwege Onverwacht en Brownsweg

                                       

Met het koken,'s ochtends, van de rijstepap >>

 

<<  De vaarpatrouille was een succes. Door de lage waterstand hebben we veel gelopen.

Kerst en nieuw jaar in Brownsweg de enige kerstkaart die ze daar hadden was die van de Tris.>> 

<< Aan het eind nog naar Galibi voor het merken van zeeschildpadden.

Het was een soort vakantie met de BBQ naast de deur. >>

<<  Daarna nog een slotfeest in Albino met verpleegsters uit Mungo.

 Alles versierd.

 

Tot slot nog een foto van een plek waar vele, vele uren hebben doorgebracht n.l. de tuin van de gouverneur. >>

Dik Heijliger   69-1 2e pel. B-cie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibl

De opening van de bibliotheek
 
Maandag 13 augustus 2007 zal de geschiedenisboeken niet halen maar het mag toch op zijn minst een bijzondere dag voor Jaw Jaw genoemd worden: na enkele maanden van voorbereidende werkzaamheden werd deze dag in bijzijn van beide kapiteins, het voltallige schoolteam, de leerlingen en enkele andere belangstellenden de bibliotheek officieel geopend.
Er was koek en stroop voor de kinderen (en de vrouwen), bier en sopi voor de mannen, de bibliotheek was versierd bloemen en een palmbladeren boog, er was een heus door te knippen lint en er waren toespraken van het schoolhoofd en kapitein Michel. Ik zelf hield mijn eerste in het Saamaka gesproken toespraak waarvoor ik een enthousiast applaus kreeg.Hoewel er minder belangstellenden waren dan ik had gehoopt, waren de aanwezige mensen zonder uitzondering enthousiast. Het is ook een hele mooie bibliotheek geworden! Het verpauperde gebouwtje dat ik vorig jaar aantrof is omgetoverd tot een prachtige bibliotheek. Vooral dank zij een royale bijdrage van de Stichting Pater Voorbraakschool van Pieter Nijdam uit Boekel, Nederland, is het mogelijk geweest om het voormalige klaslokaal te renoveren: van binnen en van buiten (en van boven tot onder) opnieuw geschilderd, voorzien van nieuwe shutters, een hele mooie muurschildering door Michel – die ook vrijwel alle andere werkzaamheden heeft verricht - en een nieuwe stoep. Ook RKBO en PAS hebben bijgedragen. Vooral door mijn verblijf in Jaw Jaw mogelijk te maken met de beschikbaarstelling van de dienstwoning van de PAS vorig najaar en toekenning van een onkostenvergoeding. RKBO heeft bovendien gezorgd voor de noodzakelijke boekenkasten en financiële middelen voor aanschaf kantoormaterialen. Met al die steun is een bibliotheek tot stand gekomen die ongeveer 1600 titels bezit en waar jong en oud tegen geringe vergoeding boeken kunnen lenen. In de schoolvakantie is de bibliotheek elke middag van 2 tot 5 uur open geweest (de middag bleek al snel beter geschikt om open te zijn dan de ochtend) en bijna elke dag is er door kinderen dankbaar gebruik van gemaakt, om te komen zitten lezen of om boeken te lenen of om te kleuren in door het WWF beschikbaar gestelde kleurboeken. Met de start van het schooljaar zullen samen met de leerkrachten leesactiviteiten georganiseerd gaan worden. Dat kan zijn voorlezen voor de jongste kinderen, het maken van werkstukjes voor de 5e en 6e klassers met behulp van boeken uit de bibliotheek,

  het organiseren van zogenaamde leeskringen waarin kinderen elkaar vertellen over gelezen boeken, misschien na verloop van tijd het opschrijven van Saramakaanse verhalen enz. Door de activiteiten in te passen in het lesrooster hopen we, zoveel mogelijk kinderen erin te betrekken en ze vertrouwd te maken met boeken en bibliotheken en enthousiast te maken voor het lezen. Een wens die ik nog koester is dat de bibliotheek uitgebreid kan worden met o.a.
- boeken over Suriname
-  titels van Surinaamse schrijvers (wordt veel naar gevraagd!)
- meer boeken voor volwassenen
- dvd’s met films of documentaires

Ik hoop dat de bibliotheek een klein steentje zal bijdragen aan het welzijn en de ontwikkeling van het dorp en haar bewoners. Gelukkig is Jaw Jaw voor het voortbestaan van haar bibliotheek niet van mij afhankelijk. Een van de leerkrachten is (ook) aangewezen als bibliotheekjuf en bovendien is er een bibliotheekinstructie gemaakt zodat het werk ook door anderen voortgezet kan worden. Dus zou ik ooit besluiten weer verder te trekken …

Mijn toespraak (met dank aan Juf Rosita voor de hulp bij de vertaling):
Dee sembe u Yauyau mi ke kai unu a di opo di bibliotheek.

Tide mi wai ku hii sembe.

Mi ko aki baka bika u bi hoi mi bunu.
Henmei mi ta dou unu gaan tangi.
Yauyau kom mi wosu.
Mi wai taa mi sa du wan soni baka da unu.
Vanaf tide Yauyau feni wan tuutuu bibliotheek.

Hii sembe ma ko sindo aki u lesi of u leni buku.

Di biep abi o de e hia sembe abi hepi.
Wantu dee sembe mi ke da tangi.

Fosuwan mevrouw Christien Naarden u Pater Ahlbrinckstichting. Di sembe a ko pakisei um hopo wan biep.

Ku meneer Ricardo Kenswil u RKBO, di sembe di hepi u di biep.
Mi ta da tangi a Pieter Nijdam, a bi hepi u da wan moni u seeka di biep.
Michel Edelsteen di wooko taanga a biep.
Ku hii di oto sembe, kuma meneer Fonkel ku hii meste ku jufrouw.

Di biep de u hii sembe.

A vakantie a o ta opo u neigi yuu te a twalufu yuu.
Hii sembe sa ko aki.
Gaan tangi fii!
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ingezonden
 
Ingezonden
 

Wie kent mij nog

Hallo redactie.

Ik wil graag op de e-mail lijst gezet worden.

Ik wil het kort houden, ik heb in 1990 een herseninfarct gehad en mijn korte termijn geheugen laat me in de steek, maar ook veel van vroeger ben ik kwijt. Ik ben van lichting 60-4.
1962 ben ik eind oktober(weet niet of dat de juiste datum was)maar ik ben wel 1963 terug gekomen in die strenge winter en wij in Rotterdam zoutwater uit de kraan kregen.

In 85, of zo ben ik nog naar een reünie geweest in Nieuwegein.
Het enige wat ik nog weet is de naam Sgt: Cairo, hij had altijd de pik op mij (eikel).
Ook ben ik keeper geweest van het Drieselftal.

Hopelijk zijn er nog oude maten die mij nog kennen, maar dat moet eigenlijk wel want ik heb nogal wat uitgevreten niets schokkends maar toch, als er nog maten zijn die mijn geheugen nog met verhalen of foto, s kunnen opfrissen dan hou ik me aanbevolen.

Nu jullie nog een veer in je....steken jullie doen geweldig werk met het handboek voor oud trissers DE TRISKOERIER.

Groetjes Gerard Hoppema

Driessenshof 84

7121 xw Aalten
Tel. 0543-537337.
 

m.hoppema@live.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zoektocht

 

ZOEKTOCHT
 

 

Boebi Molenberg schreef:  
 
Hi,
 

Mijn naam is Boebi Molenberg en ik ben van lichting 56/6.

Ik was bij de 2e Suriname Cie. 57, 1e Peleton en  was Bren schutter in groep 1 onder Sergeant Tanz, onze luit was Wim Duyn. Cie kapitein was van den Bergh. Mijn no. was 380605245.

Ik woon al sinds 1961 in Australia.
I11 Bellevue Crt.
Mill Park
Victoria

Australia

 
Ik zou graag eens wat jongens van mijn groep willen ontmoeten in een e-mail.
Ik heb mooie herinneringen van mijn diensttijd daar en zou er wel eens over willen kletsen met iemand.
 
Mijn e-mail is:boebi@optusnet.com.au

 

Beste lezers van de TRISKOERIER,

Mijn naam; W.Kloeg. 1e Pel. 1e Sur. Cie. '57 reg.no.360903204,

Zoekt de volgende personen:

 

Lebon

Maastricht

Heesakkers  Brabant
Boutenstein  Rotterdam
Klaassen Harderwijk
v d Hulk Eindhoven
v Dulken  
Hooydonk Vlaardingen
v Houten Den Haag
Kwakman   Amsterdam
J. Scholte Amsterdam
R. Augustein Utrecht
Lt. Haak   
Sgt. Timmer  
Sgt. Lolang  
Schoenmaker Enschede of Hengelo
V d Heyden Roosendaal
De Rooy   Brabant
Sgt. Reinaert  
R. Koopman  
Venneker   Alkmaar

 Misschien dat deze personen de TRISKOERIER ook lezen, laat eens wat van je horen.

 
Groeten;
Wim Kloeg
 
wkloeg@zeelandnet.nl

 

 
Wim PG Heesbeen
 

Ik ben in de loop der jaren al het contact verloren en had graag enkele maten terug willen zien. Ik heb me nu voorgenomen om op z’n minst een lijst van namen en adressen samen te stellen en vraag me af wie me kan helpen.

 

Ik zoek de mensen van 3de peloton Ccie lichting 73-3.

 

Als u al adressen heeft zou ik deze graag ontvangen, en misschien kan deze oproep in Triskontakten geplaatst worden.

 

Mvg

 

Wim PG Heesbeen

Strausslaan 34

5251 HG Vlijmen

 

073 5112162

heesbeen@horizon.nl

 

 

Zoektocht Andries Kemper

Op verzoek ex Tisser  en  dorpsgenoot  Andries Kemper 1e Det. 2e Pel. A.Cie 62 doe ik een poging om dienstmakkers voor hem op te sporen.Mochten maten zich melden ,graag met naam en toenaam door geven aan tris.nl.

 

Namens Andries hartelijk dank;

P.Boerma  2e pel. 2e Cie 58

PS  Hij hoopt jullie 22 sept.in Ermelo te hebben ontmoet.

boerm747@planet.nl

 

Van de lichting 66-3 zijn we op zoek naar de volgende personen! 

NAAM                       

REG. NR. GEBOORTE PLAATS | toenmalig adres

Bakx J.A.A.         

46.10.15.056

Bergen op Zoom                Maratonstraat 17

Bout P.M.                 

47.04.21.036

Sint Maartensdijk                Bosstraat 3

Egmond. C.T. v. 

45.02.20.097

Aalsmeer                             Hornweg 308

Gemeren H. L. v.

47.03.03.153

Rotterdam                           Mathenesserdijk 34b

Graaf M.J. v.d. 

46.10.15.163

Hilversum                            Salmstraat 7

Gijsbertse Piet

46.08.20.164

Wassenaar                          Windlustweg 21

Harms Johan 

46.09.20.180

Rotterdam                           Anemoonstraat 6 b

Hornung R.                 

34.07.04.147

s’-Gravenhagen                   Meppelweg 282

Jezus E.H. de            

46.01.25.232

Rotterdam                           Bruinstraat 44 c

Kamp Gerard           

46.08.14.263

Rotterdam                           Oberonhof 27 (hoogvliet)

Rekmans J.L.G.M.

47.04.03.421

Eindhoven                           Nieuwe Fellenoord 28

Samuels R.                

46.07.17.456

Zwolle                                 Minervalaan 146

Sanden C.F.P. v.d.    

46.10.14.459

Roosendaal                         Voorstraat 21

Sterk J.C.                

46.05.26.481

s’-Gravenhagen                   Valkenboskade 198

Stout Bas

45.03.22.355

Albassedam                         Waalsingel 34  

Vatteroth F.O. 

46.06.26.561

Dessel ( België)                    Vijverstraat 4

Wensink G.

46.01.21.583

Rotterdam                             Hontenissestraat 89

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

oproep
 
OPROEPJES
 
 
Smildenaar doet Vrijwilligerswerk in Suriname:
 
Wij ( Wolter en Tryntsje Bos) zijn van plan om eind 2008 een paar maanden naar Suriname te gaan we willen daar een week of 5 -6 vrijwilligerswerk gaan doen het liefst in het binnenland. We zijn vorig jaar eind december in Suriname geweest en zijn o.a. in Danpaati geweest en hebben gezien hoe Thuiszorg Groningen daar een project heeft. Tryntsje is verpleegkundige en ikzelf ben redelijk goed in het organiseren van dingen. Verder hebben we een gezamenlijke hobby, NL boeken. We organiseren 2x per jaar bij ons in het dorp een redelijk grote boekenmarkt.
 
Kan iemand ons ( op weg ) helpen met een project waar we onze diensten kunnen aanbieden?
We hebben ons ook ingeschreven bij SPS.
 
Reacties aan Wolter Bos, Vaartweg 22, 9422 CN Smilde  of w.bos1@freeler.nl
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ovl ber

Overlijdens bericht
 
Helaas
 
Geachte redactie van de TRIS koerier en TRIS leden,
 
het is mijn trieste plicht u mee te moeten delen, dat afgelopen zaterdag 26 mei mijn vader en TRIS lid Ernest van Deurse onverwacht is overleden aan een allergische reactie op zijn chemokuur. Hij zal vrijdag 1 juni in Maastricht worden herdacht en in Heerlen worden gecremeerd.
 
Adresgegevens:

Ernest van Deurse

Florijnruwe 80D
6218CH Maastricht
 
Groet,
Leon van Deurse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

sun for

Deze animatie wordt u aangeboden door  Sun en Forest Tours

Start de animatie op door op het plaatje te klikken.

Het inladen kan enige tijd in beslag nemen maar is de moeite waard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

oproep redactie

 

 
OPROEP VAN DE REDACTIE  

 

Hoe is het toch met iedereen gegaan na de dienst(plicht) in Suriname.

Is deze periode van je leven van invloed geweest op de jaren erna?

Het zou leuk zijn om dit soort verhalen van elkaar te kunnen lezen in een van de volgende koeriers.

 Stuur je verhalen naar koerier@tris.nl

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Bertien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

volgende koerier

 

 
De Volgende Tris-Koerier   

Ex-Trissers maken hun eigen krant, de huidige redactie wacht op nieuwe verslagen of wat u kwijt wil. De komende Tris-Koerier wordt in februari 2008 verwacht dus na de jaarwisseling.  Wij hopen dan ook weer een leuk nummer te maken met foto's en vele reacties. Dus mannen laat vooral wat van je horen .

Het ligt in de planning om de Tris-Koerier 4 maal per jaar uit te laten komen. Mochten er belangrijke zaken zijn die we u niet willen onthouden, dan informeren we u middels een nieuwsbrief.

Wij hebben uiteraard alles zo zorgvuldig mogelijk uitgewerkt en de onderwerpen wat moeten aanpassen.

Omdat het een blad is van en voor ex-trissers kunt u er dus van alles in kwijt en schroom dus niet, stuur alles op wat  je kwijt wilt.

Heeft u nog vragen of opmerkingen dan horen we dat graag.

de Redactie:

 

EINDE

 

 

 

ugg ale canada goose suomi moncler sale canada goose takki barbour takki moncler takki timberland suomi canada goose sale parajumpers takit canada goose trillium barbour tikkitakki canada goose ale barbour jacket parajumpers long bear moncler untuvatakki parajumpers takki
levitra kaufen kamagra bestellen levitra generika cialis kaufen cialis generika viagra kaufen