Triskoerier.
5e jaargang
April 2007

 

 

Door te klikken op het onderwerp van de inhoudsopgave komt u direct bij het gewenste artikel.

INHOUDSOPGAVE
Van de redactie
Trisreis Suriname maart 200707 
Geklessebes van tante S.
RoTaMa maart 2007
De laatste vaarpatrouille (deel 1)
Uit de oude doos
De zoektocht
Reünie 2007
Oproep redactie
De volgende Tris-Koerier
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VAN DE REACTIE  

 

Beste Trissers.

Tussen de laatste Triskoerier van December 2006 en deze Triskoerier is er weer veel gebeurt. Zoals u heeft kunnen lezen middels de mails en nieuwsbrieven, dat Triskontakten welke voorheen door Bert Meulemans werd beheerd, op 22 september as een landelijke TRIS-reünie-dag organiseert. Dat moment wordt ook aangegrepen om het monument te gaan onthullen. Momenteel wordt er achter de schermen hard gewerkt om het programma geolied te laten verlopen.  Zo u gelezen heeft, hebben we een deel van onze website beschikbaar gesteld voor alle informatie over de reünie en ook kan men zich via www.tris.nl opgeven voor de reünie. Dat maakt het opgeven voor de deelnemers een stuk eenvoudiger en een postzegel is ook niet nodig en vooral veel sneller. Na de opgave krijgt u altijd een ontvangst bevestiging terug van ons, zodat u er zeker van kan zijn dat uw opgave in goede orde is ontvangen. Krijgt u binnen 3 weken geen reactie dan even aan de bel trekken, dit geldt alleen voor aanmeldingen via onze site en trisonline. 

Intussen is wel duidelijk geworden dat TrisKontakten hard aan de weg timmert

 

Foto genomen in Den Haag tijdens de bevrijdingsdag parade Door Hans Schoemaker

De website is voor en door ex-trissers opgezet dus iedereen kan er zijn of haar verhaal maar ook oproep in kwijt. Als er reünies georganiseerd worden middels oproepen, kan dit medium aan het slagen van zo'n initiatief bijdragen, zonder dat wij er deelgenoot van uitmaken. Dat er geen samenwerkingverband is, tussen de Triskontakten en Triskoerier of de website berust louter en alleen, omdat we onderling geen afspraken hebben. Dat is begrijpelijk, ook al streven we samen het zelfde doel na, wij bedienen ons van een ander medium. Trouwens zijn we verzot op verhalen van ex-trissers en we nodigen u dan ook uit om uw verhaal, anekdote over uw diensttijd in te zenden.

 

Bertien v. Breenen
Woonachtig te s’-Hertogenbosch
Gehuwd met een Ex Trisser .
E-Mail : ber10@tris.nl

Jan v. Breenen

Woonachtig te s’-Hertogenbosch

Ex Trisser diensttijd in Suriname 1966-1967 lichting 66-3 Charly compagnie.
E-Mail : jan@tris.nl
Nico Oosterbaan
Woonachtig te Eelde
Ex Trisser diensttijd in Suriname 1974-1975 lichting 74-2  Chauffeur - Verzorging Cie.
E-Mail : nico@tris.nl  

Pieter Nijdam
Woonachtig te Boekel
Ex Trisser  dienstijd in Suriname 1964-1965 lichting 64-3 Bravo compagnie.
E-Mail : pieter@tris.nl

 

E-Mail adres Webmaster  : webmaster@tris.nl
E-Mail adres redactie alg : koerier@tris.nl
 
Wij wensen jullie veel leesplezier
De redactie :
Jan, Pieter, Bertien en Nico

 

 

 

 

 

 

TRIS-REIS SURINAME MAART 2007   
 

Op donderdag 8 maart was het dan zover. Wij moesten om 09.30 uur op Schiphol zijn, alwaar het verzamelen van de troepen plaats moest vinden. Om geen enkel risico te lopen hadden wij een Schipholtaxi besteld met de vermelding dat wij om 08.30 uur op Schiphol aanwezig wilde zijn. Even over 08.30 uur kwamen wij op het afgesproken punt aan waar Pieter Nijdam al aanwezig was. Er moesten in het totaal 19 personen komen, het gezelschap bestond uit 2 groepen. Groep 1 zou de traditionele Trisreis maken en groep 2 (de meeste hadden de Trisreis al gemaakt) zou met een vliegtuig diep het oerwoud worden ingevlogen en van daaruit per korjaal afzakken richting kust. Vanaf 09.15 uur begon de rest binnen te druppelen, werd er kennis gemaakt, vooralsnog het ene oor in en het andere weer uit, de nog beschikbare ruimte in de hersenpan moest gebruikt worden om de allernoodzakelijkste indrukken te verwerken. Na het inchecken, hetwelk soepel verliep, vertrokken we een uur te laat vanwege een door de luchthavenpolitie geweigerde passagier (koffer moest er ook weer uit). Na een rustig

verlopen vlucht landden we om 18.00 uur op het vliegveld Zanderij, waar we door het plaatselijke personeel redelijk soepel door alle obstakels werden geleid. Toen iedereen in de bus had plaatsgenomen werd de tocht naar Paramaribo ingezet. Al snel werd duidelijk dat de Surinamers ons niet ter wille waren geweest om zo weinig mogelijk te veranderen, want langs de hele weg waren huizen en ander bebouwing neergezet. Om 20.00 uur kwamen we aan bij het Eco Resort, snel ons kamersleutel bij de balie afgehaald, want om 21.00 uur zouden we gezamenlijk bij “t Vat (Pieter is daar wel erg bekend) het één en ander nuttigen. De eerste avond hebben we het rustig aan gedaan en zijn om 23.00 uur na bed gegaan.
 

Vrijdag 9 maart.

Na een goed ontbijt zijn we, na kennis te hebben gemaakt met onze reisleider en gids Fenski (Pieter Nijdam was de afvallige, ging lekker met de andere groep mee), in de bus gestapt voor de city-tour, maar eerst zouden we het “Prins Bernhard Kampement” (Memre Boekoe) gaan bezoeken. Vol verwachting klopte ons hart of we er nog veel van konden herkennen. Niet alles was even duidelijk, maar gaandeweg werd vol enthousiasme toch behoorlijk veel herkend. De rondleiding werd gedaan door een luitenant die, steeds enthousiaster, zijn afkeer van  President Venetiaan liet blijken, de militairen kregen van de regering te weinig geld voor onderhoud, of dat waar is kunnen wij niet beoordelen, maar met het onderhoud was het droevig gesteld. Ford Zeelandia was vervolgens aan de beurt, dat en de omgeving hebben we lopend verkend, waarbij we heel veel informatie kregen van Fenski ( met hem hadden we het wel heel bijzonder getroffen), hebben ook vele gerestaureerde prachtige houten huizen kunnen bewonderen. Met het busje zijn we toen naar de Noodmarkt gegaan en hebben daar een uurtje de gelegenheid gekregen om indrukken op te doen en een hapje te eten, op de terugweg hebben we nog een Joodse Synagoge gezien, dat hun buur een moskee was leek niemand te deren. Vanaf 14.00 uur was vrij te besteden, s’avonds zouden we met de 2 groepen gezamenlijk gaan eten (waarschijnlijk een restaurant waar Pieter aandelen in had).

Zaterdag 10 maart.

Groep 2 gaat vanmiddag met het vliegtuig het binnenland in, dus vanaf nu gaan we verder met alleen groep 1. Tijd voor een kennismaking, langzamerhand beginnen we, geheel in ons eigen tempo (de leeftijd?), de namen van ons gezelschap te leren kennen. Sietse Bonnema (61 jaar), mocht met Arno (Nol) van Heerwaarden (61 jaar) mee, omdat Arno, hoewel met zijn vrouw Ria (60 jaar), toch wel wat aanspraak wilde hebben, omdat zijn vrouw Ria op vakantie was naar  Suriname met haar boezemvriendin Gerrie Verseput (57 jaar). Ingewikkeld? Welnee!! De volgende 2 heren, Wil Koet (65 jaar) en Leo Geus (64 jaar), riepen aanvankelijk wat vraagtekens op, omdat zij hetzelfde thuisadres bleken te hebben. Zij waren echter allebei in “het bezit” van een liefhebbende vrouw, die ze geheel belangeloos hadden thuisgelaten, ook boezemvriendinnen, waaruit blijkt dat je ze niet persé mee hoeft te nemen. Dan kom ikzelf (Arie Rietveld, 64 jaar) en Nel (65 jaar) aan de beurt, ogenschijnlijk een heel normale situatie, ware het niet dat het onderlinge lengteverschil ons toch wel tot een uitzonderlijk stel maakt. Jos Ripken (nog 52 jaar), onze benjamin, later door Wil, liefkozend, Joske genoemd, ging een beetje zijn eigen gang, zonder zich van de groep af te zonderen. Een leuk groepje dus. Vandaag doen we de plantage- tour. Om 09.15 zijn we per bus vertrokken naar Leonsberg, daar zijn we in een Javaanse korjaal gestapt en daarin de Commewijnerivier overgestoken en bij fort Nieuw Amsterdam aan wal gestapt, alwaar we, inmiddels gewend, een uitgebreide uiteenzetting van alle wetenswaardigheden kregen voorgeschoteld door Fenski. Op deze tour ging ook een Surinaamse vrouw (was na 34 jaar teruggekeerd uit Nederland en weer in Suriname gaan wonen) met dochter en vriend en kleindochter, waren voor 3 weken op vakantie, met ons mee. Deze vrouw was een echte natuurliefhebster en wist over elk bloemetje en takje wel iets te vertellen. Per korjaal zijn we toen naar de plantage “Rust en Werk” gegaan, hebben een wandeling gemaakt door een paar dorpjes, garnalen pellen mogen aanschouwen, en zijn vervolgens per korjaal naar Fredriksdorp gegaan, een oude plantage door een oud Trisser omgebouwd tot een vakantiedorp, daar hebben we gegeten en nog een voorstelling van Javaanse dansen gezien, vervolgens zijn we met de korjaal en daarna de bus naar de oude suikerriet verwerkingsfabriek van Mariënburg gegaan en hebben daar de laatste resten van de ruïne gezien. Jammer vroeger werd er ook nog die lekkere Surinaamse rum gemaakt en gedronken, want in onze actieve Tris tijd zijn velen van ons daar op excursie geweest en hebben een paar  rum cola’s weggewerkt. Terug bij de korjaal, miste Gerrie tot haar grote schrik haar bril, gelukkig had ze de bril naar boven over heur haar geschoven. Misschien waren heur haren over de ogen geschoven? Terug met korjaal naar Leonsberg en vervolgens met de bus naar Eco Resort, daar hebben Leo, Wil, Nel en ik (Arie) lekker wat Djogo’s genuttigd, Nel witte wijn, hebben ons daarna wat verfrist, en zijn daarna bij ’t Vat als grote kerels, ja ook Nel, verder gegaan.

Zondag 11 maart.

Vandaag een vrije dag.

Eerst even met het thuisfront gemaild daarna hebben we een taxi genomen naar de Wijdenboschbrug, daar naar boven gewandeld en vanaf het hoogste punt video opname’s en foto’s gemaakt. Op de terug weg met de taxi heb ik het kruispunt gezien waar ik in 1963 bij het rijexamen door het rode licht ben gereden en daarmee mijn rijbewijs verspeelde. De rest van de dag hebben we door Paramaribo gelopen in de hoop dat ik bepaalde plekken zou herkennen, het enigste resultaat was Kersten, tussen de buien door hebben we heel wat af gelopen en bij Krasnapolski buiten koffie zitten drinken, later hoorde ik van een wat oudere Surinamer dat waar nu Krasnapolski is vroeger de Tutti Frutti bar, bekend bij vrijwel iedere oud trisser, moet zijn geweest. s’Avonds hebben we de gebruikelijke versnaperingen genuttigd bij ………’t Vat.

Maandag 12 maart.

Om 08.00 uur, na het inleveren van de koffers en het uitchecken, zijn we per bus vertrokken naar Nickerie. Allereerst door het Saramacca district, waar de mensen veel groenten verbouwen. Om 09.15 uur zijn we aangekomen in Groningen, waar we in het plaatselijke theehuisje zelfgemaakte koffie hebben gedronken, van Fenski kregen we een nog warm pittig broodje. Het begon ook nog een beetje te regenen, toch was het wel een idyllisch plekje aan de Saramacca rivier. De vrouwen hebben nog in een deuk gelegen toen Sietse een paar bananenschillen in een afvalbak deponeerde, daarvoor had hij wat ander afval dat onder bak lag ook nog netjes in de bak gedeponeerd, hij had echter niet in de gaten dat de bodem van de afvalbak ontbrak, geheel milieu trouw heeft hij daarna nog een poging ondernomen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Onderweg hebben we nog een stop bij de voormalige pont overgang (inmiddels is er een brug) van de Saramacca rivier gemaakt. Na weer vertrokken te zijn vroeg Gerrie na ongeveer 5 minuten wanneer we nu over die brug gingen, waren we direct na vertrek over heen gereden. We hebben Gerrie een beetje geholpen gedurende de rest van de vakantie en haar netjes gewaarschuwd als wij een brug passeerde. In het Coronie district hebben we geluncht bij een Creoolse vrouw thuis, zij wil een soort eethuisje opzetten om gezelschappen zoals wij van eten te voorzien, ze moet echter een beetje bekend worden en heeft daarvoor visitekaartjes nodig. Onze pr. man Wil heeft zijn kennis ter beschikking gesteld en de vrouw beloofd, in Nederland te zijn aangekomen, spoorslags aan de gang te gaan met een groot pr. offensief en visitekaartjes voor haar te maken en op te sturen. Vervolgens zijn we naar Wageningen gereden om daar een, alweer failliete, rijstfabriek te bezichtigen. Om 15.00 uur kwamen wij bij ons hotel, Residence Inn, in Nickerie aan. Na het inchecken op zoek geweest naar herkenbare plaatsen, helaas niet gevonden, ik wist nog wel hoe het ziekenhuis er uitzag, dat was een gebouw met verdiepingen, maar nu was het een complex van gebouwen gelijkvloers. ’s Avonds zijn we met de hele groep bij een Chinees gaan eten en naar afloop op zoek gegaan naar een spannend tentje, maar het was nog te vroeg. We zijn bij het terras van het hotel wat gaan drinken en toen om 22.30 uur de vrouwen naar bed waren vertrokken, vertrokken wij naar een spannend tentje (alle mannen), aldaar aangekomen namen we een behoorlijk aantal aantrekkelijk dames van jonge leeftijd waar, één van hen trakteerde ons op een onvervalste striptease, om veiligheids redenen zijn we daarna maar teruggekeerd naar ons hotel.

Dinsdag 13 maart.

Om 08.00 uur zijn we opgestaan en hebben we ontbeten, zodoende waren we op tijd voor het appèl om 10.00 uur in het Irenekampement (Prof. Dr. Ali kazerne). Ook dit kampement bleek compacter te zijn als dat in het geheugen vast lag. Het zag er allemaal nog redelijk uit en de rondleiding werd gastvrij uitgevoerd, aan het einde van de rondleiding heeft de plaatselijke commandant, een majoor, ons uitgelegd wat zijn werk was n.l. o.a. het bewaken van de grenzen, dat hebben even later kunnen controleren op de Zeedijk, waar we getuigen waren van z.g. Backtrack-route, een wel zeer druk gebruikte smokkelroute tussen Nickerie en Brits Guyana. De Hindoetempel op de Zeedijk was helaas gesloten. Tussen de middag hebben we roti gegeten in een rotitent en genoten van elkaars (on)handigheid bij het nuttigen daarvan. De rijstfabriek van Mangli hebben we daarna bezichtigd en het moet gezegd worden, het ziet er daar erg netjes uit en het lijkt erop dat ze alles echt wel onder controle hebben. Om 16.00 uur waren we terug bij ons hotel, hebben wat gewandeld (op zoek naar herkenningspunten) en zijn ’s avonds weer met de hele groep gaan eten en daarna het terras bij het hotel weer bezet voor het nuttigen van de nodige vrolijke (een uitspraak van Fenski) drankjes. Toen Nel om tegen 23.00 uur als laatste vrouw naar bed ging, heb ik net hard genoeg gezegd “jongens de vrouwen zijn naar bed dus kunnen we gaan”, het werkte, Nel draaide zich om en maakte kenbaar dat daar niks van in kwam.

Woensdag 14 maart.

Nadat we de plaatselijke markt nog even hadden bezocht zijn we om ongeveer 11.00 uur weer per bus richting Paramaribo vertrokken. Dezelfde weg met gaten en zo, gedeeltelijk zigzaggend, weer afgelegd, 240 kilometer, een hele ruk. De lunch hebben we weer bij dezelfde vrouw als op de heenweg genuttigd. Wil, je weet nog wel, onze pr.man heeft adressen en telefoonnrs. uitgewisseld met zijn cliënt. Zo eenvoudig was dat nog niet want Wil dacht bij een adres zit ook een plaatsnaam, echter de tijd om een plaatsnaam te creëren en officieel vast te laten leggen ontbrak zodat Wil genoegen moest nemen met, zoals in Suriname gebruikelijk, de districtsaanduiding Coronie. Dat zal wel weer extra problemen opleveren met het ontwerpen van het visitekaartje. Na de lunch hebben we onze rit naar Paramaribo vervolgd, maar werden onderweg, in de buurt van Paramaribo, geconfronteerd met een oponthoud t.g.v. een aanrijding. Een brommer pakte ons, met geweld, van achteren, met als gevolg een bijna niet te onderscheiden deukje in de bumper. In Suriname moet ten alle tijden de politie daarbij komen, dus een file was daarvan het gevolg. Na enige tijd arriveerde onze reserve bus en die parkeerde het busje op een dusdanige wijze dat iedere doorstroming daardoor praktisch onmogelijk werd. De tot dan toe redelijk rustige automobilisten gingen toen volledig door het lint en zorgde voor een oorverdovend toeterconcert. Uiteindelijk kwamen we toch nog om 16.30 uur bij Eco Resort waar we even snel dachten in te checken. Helaas, een nogal norse dame deelde ons mede dat het inchecken pas vanaf 17.00 uur mogelijk was. Omstreeks die tijd vervoegde wij ons wederom bij de balie en kregen te horen dat wij rustig op onze plaats het verdere vervolg konden uitzitten, na ongeveer wederom 20 minuten werden de sleutels en kamernummers overhandigd. s’Avonds hebben we, met veel plezier, gezamenlijk bij ’t Vat gegeten en…..wat gedronken.

Donderdag 15 maart.

Vandaag hebben we weer een vrije dag en zijn Paramaribo maar weer verder gaan verkennen en hebben wat gewinkeld. De volgende dag zouden we richting Albina en het Galibistrand vertrekken. ’s Avonds op zoek gegaan naar een eet, annex drankgelegenheid en hebben die ook gevonden, de naam van die gelegenheid……….’t Vat. Na wat gegeten en gedronken te hebben, besloten we het niet te laat te maken. Leo, de maat van Wil, was reeds naar het hotel vertrokken toen wij in contact kwamen met een Nederlands/Surinaams (Hindoestaanse vrouw) echtpaar, die vanuit Nederland in Suriname op vakantie waren. De inhoud van ene na de ander Djogo, voor Nel witte wijn, werd in de dorstige kelen gegoten. De man had nog een prettige mededeling voor ons in petto, hij was ook in Galibi geweest en was om 19.00 uur al onder veilige klamboe gedoken vanwege een onrustbarende muskieten plaag, op dat moment maakte het ons, vanwege de alcohol, niet zoveel uit, maar de volgende dag gaf het toch een wat onprettig gevoel.

vrijdag 16 maart.

Om 08.00 uur zijn we vertrokken naar Albina. Onze eerste stop was bij een supermarkt, daar hebben we de nodige drank ingeslagen, want op ons overnachtingadres werd er vanuit gegaan dat we zelfvoorzienend waren, alleen voor de slaapruimte werd gezorgd en een eet, annex  ontspanningsruimte. Tijdens deze stop werden we door Fenski en Thea, onze kokkin, van koffie en cake voorzien. We vervolgde onze rit over de slechtste asfaltweg van Suriname, wordt met behulp van China en Frankrijk binnen afzienbare tijd ( Ronnie Brunswijk had dit tijdens de verkiezings campagne als speerpunt) aangepakt. De volgende plaats was Moengo, de woonplaats van Ronnie Brunswijk. Moengo is van ouds een dorp waar veel werknemers van Suralco wonen en is dan ook erg ruim opgezet, na de binnenlandse oorlog zijn er veel vluchtelingen blijven wonen. Vlak voor Albina hebben we ook nog het geboorte dorp van onze Ronnie gezien, het was opgetrokken met door Ronnie Brunswijk betaalde woningen, want de oude woningen waren als wraakactie door het nationale leger platgebrand. In Albina aangekomen zijn we eerst het Prinses Margriet kampement (Akontoe Velantie kazerne) gaan bezichtigen, de rondleiding werd gedaan door een soldaat 1e klas die alleen maar heeft gezegd dat we niet mochten filmen en fotograferen. Na dit nostalgische intermezzo hebben we ons naar een soort park met wat open paviljoentjes begeven, inmiddels was het gaan regenen. Onder één van die afdakjes heeft Thea ons een maaltijd geserveerd van aardappel en groente salade met gebraden kip. Na afloop van de maaltijd zijn we in de indianenkorjaal (was een stuk groter dan een normale korjaal en ook nog zeewaardig, voor wat het waard is) gestapt en hebben ongeveer 1 ½ uur kunnen genieten van ware slagregens. Aangekomen in Langamankondre stonden we met z’n allen gezellig op de wal, door en door nat, te rillen van de kou, jazeker van de kou, echter lang heeft dat niet geduurd, na droge kleren te hebben aangetrokken, de natte kleding te droge te hebben gehangen, mijn geld op bed uitgespreid, biljetje voor biljetje, te drogen te hebben gelegd, voelden wij ons weer langzaam mens worden, een warme kop koffie heeft daar zeker toe bijgedragen. Fenski had nog een prettige mededeling voor ons, want in tegenstelling tot wat ons was voorgehouden, kregen we per 2 een apart slaapruimte. Om 23.30 uur zouden we per korjaal naar het Galibi strand worden gevaren om een aldaar een, eieren, barende soepschildpad te kunnen aanschouwen ( weegt om en nabij de 300 kg.). Aangezien het maar niet echt droog wilde worden werd, na ampele overwegingen, unaniem besloten om dat op deze avond maar niet te gokken, we waren toch een extra dag op deze plek gedumpt, dus konden we de volgende avond een nieuwe kans wagen. Dit besluit werd gevierd met de nodige vrolijke drankjes, met als gevolg dat de stemming de betekenis van de drankjes dicht begon te benaderen of wellicht wel heeft overschreden. Uiteraard zijn we allemaal op uiterst redelijk tijdstip naar bed gegaan.  

 zaterdag 17 maart.

Vandaag om 09.30 uur ontbeten, het is een schitterende zonnige dag, hadden we wel verdient na gisteren. Na het ontbijt zijn we op pad gegaan om Langamankondre en daarna Christiaankondre, beiden indianen dorpen, te gaan bekijken. We hebben een bakkerij, dat vond onze koude bakker Wil (in zijn werkzame periode een warme bakker) wel interessant, en een winkeltje waar snuisterijen, gemaakt door de plaatselijke indianen vrouwen, vooral kettingen, waarvan de kralen vruchtjes van bomen waren, te koop werden aangeboden. Fenski heeft ons weer veel verteld over planten en vruchten en allerlei ander zaken. Teruggekomen konden we gelijk aanvallen. Onze kokkin Thea had rijst groente en vis in de aanbieding. Na het eten was er niet veel te doen en de meeste van ons zijn maar een tukje gaan doen. Fenski kwam ineens op het idee dat hij wel zin had in een pilsje, maar om alleen aan een Djogo te beginnen zag hij niet zitten, ik heb hem, geheel tegen mijn gewoonte in (voor de avondmaaltijd drink in principe geen bier, bang dat ik de volgende lekkerder vind) heb ik hem daarbij geassisteerd, maar na 1 glaasje bier van Fenski was ik ineens geen assistent meer en stond ik alleen voor de taak de Djogo te ledigen om daarna ( immers de volgende is lekkerder) maar weer aan een nieuwe te beginnen. De avondmaaltijd bestond uit rijst groente en kip. Om 19.45 uur zijn we in de korjaal gestapt om naar Galibi te vertrekken om aldaar de one-woman show van  een soepschildpad te aanschouwen. Met korte lichtflitsen, van de zaklantaarn, zocht de gids het strand af naar sporen van een aan land gegane  soepschildpad. Na kort tijd had hij een spoor ontdekt en werden wij op het strand gedropt, alwaar wij moesten wachten tot het schildpad de eieren had gelegd, dit om te voorkomen dat het schildpad voortijdig naar zee zou terugkeren. Na enige tijd werd ons toegestaan ons naar het schildpad te begeven, er mocht echter geen licht worden gemaakt en ook mocht er bij het fotograferen geen flits worden gebruikt. Het schildpad was bezig het gat waarin de eieren waren gedeponeerd te dichten. Ria had in een poging de flits van haar fototoestel uit te schakelen iets fout gedaan met als gevolg dat haar hele toestel was ontregeld, echter bij de eerste poging een foto te nemen deed de flits het wel, na een reprimande van de gids is Ria toch maar gaan zitten genieten van de foto, zij was er als enigste in geslaagd een duidelijke foto te maken. Inmiddels was de schildpad al ver gevorderd met het dichten van het gat. Wil was gezellig bij het schildpad gaan liggen om een beetje bij te praten, uit erkentelijkheid heeft het schilpad toen, tussen haar werk door en omdat ze niets anders voor poten had, Wil getrakteerd op een lading zand hetwelk door Wil zeer op prijs werd gesteld. Na gedane arbeid nam het schildpad opeens het besluit terug te keren naar zee, draaide zich, verrassend snel, plotseling om, rustte even, kroop een aantal meters verder, rustte even en verdween vervolgens in zee. Wij zijn daarna met de boot terug gegaan naar Langamankondre, om daar, blij dat we het droog hadden gehouden, onze vreugde om te zetten in drank en een hoop lol. De gids kwam ons ook nog met een bezoek vereren en bleek een fervent voorstander van het gebruik van vuurwater, in dit geval bier. Na enkele pilsjes vertelde hij ons dat hij de verhalen verteller van de regio was ( hij bedoelde moppentapper), Leo, die met Jos was achtergebleven toen wij schildpadje gingen kijken, had samen met Jos al aardig aan de drank geroken en vond dat moppentappen wat leuk en om dat alles door te laten gaan en zichzelf de kans te geven te wedijveren met de gids om het moppentappen, haalde hij geheel tegen zijn gewoonte in (normaal gesproken liet hij dat een ander doen) de ene Djogo na de andere. Na verloop van tijd, en zeker niet vroeg, gingen de vrouwen naar bed. Onze gids begon toen aan een nieuw item n.l. het schatten van leeftijden. Als eerste was Wil aan de beurt, hij werd geschat op 65 jaar wat aardig goed was. Leo, een beetje overmoedig geworden door al dat bier en zijn veronderstelde goede relatie met de gids, begon er op aan te dringen om de gids zijn leeftijd te laten schatten. De gids liet zijn oog taxerend over Leo dwalen en liet plotseling zijn oordeel horen. 72 jaar, daar had Leo niet op gerekend, wij ook niet, wij hadden een paar jaar minder verwacht, maar de schatting werkte bij ons zo erg op de lachspieren dat ons lachsalvo ons vele jaren jonger leek lijken, dit bleek wel uit de volgende schatting, Sietse werd geschat op 50 jaar, in werkelijkheid 61 jaar, vlak daarna ging Sietse en Nol naar bed, op zijn kamer hoorde wij hem nog blij doorlachen en daarna is hij lekker verder gegaan met deze, voor hem, mooie droom. De gids was na al deze hilariteit zo overmoedig geworden dat hij om een fooitje vroeg. Dit viel echter geheel in verkeerde aarde bij Wil, die op zijn geheel eigen wijze de volgende dialoog aanging. Wil tegen de gids; “Jij gaat nu gaat nu naar bed Jij gaat nu slapen” Na deze reprimande vertrok de gids en na nog even nagepraat te hebben zijn wij, Wil, Leo en Arie, ook na bed gegaan. Al deze drank had voor mij als gevolg dat ik dacht al weer ergens anders te zijn en toen ik  ‘s nachts mijn bed uit moest om op de wc wat te gaan doen, was ik het spoor bijster , gelukkig was Jos al op en hij heeft mij weer op het goede pad geholpen.

zondag 18 maart. 

Na ontbeten te hebben zijn we met z’n allen een wandeling gaan maken over de rivierstranden. Het was inmiddels prachtig weer geworden hetwelk er aan bijdroeg om deze wandeling tot een aangename bezigheid te maken. Om 11.00 uur zijn we met onze spullen weer in de korjaal gestapt en zijn, dit keer onder ideale weersomstandigheden, in ongeveer 5 kwartier naar Albina gevaren. Daar aangekomen hebben we in één van de paviljoentjes de door Thea klaargemaakte maaltijd, bruine bonen met rijst en …….kip, tot ons genomen en na nog een kop koffie te hebben gedronken zijn we in de bus gestapt en aan de terugweg naar Parimaribo begonnen. Onderweg zijn we nog gestopt bij het in aanbouw zijnde monument voor Moiwana. Dit dorp werd op 29 november 1986,door een commando van het nationale leger overvallen, daarbij werden 50 dorpelingen, meest vrouwen en kinderen, omgebracht. Vervolgens zijn we nog gestopt bij plantage de Peperpot, vanouds een koffieplantage, waar Fenski ons weer heel veel over planten e.d. heeft verteld. Na deze wandeling zijn we weer in de bus gestapt om onze weg naar Parimaribo te vervolgen. Om ongeveer 18.00 uur kwamen we aan bij ons hotel. De avond hebben we op de gebruikelijke, ingetogen, manier doorgebracht op het terras van, hoe is het mogelijk, ’t Vat.   

maandag 19 maart.

Vandaag hebben we weer een vrije dag. We hebben lekker uitgeslapen, op ons gemak van het ontbijt genoten, op weg gegaan naar het internetcafé om een mailtje met onze belevenissen naar de kids te zenden, een lekker bakkie koffie bij “t Vat gedronken en toen Paramaribo maar weer ingetrokken. In de Keizerstraat het politiebureau gevonden van waaruit ik voor de 2e keer een poging heb gewaagd om mijn rijbewijs te bemachtigen en dat is gelukt. Daarna hebben we gewinkeld en wat spullen ingeslagen. Een hapje gegeten onder Krasnapolski en op ons gemak gekeken wat er allemaal voorbij kwam. Een rustig dagje dus en daar hebben we nog een rustige avond aan toegevoegd.

dinsdag 20 maart.

Overbridge was vandaag ons eerste doel. Het is het begin van een 6-daagse tour. Onderweg naar Overbridge hebben de bauxietmaatschappij Suralco in Paranam mogen aanschouwen (van gepaste afstand). Aangekomen in Overbridge waren we blij verrast toen we te horen kregen dat we per 2 een cabana hadden toegewezen gekregen0. Deze cabana’s zagen er keurig netjes uit zoals trouwens het hele resort. Na ons geïnstalleerd te hebben zijn de meeste van ons een duik gaan nemen in de Suriname rivier, een gedeelte was met netten afgeschermd tegen de piranha’s, hetgeen niet de schrik voor deze veelvraten wegnam getuige de reactie van Nol toen ik hem per ongeluk met mijn teennagel aan zijn kuit raakte, hij maakte een noodsprong en had pas daarna in de gaten dat er geen gevaar dreigde. Na de gezamenlijke lunch zijn we per boot vertrokken naar de Jodensavanne, dat was wel interessant. We hebben op onze manier de aanwezige ruïnes geïnspecteerd en zijn o.a. ook nog tarantula tegenkomen, uit zijn nest gejaagd door Sietse, na nog een eindje gewandeld te hebben over een savanna-achtig terrein, moeder wat was het heet, kwamen we terecht bij het Cordon pad, in vroegere tijden aangelegd om gevluchte slaven het leven moeilijker te maken. Teruggekomen op het ressort kon er gevist worden op piranha’s, Wil en Jos hebben een poging gewaagd, maar de piranha’s waren wel bijtgraag maar niet hapgraag. Uiteindelijk heeft Jos er toch één gevangen, met toeschouwers erbij, heeft hem weer onthaakt, met een kus afscheid genomen en weer terug gegooid in het water, net op tijd om de aanwezigen de kans te ontnemen er een foto van te maken. s’Avonds gezamenlijk gegeten in het restaurant en daarna zijn we op kaaimannen jacht geweest, hebben inderdaad, op afstand wat rode oogjes, gevangen in het licht van een zaklantaarn, gezien en zijn daarna met z’n allen op het balkon van één de cabana’s een vrolijk drankje gaan nuttigen.

woensdag 21 maart.

Om 06.30 uur zijn we opgestaan om een wandeling te gaan maken en, vanwege het vroege tijdstip, veel vogels te zien. Het was een mooie wandeling maar helaas hebben we niet zoveel vogels gezien, zeker te luidruchtig  geweest. Om 09.00 uur hebben we ontbeten en om 10.00 uur in de bus gestapt op pad naar Brownsberg. Onderweg naar Brownsberg hebben we eerst nog een bezoek gebracht aan het voormalige kampement Brownsweg, helaas waren, t.g.v. de binnenlandse oorlog, alleen de fundamenten en een z.g. gerestaureerd hok nog aanwezig. Doodzonde want het was een mooi rustiek kampement. Vervolgens hebben we de rit naar Brownsberg voortgezet en zijn daar ongeveer om 13.00 uur aangekomen. We werden naar een uithoek van het park gereden waar een soort jeugdherberg ons onderkomen, voor 2 nachten, bleek te zijn. Kennelijk was het al een tijdje niet meer gebruikt, want alle bedden lagen buiten om te luchten, niet lang genoeg want de muffe lucht was niet verdwenen. Even later kwam Fenski met een zak vol beddengoed en mochten we uitzoeken wat we nodig hadden. Er waren 2 kleine kamers, toegewezen aan de boezemvriendinnen en het echtpaar Rietveld, de 2 grote slaapzalen aan de overige 5 mannen en de andere was voor Fenski en Thea. Iedereen was behoorlijk teleurgesteld over de accommodatie, waar van alles aan mankeerde. ’s Middags hebben we nog een mooie wandeling naar

het Mazaronie plateau gemaakt met schitterende uitzichten over het Brokopondo stuwmeer, daarna zijn we wat gaan drinken in het “restaurant”, waar de plaatselijke kroegbaas de krant zat te lezen en daarmee rustig verder ging toen wij binnenkwamen. Op de vraag of we iets konden drinken kregen we te horen dat we het zelf maar moesten pakken en dat we het op konden schrijven in het aan aanwezige bloknootje, ook konden we wel direct betalen maar erg veel enthousiasme werd daarbij niet ten toon gespreid. Na de avondmaaltijd zijn we met z’n allen weer naar het “restaurant” gegaan, hebben daar wat gedronken, veel schik gehad en ook nog gesjoeld. Om ongeveer 23.00 uur zijn we naar bed gegaan en werden aanvankelijk wakker gehouden door de muffe lucht van het bed e.d. en de kikkers.

donderdag 22 maart.

Na het opstaan werden de ervaringen van afgelopen nacht nog even uitgewisseld. Jos kreeg van Wil het verwijt dat hij hem alleen ( Jos was met bed en al gevlucht voor het luidruchtige snurken van o.a. Wil) had gelaten. Jos antwoordde hierop dat het wel meeviel want voor hij wegging had hij nog even snel de duim van Wil in diens mond gestopt.  Vandaag gaan we naar de Irenevallen. Na het ontbijt hebben we afgesproken dat we om 10.00 uur zouden vertrekken. Leo zou in de zeer nabije omgeving nog wat foto’s gaan maken. Om 10.00 uur geen Leo en ook geen Fenski, die was al even op zoek naar Leo. Om 10.15 uur gingen we ons toch wel zorgen (Leo was niet een man die zich niet aan afspraken hield) te maken. Even later kwam Fenski aangelopen zonder Leo en zijn we met z’n allen op zoek gegaan, zonder resultaat. Na een kleine 2 uur zoeken wisten we het ook niet meer en vreesde we het ergste (Leo was ook suikerpatiënt). We zaten net met elkaar te overleggen wat nu moesten gaan doen, toen Fenski terugkwam met de mededeling dat 2 mannen die naar de Irenevallen waren geweest Leo waren tegengekomen en dat alles met hem in orde leek te zijn. Zorgen sloegen om in boosheid en we vroegen ons af hoe dit toch mogelijk kon zijn. Direct hierna zijn we ook op pad gegaan naar de Irenevallen. Na ongeveer 20 minuten kwamen wij aan bij de splitsing van de weg naar de Leovallen (hoe toevallig) en de Irenevallen en wie zat daar geheel uitgeput, Leo. Wil, zijn maatje, ging direct in de aanval en eiste een verklaring. Leo had zijn naam horen roepen ( Fenski was op zoek en had zijn naam geroepen) en had als conclusie getrokken dat de groep al onderweg was en dat Fenski hem had geroepen om aan te sluiten ( een beetje vreemd want natuurlijk waren we niet zonder hem vertrokken). Op de opmerking van Wil dat hij en de anderen 2 uur naar hem hadden lopen zoeken, antwoordde Leo, “dan ben je ook eens op zoek geweest naar mij”. Dit schoot bij de groep in het verkeerde keelgat. We zullen het er maar op houden dat Leo een black-out heeft gehad en dat we blij moesten zijn dat alles goed was afgelopen. Wil is met Leo teruggegaan naar ons “riante” onderkomen en wij zijn verder gegaan naar de Irenevallen. Het was een mooie afdaling en aangekomen bij ons doel hebben we verkoeling gezocht in het koele water. Na ongeveer een half uur zijn we weer op de terugweg gegaan. Het was een hele pittige klauter partij naar boven, ongeveer 200 tot 300 meter hoogte verschil overbruggen in nog geen 2 km., iemand die last heeft van kortademigheid (ikzelf) moet ik dit ten zeerste ontraden. Uiteindelijk is het ons (de anderen hadden er duidelijk minder moeite mee) gelukt en hebben we ons weer bij Wil en Leo gevoegd. De rest van de middag hebben we op een rustige manier doorgebracht en ’s avonds na het eten (de regen kwam inmiddels met bakken uit de lucht) zijn we, met uitzondering van Leo, weer naar het “restaurant” geweest, en hebben daar wederom een gezellige avond meegemaakt. Hoe gezellig? Toen we terug kwamen en ons te bed hadden begeven konden we de slaap niet vatten vanwege het puberaal gegiechel en gekwebbel van onze 2 boezemvriendinnen, ik ben ze toen maar gaan vertellen (misschien ook wel op een puberale manier) dat ik niet kon slapen, Wil was er als de kippen bij om dit te bevestigen, en aangezien het Nol niet beviel dat er zich 2 vreemde kerels, midden in de nacht, in de nabijheid van zijn vrouw en haar boezemvriendin, bevonden, is hij ook maar zijn bed uitgekomen om zogenaamd de vrouwen tot de orde te roepen. ’s Nachts is Wil nog bezocht door een kikker die gezellig op zijn gezicht kwam zitten om een beetje bij te praten.

vrijdag 23 maart.

Om 09.00 uur hebben we ontbeten en om 11.00 uur hebben wij ons “favoriete” slaapverblijf verlaten, in de bus gestapt en vertrokken voor onze etappe naar Jaw Jaw. Allereerst zijn we naar de supermarkt in het dorp Brownsweg gereden om daar de nodige “vrolijke drankjes” in te slaan (later bleek Jos hier zijn weggooi camera te zijn kwijtgeraakt), hierna zijn we over de redelijk begaanbare bauxiet weg naar Atjoni gereden, onderweg zijn we nog gestopt bij de z.g. Poederberg, die afhankelijk van het weer diverse kleurschakeringen ten toon spreid, de weg is dwars door de Poederberg uitgegraven. In Atjoni aangekomen hebben we eerst de door Thea bereidde lunch genuttigd. Het was een mierennest van bedrijvigheid. Hier worden allerlei mensen en goederen aangevoerd en in de klaarliggende korjalen geladen om naar de dorpjes langs de boven-Suriname rivier te worden getransporteerd. Wij zijn daar ook in een korjaal gestapt en naar Jaw Jaw gevaren, onderweg begon het weer te regenen, maar het was gelukkig van korte duur. Het was een mooi tochtje en ik heb ook nog het één en ander gefilmd, ik dacht dat het vanaf de boot wel was toegestaan maar één van de dorp bewoonsters dacht daar kennelijk heel anders over en probeerde ons met een stuk zeep te raken. Het was natuurlijk nooit mijn bedoeling die mensen in verlegenheid te brengen, zij denken, dat, als ze op de foto of  video komen dat hun beeltenis door een boze geest wordt gevangen, en dat zou ik niet op mijn geweten willen hebben. Na ongeveer 30 minuten te hebben gevaren kwamen we aan in Jaw Jaw. Jaw Jaw ligt aan een werkelijk schitterende stroomversnelling (sula genaamd) gevormd door grote keien en rotsblokken, waar de dorp bewoners alles wat schoon moet worden in de rivier aan een schoonmaakbeurt onderwerpen. De dorpsjeugd spartelt daar met groot plezier in de rivier rond. We werden

ingedeeld in hutten waar 4 tot 5 mensen konden slapen, wij kregen echter per 3 personen een hut toegewezen. Ria stelde voor één hut met  de 3 vrouwen te bevrouwen hetgeen met algemene stemmen werd aanvaard, Nol, Sietse en Jos (wilde kennelijk aan het gesnurk van Wil ontsnappen) namen bezit van de bovenste ruimte van de hut en Leo, Wil en ikzelf hadden het onderste gedeelte ter beschikking. Hoewel erg primitief stak dit gunstig af bij ons verblijf op de Brownsberg, het was schoon en voor zover mogelijk fris en dat was voor ons voldoende. ’s Middags hebben we een wandeling door het dorp gemaakt en goed uitgekeken met fotograferen en video opnemen. Gerrie en Nel namen  in de namiddag een lekker wijntje wat tot gevolg had dat Gerrie en Ria al redelijk vroeg in de avond naar bed gingen. Na het eten zijn we dan toch maar aan de “vrolijke drankjes” begonnen en na verloop van tijd wilde Nel ook naar bed gaan, echter, op hetzelfde moment kwamen de andere twee dames hun bed weer uit en voegde zich bij ons gezelschap, Nel is toen ook maar gebleven, het is daarna alweer een gezellige boel en laat geworden. Eén en ander had wel gevolgen. Nel moest al weer snel haar bed uit om op de wc het één en ander te gaan doen, ze raakte echter verstrikt in de gordijnen (klamboe geheten) en moest bevrijd worden door de andere twee dames, daarna ging men in colonne naar de wc (het was per slot van rekening buiten, dus ga je als dame niet alleen). Ria en Gerrie hadden al snel aan hun behoeftige verplichtingen voldaan maar Nel had wat langer tijd nodig, erg veel tijd, toen de vrouwen gingen kijken werd duidelijk waarom het zo lang duurde, Nel zat lekker te slapen.

zaterdag 24 maart.

We zijn weer redelijk op tijd opgestaan en van het gebruikelijke ontbijt genoten. Tijdens het ontbijt werd kond gedaan van de volgende gebeurtenis. De dames waren uit hun vertrek gekomen en onder aan de trap lag een gebitsplaatje het welk door Gerrie achteloos nog een trap na kreeg. Later bleek dit aan Jos toe te behoren. Hij had het in zijn broekzak gedaan waar jammer genoeg een gat in zat. Om 10.00 uur zijn we in de korjaal gestapt en

naar de Ferulassisula gevaren en er over heen, een hele ervaring en heel erg mooi, echter op de terugweg knalde we keihard op een rots, het had echter geen nare gevolgen en even later konden we gewoon weer verder varen. Na door de korjaal afgezet te zijn bij de sula hebben lekker een poosje in het water gelegen wat niet overal even eenvoudig was vanwege de, natuurlijk, sterke stroming. Na deze verfrissende verpozing zijn we weer in de korjaal gestapt en hebben het dorp Tutubuka bezocht, hier hebben we gezien hoe de vrouwen brood bakte van casavemeel, het was ongeveer als een grote pannenkoek. De bevolking was hier wat vriendelijker als in Jaw Jaw, maar die worden ook veel meer en langduriger opgeknapt met toeristen. Op de terug weg naar Jaw Jaw werden we weer getrakteerd op een fikse regenbui. Hoezo korte droge tijd, leek wel heel kort. Na het eten zijn verschillende mensen van onze groep weer gaan slapen, deze keer ook Wil, deze aow-er had even een moment voor zichzelf nodig om bij te tanken en moest voor de avondmaaltijd wakker gemaakt worden. Intussen had Jos zich te ruste gelegd op een houten bankje en werd daar geheel tegen zijn zin bezocht door een nogal wollige rups, het geen een soort rare sprong tengevolge had hetwelk als nogal komisch werd ervaren door de plaatselijke jeugd. Even later werden we verrast door een plotseling opduikend zwart slangetje van ongeveer 40 cm. Lang, Sietse heeft het slangetje geprobeerd tot enige activiteit te verleiden hetgeen aardig lukte, meneer of mevrouw ging behoorlijk te keer. ’s Avonds hebben we het weer laat gemaakt.

zondag 25 maart.

Om 09.00 uur ontbeten en vervolgens op pad gegaan naar de kostgrondjes, deze zagen er tot teleurstelling van Wil nogal rommelig uit, wat hem de uitspraak ontlokte dat ze daar ook al niet veel aan deden en dat je door het onkruid de echte groente niet meer kon onderscheiden. We zijn verder gelopen over een zandweg, die op de één of ander manier werd onderhouden door de overheid, naar het dorpje Laduani, daar hebben we gezien hoe een korjaal wordt geprepareerd. Allereerst wordt een boomstam helemaal uitgehold, vervolgens wordt er brand onder gestookt en wordt het geheel wijder uitgebogen, na afkoeling worden dan de verhogingen aangebracht. Na de Lunch hebben weer enkele mensen waaronder mijn persoontje een tukje gedaan. Ik werd wakker van een echte tropische regenbui, die nogal lang aan hield.’s Avonds hadden we culturele avond, dansi dansi, dat was erg leuk en heeft ongeveer een uur geduurd, daarna hebben de laatste “vrolijke drankjes” opgemaakt en vervolgens redelijk op tijd naar bed gegaan. De volgende ochtend hoorde we van de dames dat ze een beest op bezoek hadden gehad, ze hebben het niet gezien, maar ze hoorde het trippelen. Na met zaklantaarns de zaak te hebben onderzocht zijn ze, wederom in colonne, naar de wc gegaan, waar Gerrie, zij was papier vergeten, Nel probeerde te beroven van de weinige velletjes papier die ze bij zich had, dit alles onder toezicht van Ria, zij had een hele rol bij zich, die het zo komisch vond dat ze het gebruik van de wc oversloeg en ter plaatse haar slipje als alternatief gebruikte, kortom ze stond in haar broek te piesen.

maandag 26 maart.

Vandaag gaan we weer vertrekken vanuit Jaw Jaw, het was een bijzondere ervaring maar het duurde eigenlijk een dag te lang. Dit behoeft enige uitleg. Onze 21-daagse reis was kort voor vertrek à raison van 75 euro per persoon met 2 dagen verlengd tot een 23-daagse reis. De oorzaak was een probleem met terugtocht per vliegtuig naar Nederland, 2 dagen later deed dit probleem zich niet voor. Wij moesten dus 2 extra dagen worden ondergebracht, dat is dus gebeurt in Galibi en Jaw Jaw, 2 bestemmingen die hartstikke leuk waren, maar niet geschikt voor verlenging. Wij voelden ons dan ook een beetje op die plekken gedumpt, vandaar deze uitleg. Om 11.00 uur zijn we in de korjaal gestapt om naar Atjoni te varen. Het weer zag er wat dreigend uit maar we zijn droog overgekomen. In Atjoni zijn we in de bus gestapt voor onze terugtocht naar Paramaribo. De weg was in tegenstelling tot de heenrit, door de vele regenval, heel erg slecht. Onderweg hebben we ook nog een veel regen gehad. Bij de supermarkt in Brownsweg hebben we de lege kratten ingeleverd en onder een afdak hebben we daar ook de door Thea klaargemaakte lunch genuttigd. Om ongeveer 15.00 uur zijn we weer bij Eco Resort aangekomen en konden deze keer wel direct inchecken. We hebben de koffers weer verzameld en zijn naar onze kamer gegaan waar, tot groot “plezier” van Nel, het overpakken weer kon beginnen. ’s Avonds hebben we bij ’t Vat lekker patat ( de rijst kwam ons zo langzamerhand de keel uit) gegeten. De andere groep was inmiddels ook weer in Paramaribo en hadden nogal wat meegemaakt werd ons verteld door Pieter Nijdam, en als die gaat ………vertellen. Het Nederlands/Surinaamse echtpaar, waarvan de vrouw bij Nel informeerde hoe Galibi was bevallen, kwam uiteindelijk ook bij ons aan tafel dus werd het weer laat.

dinsdag 27 maart.

Vanochtend om 09.00 uur zijn we, na het ontbijt, in de bus gestapt, om met 9 mannen en 1 vrouw ( Nel), naar kampement Zanderij (Ayoko kazerne), voor alweer een nostalgisch intermezzo, te vertrekken. Iedereen was toch wel vol verwachting. Er was in de afgelopen tijd een complete bauxiet weg aangelegd vanaf het punt waar wij vroeger met een 3-tonner het mulle zand in doken, jammer dat we die tocht nu moesten missen. Na het overhandigen, door Pieter, van de brief , met toestemming vanuit Paramaribo, aan de wacht, mochten we, zonder verdere begeleiding, alles in het kampement bekijken. Nostalgie ten top, daar heb ik geslapen, daar was de kantine, daar was het washok, daar verbleef de compagnies commandant en daar was de appèlplaats, dat soort opmerkingen hoorde je over en weer gaan. Iedereen was onder de indruk en enthousiast om dit weer terug te zien. De militaire Cola-kreek zijn we ook gaan bekijken, er liep een heuse weg naartoe en de cola-kreek was aangepast, voor het gebruik daarvan door militaire met hun gezinsleden, het zag er prachtig uit, met daarnaast het oude spoorrail bruggetje. Jos is hier niets kwijtgeraakt of verloren. Terug naar het kampement hebben we ook nog even de open ruimte, in de bush, bezocht waar de jungletraining werd en wordt gegeven. Op de terugweg naar Paramaribo hebben we ook nog even de oude treinen in Onverwacht bekeken, ook hier voerde de nostalgie hoogtij, want met deze treinen zijn de meeste van ons vroeger vervoerd naar kampement Brownsweg. ’s Middags zijn we nog maar even gaan shoppen in Paramaribo. Met 20 mensen zijn we ’s avonds om 20.00 uur in de bus gestapt om bij de directrice, van Sun & Forest, thuis van ons afscheids diner te gaan genieten. Lekker eten en drinken en als toegift een heuse dansi dansi waaraan diverse van ons hebben (“geprobeerd”) mee gedaan. Om 22.30 uur waren we terug in ons hotel, eigenlijk te vroeg om naar bed te gaan, en hebben we nog maar een afzakkertje genomen voordat we ons ter bed begaven.

woensdag 28 maart.

Vandaag, onze laatst volle dag, hebben we lekker uitgeslapen, op ons gemak ontbeten en zijn daarna naar het internetcafé gegaan voor het laatste nieuws uit Nederland, vervolgens hebben we lekker een bakkie leut gedronken bij ‘t Vat en zijn toen de laatste kledingstukken voor de kleinkinderen gaan verzamelen dmv. winkelen in Paramaribo, zijn nog bijna onze paspoorten kwijtgeraakt ( nooit in een tas meenemen een stad in), wij hadden ergens wat gedronken waarbij Nel haar rugzakje even had afgedaan, dus vergeten, een kwartier later bleek de rugzak nog daar te zijn waar wij het hadden achtergelaten. Laten we maar zeggen “het geluk is met de dommen”. Op ons vertrouwde terrasje onder Krasnapolski hebben we wat gegeten, Nel een tosti en ik  “erwtensoep”, een verademing naar al dat rijst gedoe, het was nog lekker ook. De avond hebben we op de gebruikelijke manier doorgebracht.

donderdag 29 maart.

Het vertrek naar Nederland komt nu toch wel heel dichtbij, geen probleem want het is toch ook altijd weer goed om naar het thuisgebeuren terug te keren. Na het, in alle rust genoten, ontbijt, zijn we de koffers in gaan pakken en daarna zijn we een kopje koffie gaan drinken, op dat moment krijg je in de gaten dat de tijd toch niet zo snel gaat als je zit te wachten tot het zover is, 15.00 uur, om te vertrekken. Om ongeveer 12.00 uur zijn we teruggegaan naar het hotel omdat we om 13.00 uur uit moesten checken. Na het afhandelen hiervan bleek dat we de tijd hadden tot 14.00 uur, dit bericht had ons echter niet bereikt. Er waren verschillende groepen toeristen van verschillende reisorganisaties, die allemaal hun koffers bij elkaar hadden staan, het was dus goed opletten. Nadat mensen van een andere reisorganisatie hun koffer bij de bus hadden gezet dacht ik niet meer op te hoeven te letten totdat Wil riep dat ze onze koffer aan het inladen waren, ik was nog net op tijd om de koffer uit de handen van de hotel medewerker te redden. Even later bleek dat we vroeger zouden vertrekken en dat onze koffers toch ook met dezelfde bus, ik heb mijn excuses aangeboden aan de hotel medewerker, mee moesten, alleen bleken sommige mensen, geheel terecht, nog niet aanwezig te zijn. Wil had er inmiddels voor gezorgd dat de koffer van, de nog niet aanwezige, Jos ook in de bus was geplaatst, maar er ontbraken nog steeds 5 mensen van onze groep, dat hebben we snel duidelijk gemaakt aan Pieter. Even later kwamen er vier aan en die hebben hun, ergens anders geparkeerde, koffers ook in de bus doen belanden, alle koffers waren dus nu in de bus. Jos had, geheel buiten zijn schuld, deze keer zichzelf kwijt gemaakt of zo. We zouden zonder Jos vertrekken en hem onderweg oppikken, dat gebeurde ook, Jos was  slechts op een paar honderd meter van het hotel. Een paar honderd meter verderop, tegenover ’t Vat, zijn we gestopt bij een bloemenkraampje, want daar hadden diverse mensen, op aanraden van mogelijk aandeelhouder Pieter Nijdam, een grote hoeveelheid bloemen besteld die nu door het zijraam van de bus naar binnen werden getransporteerd. Pieter en de eigenaresse van de bloemenkraam keken met blij glimmende gezichten toe. Na een voorspoedige rit tot vlak bij het vliegveld werden we opgeschrikt door een harde knal en een paar stevige tikken tegen de bodemplaat van de bus. Er bleek een achterband het begeven te hebben, gelukkig beschikte de bus over dubbele achterwielen, zodat de chauffeur het verantwoord achtte om door te rijden naar het vliegveld. Na een voorspoedige, met vriendelijk personeel, incheck, controle en douane gebeuren waren we om ongeveer 16.30 uur klaar voor vertrek, maar dat was pas om 19.15 uur.  Met een beetje zitten, iets eten, iets drinken en een beetje rondwandelen was op zeker moment de tijd aangebroken voor boarding. Om 19.00 uur zaten we in het vliegtuig klaar om 19.15 te vertrekken, echter de computer op het vliegveld voor de passagiers registratie had het begeven, zodat nu alle passagiers gewoon geteld moesten worden, hetgeen keer op keer werd gecontroleerd door de volgende teller. Uiteindelijk leek dat gelukt, maar toen vroeg de piloot of er een dokter aanwezig was want er was een passagier onwel geworden. Na geruime tijd werd ons medegedeeld dat de onwel geworden passagier het toestel met man en kind had verlaten. In zo’n geval moet ook de desbetreffende bagage verwijderd worden. Om 20.45 uur (Surinaamse tijd) zijn we dan eindelijk vertrokken.

Na een voorspoedige vlucht zijn we om 10.30 uur ( Nederlandse tijd) op Schiphol geland.

Daar wachtten ons nog de 100% controle. Dat viel al met al mee en om 11.30 uur konden wij ons melden bij de balie van Schipholtaxi, daar hadden we geluk, konden direct instappen en naar huis vertrekken waar we ongeveer om 12.40 uur aankwamen. We waren weer thuis.

Conclusie.

Een geweldige vakantie. Een echte aanrader voor oud-trissers. In de voorbereiding goede begeleiding van Pieter Nijdam. Toch enkele kanttekenen. Het eten op de diverse tours was een beetje eenzijdig en gecreëerd met een klein budget, zou wat gevarieerder kunnen en misschien een klein beetje naar de smaak van de deelnemers. De 2 extra dagen waren slecht ingevuld en deden zelfs een beetje afbreuk aan het verblijf in Langamankonre en Jaw Jaw, terwijl dit echt wel leuke en bijzondere verblijfplaatsen waren. Een verblijf zoals op de Brownsberg mag eigenlijk niet meer voorkomen. Afgezien van deze schoonheidsfoutjes was het goed georganiseerd en hadden we een zonder meer fantastische gids/reisleider die in belangrijke mate heeft bijgedragen aan ons gevoel van vakantiebeleving, hetgeen ook van toepassing is voor de groep. Kortom als de voornoemde negatieve puntjes worden weggewerkt kan zo,n vakantie makkelijk uitgroeien naar het predikaat fantastisch.

 Arie Rietveld

1962-1963 2e peleton C-Compgnie. 

 

 

 

 

 

 

 

GEKLESSEBES VAN TANTE S.  

 

Hallooooooooooooooooooooooo……….!!!

 

Terwijl ik dit schrijf zit ik op een terrasje aan de Surinamerivier in Paramaribo en voor degenen die er de laatste jaren nog eens geweest zijn, het is dat leuke terrasje met die grote ronde betonnen platen vlakbij fort Zeelandia , op elke plaat staat een tafeltje met een aantal stoelen en je kunt er heerlijk eten ! Links om de hoek zie je het standbeeld van koningin Wilhelmina en rechts om de hoek het standbeeld van Jopie Pengel !!  Jaja, voor diegene die dat nog niet wisten, Wilhelmina heeft plaats moeten maken voor de heer Pengel. Men heeft de beelden wel zo geplaatst dat beide bewindslieden elkaar goed in het oog kunnen houden !! Wat is het hier heerlijk rustig, samen met mijn oudtante Penelope geniet ik van een heerlijke javaanse maaltijd en praten we over koetjes en kalfjes en natuurlijk over die goeie ouwe tijd toen de nederlandse “jantjes” nog het straatbeeld bepaalden.

Ja schatjes, in mijn familie wordt nog vaak gesproken over het Suriname van voor 1975, toen er nog geen uitgaanscentrum was en de gezellige kroegjes en barretjes verdeeld over het centrum lagen.

In Paramaribo kon je toen nog over straat zonder dat je elk moment opzij moest springen voor aanstormend verkeer. Airco was toen zeldzaam, verkoeling zochten we onder de bomen, in stille windbriesjes of achter een enorme waaier en in de meeste huizen zaten geen ramen, alleen maar een traliewerk om ongewenst bezoek buiten te houden ! Aan de plafonds zaten dan vaak van die hele grote windmakers, ventilateurs heet dat geloof ik, die eigenlijk alleen de warme lucht verplaatsten in plaats van wat verkoeling te brengen.

We zijn uitgegeten en besluiten, nadat we ieder een hele djogo naar binnen hebben gewerkt,  langs de Waterkant een stukje te gaan lopen richting de Waag. Tijdens de wandeling vertelt tante Penelope hoe weinig Paramaribo eigenlijk in al die jaren is veranderd, ze wijst de gebouwen stuk voor stuk aan, die er zo’n  50 jaar geleden ook al stonden. Ook toen al waren ze of keurig verzorgd of in vervallen staat.

Het lijkt of de tijd heeft stilgestaan. Alleen die eettentjes waren er nog niet, zegt zij, en wijst op een aantal etablissementjes direct langs het water,

 

de tafeltjes zijn bijna allemaal bezet en hier en daar klinkt heerlijke nostalgische surinaamse muziek en er wordt zowaar gedanst !Tante Penelope kan de verleiding niet weerstaan en we strijken neer aan een van de tafeltjes en bestellen ieder de 2e djogo  !!

Beter dan Heineken, verzucht Tante, en nog veel goedkoper ook .

Intussen is het helemaal donker geworden en op het water dansen tientallen bootjes in het maanlicht. Na ongeveer een half uurtje zetten we onze wandeling weer voort en ontmoetten we tante’s buren die gezellig met ons meelopen.

Aangekomen bij de Waag besluiten we nog een laatste Parbootje te nemen, het zit er vol met bijna allemaal blanke jonge mensen maar, zegt tante, dat doet me weer terugdenken aan die goeie ouwe tijd met al die leuke frisse Nederlandse soldaten.

We besluiten aan te schuiven aan een grote tafel met uitsluitend kortgeknipte jonge mannen en we bestellen djogo’s voor het hele gezelschap !  Dat werd me natuurlijk een dolle boel want het blijken allemaal opvarenden te zijn van een Nederlands marineschip dat voor een paar dagen in de haven van Paramaribo ligt afgemeerd. Tante Penelope natuurlijk helemaal in haar nopjes. Het is weer net als vroeger , roept ze terwijl ze met 3 man tegelijk de dansvloer opgaat en onder luid gejuich van alle aanwezigen haar heupen naar links en naar rechts zwiert.

Na enige tijd en inmiddels 5 djogo’s verder worden haar oogleden erg zwaar, af en toe dommelt ze weg en dat is voor mij het sein om eindelijk eens het Pad van Wanika op te gaan zoeken want daar woont mijn tante Penelope en ik logeer bij haar  zolang ik in Suriname ben. Dus bel ik snel een taxi en even later rijden we door een volkomen verlaten Paramaribo, het is inmiddels half twaalf,  op weg naar huis !

Volgende week moet ik al weer terug naar Nederland voor de opnamen van een nieuwe tv-serie. Aan de ene kant vind ik dat natuurlijk erg leuk, aan de andere kant kost het me steeds meer moeite om na een bezoek aan Suriname weer terug te keren naar dat koude kikkerlandje.

Nou schatjes, dit was dan weer voor deze keer mijn bijdrage aan deze TRISkoerier, het was weer even heerlijk klessebessen, het ga jullie allemaal goed, misschien kom ik jullie weer tegen op een of andere, altijd bijzonder gezellige reünie, de hartelijke groeten, ook van Rudie en tot de volgende keer !!

Tante S.

 

 

 

 

 

 

RoTaMa Maart 2007  

 

   

Het eerste deel van onze RoTaMa expeditie in Suriname, startte op 10 maart vanaf het vliegveld Zorg en Hoop naar het dorp Palumeu om vervolgens nog een klein stuk door te vliegen met een kleiner toestel, een Cessna, naar het indianen dorp Apetina. Dit zal onze uitvalsbasis worden voor de feitelijke expeditie, een avontuur dat ons over woeste stroomversnellingen voert, in steeds smaller wordend water, dat steeds moeilijker bevaarbaar wordt, door allerlei obstakels in de vorm van ondiepten, rotsen en over het water gevallen bomen. Dit artikel gaat niet zo zeer over deze fascinerende expeditie maar meer over onze fantastische indiaanse begeleiders van de stam der Wayanas. Zij hebben op ons een onuitwisbare positieve indruk gemaakt. De groep bestaat uit elf expeditieleden en een team van negen begeleiders. Wij worden begeleid door zes mannen, twee vrouwen en Jason, een Amerikaanse antropoloog die de plaatselijke Wayana cultuur bestudeert en hun taal zeer redelijk beheerst. De zevenentwintig jarige Johan was duidelijk de baas van het stel. Na een lange en en interessante tocht wordt de eerste overnachtingsplek bereikt. Op de rotsblokken langs de oever beginnen de vrouwen onmiddellijk met het maken van vuur en een primitief afdakje boven de kookplaats. Ze worden hierbij geholpen door enkele expeditieleden. Enkele meters boven de oever is een redelijk stuk vlakke grond. De begeleiders en ook Jason; hij moet kennelijk het vak nog leren, hakken met kapmessen het terrein nog vlakker en jagen daarbij meteen allerlei levend en kruipend spul weg. Een deel van de begeleiders verdwijnt meteen daarna in het bos. Intussen is het de vrouwen gelukt om een goed vuur te maken en de pannen met water staan op een ijzeren roostertje in afwachting van de ingrediënten. Dan komen de mannen weer terug, ze slepen grote en kleine boomstammen mee en ook rollen, wat na later blijkt, gepelde boombast. Samen en met de goed bedoelde hulp van de expeditieleden staat in ongeveer twintig minuten de ruwbouw van een grote rechthoekige hut. De dekzeilen van de vracht korjaal doen dienst als dak. Daaronder is het droog en kan iedereen zijn of haar hangmat ophangen. Al snel zijn de twintig hangmatten opgehangen en bij een gemiddeld gewicht van 85 kilo moet de constructie 1.700 kilo dragen, inclusief het schommelen, wat in de hangmatten nog zal volgen. Ook alle bagage wordt met het oog op kruipende, sluipende en zich anders voorbewegende beesten opgehangen aan de constructie. Het is dan 19.15 uur en stikdonker en wat doe je dan? Je gaat slapen en uitrusten voor het volgende gedeelte van de expeditie. De volgende

morgen staat het ontbijt al vroeg klaar en hebben de vrouwen heet water gemaakt voor de koffie en de thee. Wat een service. Daarna wordt een aanvang gemaakt voor de 'doorsteek '. Hangmatten in emmertjes zodat ze droog blijven. De korjalen blijven achter zodat alle bagage mee moet worden gesleept. Iedereen draagt mee. Geen rugzak? De begeleiders pakken hun kapmessen en lopen enkele meters het bos in. Als ze terugkomen dragen zede bladeren van een

 

soort palmboom. Zittend op de natte grond vlechten zij rugzakken. Als draagbanden worden schorsrepen van een bepaalde boom gebruikt en iedere rugzak wordt voor zijn drager op maat gemaakt. De doorsteek is een echte. Je kunt geen meter recht doorlopen, overal uitstekende wortels, gaten, laag hangende takken, zeer dichte begroeiing, omgevallen bomen waar je overheen of onderdoor moet en niet te vergeten enkele te doorwaden kreekjes. Op een gegeven moment schijnt degene die voorop loopt even te twijfelen. Links af of rechts af? Hij roept Johan erbij. Bij hem is er geen twijfel. Later zal hij ons verklaren dat wij de hele doorsteek over een eeuwenoud "Indianenpad" hebben gelopen en dat je eigenlijk onmogelijk kunt verdwalen!Aan niets, maar dan ook aan niets is voor ons leken te zien dat hier op dit pad eeuwen geleden of nog zeer recent iemand gelopen heeft maar hij zal wel gelijk hebben. En dat je blind kunt vertrouwen op het richtingsgevoel en hun kennis van de natuur blijkt wel uit het feit, dat we overal op tijd en veilig aankomen. Ze zijn hier opgegroeid en kennen het oerwoud door en door. In het volgende kamp wordt weer

 in enkele minuten een vuurtje gemaakt, dit keer zelfs van nat vermolmd hout. Een deel van de begeleiders verdwijnt weer in de jungle en ook nu staat na enige tijd een forse hut overeind, waar we onze hangmatten kunnen ophangen. Dit keer echter blijkt een stammetje toch een zwakke plek te hebben, hij kraakt vervaarlijk als iemand daar in de buurt in zijn hangmat ploft. De paal wordt snel gestut met een nieuwe paal. De "Oerwoud Gamma" is in de buurt en elke maat is

 leverbaar. Als de vlees voorraad op dreigt te raken, gaat een van de begeleiders het bos in met een jachtgeweer. Het geweer ziet er uit als een verroeste pijp op een stukje hout en ziet er voor ons buitengewoon gevaarlijk en onbetrouwbaar uit. Maar zoals met zoveel dingen in het oerwoud, kunnen wij uit de stad nog veel van hen leren. Een deel van de expeditie gaat onder leiding van Johan proberen om het eerste niveau van de Roseveldpiek te halen. Door de regen is de rotsachtige berg echter glad geworden en wordt besloten om terug te gaan. Als we later weer de doorsteek gaan maken in de richting van de korjalen loopt Johan dit keer voorop. Er blijken apen in de buurt te zijn en hij probeert ze te lokken, door hun geluid na te doen. Ze laten zich echter niet zien. Bij de korjalen aangekomen ligt in een van de boten een gevlochten rugzak met daarin een geslacht bosvarken. Het jachtgeweer deed het nog goed. Ook de schutter, een glunderende man is nog helemaal compleet. We verblijven nog enkele dagen bij de Wayanas. Bij een gelegenheid brengen ze grote vissen mee die ter plekke door onze kokkinnen worden schoongemaakt en het heerlijk met witte rijst 'doen'. Als we afscheid nemen geeft ieder van hen zijn mening over de expeditie en zijn leden. We komen er goed vanaf. Ondanks onze leeftijd en niet ongevaarlijke momenten hadden zij een hoge achting voor ons. We waren vanaf nu broeders en zusters. Wij hadden op onze beurt het grootste respect voor hun. De kennis van de natuur, vinding- rijkheid, vriendelijkheid, door-zettingsvermogen en hulp vaardigheid zullen ons nog lang heugen.

De begeleiders:

 

 

 

 

 

 

 
De laatste vaarpatrouille van Nederlanders in Suriname.  

Door Rob de Leur:

Deel 1

Albina, 5 juni 1974 Suriname

 

Na zes dagen terug te zijn van de vaarpatrouille en enigszins bekomen te zijn van de opge­lopen verkoudheid hoop ik een beetje inspiratie te krijgen om een beetje een redelijk verslag van de vaarpatrouille in elkaar te kunnen flansen. Het vertrek was natuurlijk enigszins paniekerig omdat de kapitein ook lid was van de vp en dat schijnt nooit zijn uitwerking te missen. Hij stond erop om om 0700 uur te vertrekken, iets wat natuurlijk een nobel streven is maar wat echter bijna nooit gehaald werd om de een of andere reden. De eerste dag echter deed iedereen natuurlijk zijn uiterste best om voor dat tijdstip in de boten te zijn en dat ging redelijk op één man na. Die was zo gehaast dat hij vergat dat de wallenkant, die nogal glad is, glad was met als gevolg dat hij tussen de wal en het schip terechtkwam en zodoende het eerste slachtoffer was geworden van een paar natte voeten, iets wat ons in het begin zorgen baarde, maar waar we later tijdens de vp dusdanig aan zijn gaan wennen dat ons dat niet veel meer schelen kon. Afijn, de hob (hoornblazer) vond toch dat zijn optreden geslaagd kon worden genoemd en als je een beetje een idee hebt hoe hij is, dan kunnen we het daar wel over eens zijn. Al met al vertrokken we dus om 07.10 uur onder begeleiding van een nogal ruwe klankserenade tevoorschijn getoverd uit de hob maar dit kwam wel overeen met de stemming van het ogenblik. Allemaal waren we natuurlijk vol verwachting van wat er zou komen en het meest waren we toch wel bezorgd wat het weer betreft omdat we nu al midden in de regen- tijd, volgens de kalender dan, zitten en dat is helemaal geen prettig idee. Er is op zo'n vp toch al zoveel water te zien dat je helemaal geen behoefte hebt aan enkele hemelse toevoegingen en we zijn wat dat betreft toch wel erg gelukkig geweest. We vertrokken in ieder geval al met stralend weer en nauwelijks waren we uit het gezicht van het kampement of de jasjes, hemden en hoeden werden uitgetrokken c.q. afgezet en na ons behoorlijk te hebben ingevet met Nivea zonnebrandolie probeerden we het ons zo gemakkelijk mogelijk te maken op de harde planken die als bankjes dienstdoen in een korjaal. Over die zonnebrandolie is nog wel het een en ander te vertellen. Op de avond voor het vertrek werd namelijk de vraag gesteld of de zonnebrandolie van dienstwege verstrekt zou worden en deze vraag sloeg in als een bom. Tenminste bij de cdt'n, de gewone sldn vonden dit een zeer terecht gestelde vraag en we verwachten dan ook een positief antwoord omdat ons inziens het niet verbranden van de huid tijdens zo'n vp een gedeeltelijke dienstzaak is, omdat het een dienst vp en geen privé vp is. Echter deze vraag werd op dusdanige wijze beantwoord, een wijze die zich op papier moeilijk laat omschrijven, dat we de indruk kregen dat we toch nog bol zijn wat dienstbegrippen betreft. Niemand had natuurlijk zonnebrandolie gekocht zodat na de bespreking wat betreft de vp iedereen naar de dichtstbijzijnde Chinese winkel stormde om de daar aanwezige voorraad olie op te kopen. We schenen ontzettend geluk te hebben want deze goede chinees had vier flesjes van deze “goddelijke" olie zodat we deze alle vier maar hebben opgekocht en onder de bemanning van de drie korjalen verdeeld. Omdat onze vraag zo negatief beantwoord werd hebben we stiekem besloten om géén van de vp-cdt'n mee te laten genieten van dit vocht iets wat echter niet nodig was omdat ze zich zelf al redelijk hadden voorzien. Genoeg echter over olie en aanverwante artikelen. Albina ligt ongeveer 40 km landinwaarts en zelfs hier is de Marowijne al behoorlijk breed. We kunnen vanuit het kampement de Franse stad Saint-Laurent zien liggen en als je op de kaart kijkt en ziet dat die afstand reeds 2,1 km bedraagt dan besef je pas goed wat een enorme hoeveelheid water door deze rivier wordt afgevoerd. Zoals bekend zijn deze Zuid-Amerikaanse rivieren echter maar voor een zeer kort gedeelte bevaarbaar voor grotere schepen en meeste moeten die ook nog wachten op hoog tij. Op de Marowijne is het verschil tussen eb en vloed tot op zeker 80 km landinwaarts nog zeer duidelijk te merken en dat duidt dus tevens aan hoe vlak de kuststrook is en tevens kan men begrijpen dat het meeste hiervan ook nog moerassen zijn. Looppatrouilles in de omgeving van Albina worden dan ook meestal door de gewone Jan verafschuwd en gelukkig hebben we er geen enkele hier moeten maken. Na ongeveer 2 uur varen bemerk je dat er verschil komt in het landschap. Links oer en rechts woud blijft natuurlijk onveranderlijk hetzelfde maar je begint toch al vrij duidelijk de golvende lijnen van een heuvellandschap te onderscheiden. Misschien kunnen we dit soort terrein het beste vergelijken, als we tenminste alle bomen wegdenken, met centraal Frankrijk. De korjalen varen uitgerust met een 35 pk motor en met een snelheid van dicht bij de 15km/hr schoten we dus over het water. Na ongeveer drie uur zo te hebben gevaren gingen we aan de Franse kant eventjes aan wal om wat gevoel terug te brengen in de zitvlakken en meteen een verfrissing te kopen in een kleine Creoolse nederzetting. De verfrissing viel echter goed tegen want alles was lauw en lauw bier is vies. We hadden zelf een ijskist meegenomen met een behoorlijke voorraad ijs, bier en soft maar dat werd voor later op de reis bewaard. Na dus zo even een weinig te hebben uitgerust stapten we weer in de korjalen en ging het weer verder stroomopwaarts. Iets dat ik natuurlijk nog even vermelden moet is dat ik in dat kleine nederzettinkje nog eventjes iets van mijn talenkennis heb laten blijken door "Au Revoir" te zeggen toen ik wegging. De man lachte vriendelijk maar die Creolen lachen meestal dus dat betekent op zich eigenlijk niets hoewel het voor mij een aanmoediging was om dit te herhalen wat ik dus meteen ook deed tegen de aan de waterkant zittende vrouw. Weer een lach en ditmaal kon ik niet nalaten te herinneren dat we voor het kleine flesje bier 2 Gyanese francs hadden betaald. Net het schone lied van Willie Alberti, "de glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft” in gedachten neuriënd stapte ik dus ook in de korjaal. Wel, wat doe je eigenlijk aan boord van een korjaal waarin elke beweging noodlottig kan worden, je amper plaats hebt om te zitten en waarin het liggen nou ook niet zo comfortabel blijkt te zijn als je in het begin wel had gedacht simpel en alleen door het feit dat de hoogte van het houten bankje en het plankiertje dat op de bodem van de korjaal ligt niet te overbruggen is door de driedubbel opgevouwen zwemvesten zodat je met je rug, hoe je je ook wendt en keert, altijd op de rand van het bankje komt te rusten. Al spoedig echter leer je te berusten in dit ongemak omdat je ziet dat andere maten in de andere korjalen er meestal slechter aan toe zijn dan je zelf. Zoiets geeft je meer moed om het ongerief  "manmoedig" te dragen en zo zijn we verder gevaren tot aan de eerste soela's. We waren haast ingedommeld toen onze koelaman ons waarschuwde dat er iets stond te gebeuren. Het is natuurlijk verboden om in de korjalen te slapen. De legerleiding is namelijk bang, dat je, als de korjaal door de een of andere reden omslaat, je niet meteen wakker wordt en vergeet te zwemmen of probeert onder de boot uit te komen. Zoiets lijkt mij toch echter wel een eerste vereiste om ook het eind van de vp mee te maken maar in elk geval hebben ze wel ergens een klein beetje gelijk. Bovendien moet je altijd goed opletten op wat de koelamannen doen. Het wil namelijk nogal eens voor komen dat een van die grote koela's (de stokken die de koelamannen dus gebruiken) klem komt te zitten in een gat tussen de onder water verborgen stenen. De koelaman probeert in ieder geval natuurlijk z’n stok te redden en trekt er dus uit alle macht aan. Als we dus even bedenken dat de korjaal nog vaart heeft is wel na te gaan dat in een onderdeel van een seconde de stok helemaal krom staat. Komt zo'n stok nou niet los dan moet de koelaman de stok wel los laten, er bestaat namelijk anders de kans dat hij zelf overboord geslagen wordt (getrokken is natuurlijk een beter woord); dat zo'n koela dus met een rotgang terugzwiept is dus wel te begrijpen. Lig je nu een beetje te doezelen en in het water te koekeloeren of je zoekt een beetje afkoeling door met je arm overboord te hangen en de pirengs te pesten dan komt zo'n stok natuurlijk als een donderslag bij heldere hemel op de onschuld zelf neer en het verleden heeft bewezen dat een flinke hersenschudding of enkele gebroken ledematen dan ook het gevolg van zo'n ontmoeting kan zijn. Wakker geworden door de waarschuwing ‘soela’ gingen we dan ook weer dapper rechtop zitten en zagen op enkele honderden meters afstand de soela. Dit waren de Wilhelminavallen, een naam die me door een speciaal voorval is bijgebleven. Normaliter zou ik de naam vergeten zijn omdat deze soela voor ons, die de korjaaltocht op de Sarramacca rivier in de korjaaltraining tijdens Loksie Hatti hebben meegemaakt eigenlijk een lachertje was. Een zeer klein verval met enkele rotsblokken die nauwelijks boven water uitstaken. De korjaal trok zich van deze soela, laten we het maar stroomversnelling noemen, niets aan en ging er soepeltjes overheen. Wij zaten in de eerste korjaal en hadden altijd een kleine voorsprong op de anderen. Een gepaste voorsprong natuurlijk want in onze korjaal zat de kapitein (niet de kapitein van de korjaal maar de kompies kapitein, met de drie xxx). De Wilhelminavallen bestaan uit drie van deze kleine waterdrempeltjes en toen we de tweede gehad hadden en de derde al in zicht hadden keek onze hoofdkoelaman om (we hebben namelijk twee koelamannen aan boord, dit natuurlijk vanwege de grotere soela's die zich verder stroomopwaarts zullen voordoen) en schreeuwde iets tegen de motorist. Deze keek op zijn beurt om wat ons natuurlijk ook nieuwsgierig maakte en ja hoor, iets wat je helemaal niet verwachtte bij zo'n klein soela’tje gebeurde wel. Een heuse bootramp was zich aan het voltrekken. We zagen net nog hoe de derde en laatste korjaal met z'n neus de golven indook, dieper kwam te liggen en door het voorbij spoedende water nog meer water naar binnen kreeg en weldra aan het zweven was geslagen. Door de stuurmanskunst van de motorist werd een grotere ramp voorkomen omdat hij de korjaal meteen achter enkele rotsen stuurde zodat de stroom geen vat meer had op de boot. Natuurlijk dreven er meteen hoopjes PSU artikelen over het water en onze boot keerde onmiddellijk om de wegdrijvende spullen op te pikken terwijl de tweede boot onmiddellijk langszij de derde ging liggen om assistentie te verlenen. Wij gingen dus de tweede soela weer "af" en voeren rond, pikten enkele jerrycans op met benzine, de kookpannen, enkele zwemvesten (de soela werd namelijk helemaal niet gevaarlijk geacht zodat de zwemvesten niet aangetrokken behoefde te worden) en nog meer drijvend spul. Daarna gingen we weer de soela over om assistentie te verlenen aan de twee korjalen. Een prachtig gezicht voor zolang je er droog bij blijft een zijdelings bij betrokken bent. De gezichten van de rampzaligen spraken echter boekdelen en hopelijk zijn de foto's en dia's die van dit gebeuren gemaakt zijn goed uitgevallen. Het was een erg zielig gezicht de betrokkenen met de fototoestellen omhoog te zien niet wetend wat ze nu moeten doen, staan in de boot, zitten of er uit stappen (bij deze stroomversnelling is het namelijk niet erg diep). Die smoelwerken waren werkelijk onbetaalbaar. Spoedig echter was de spanning gebroken en kon er gelachen worden. De fototoestellen werden overgegeven aan de bemanningen van de andere boten en er werd direct begonnen met het overladen van de korjaal. Toen het al een flink gedeel­te van zijn last kwijt was kwam de boot net boven het water uit en kon men beginnen met hozen. Er werd met alles gehoosd. Het voordeligste ging dit natuurlijk met de grote kookpannen die intussen alweer waren opgepikt en na tien minuten was de boot alweer klaar om geladen te worden. Alles was natuurlijk niet even leuk zoals b.v. de radio. Helemaal ingepakt in plastic, getest op het kampement op waterdichtheid, bleek in een zak vol water te liggen. Door een of andere oorzaak is de zak kapot gescheurd en in plaats van een beschermende waterdichte zak werd het een waterhoudende zak want ondanks het lek in de zak zal je altijd zien dat het water er sneller in komt dan het eruit wil en dus konden we de radio wel afschrijven. Officieel zijn ze natuurlijk wel waterdicht naar dat was toen ze gemaakt werden, heel heel lang geleden. Zakken met rijst die tien kilo wogen, volgens de voedingslijst dan, begonnen open te barsten. De rijst was namelijk een ontzettende hoeveel­heid water aan het opzuigen zodat al spoedig het gewicht van 15 kg te boven werd gekomen. Vele blikken met groente e.d. liggen nu ergens stroomafwaarts de ergernis op te wekken van de pirengs en ander zwemend gebroed, iets waar we voor op moeten passen. Als die beestjes nu eens onverhoeds een geheugen mochten bezitten en we komen terug, je moet na­tuurlijk dezelfde route terug, en ze leggen een hinderlaag dan is het natuurlijk wel van hap hap kauw slik einde. Gelukkig echter zijn alleen Flippers met zoiets uitgerust dus dat was al spoedig een hele opluchting. In de verongelukte boot was ook een reserve buiten­boord motor en deze is met een gedeelte van de andere lading ook op de tweede korjaal neergelegd tijdens het hozen. Zo'n ding is behoorlijk zwaar en werd toen ook door de moto­rist uit het water opgevist. Die koelamannen en motoristen zijn niet zo'n heel klein beetje gespierd hoor. Als je ze zo bezig ziet ga je gauw vermoeden dat die gasten in staat zijn water uit een steen te knijpen. Tja, dat kan ik natuurlijk ook wel naar daarvoor moet ik naar de Dode Zee. De motorist in kwestie staat nu dus in de korjaal en vraagt heel ge­woon aan een van mijn maatjes of hij even zo vriendelijk wil zijn om de motor maar even aan te geven. De natte maat zag dat natuurlijk niet helemaal zitten maar gesterkt door het vertrouwen van zo'n Jeroentje heeft hij zich op de motor geworpen en met het gevoel dat St. Christoforus gehad moet hebben en drie jaar eerder versleten heeft hij de motor drie meter gedragen. God biddend voor herhalingen gespaard te blijven is hij door de andere maten z'n korjaal in gehesen en heeft daar de resterende tijd zich liggen verbazen over het gebeurde met af en toe een vertroebelde blik werpend op de motorist en met de gedachte aan komende soela's hebben we hem de hele dag niet meer gehoord. Na dit gebeurde werd de reis niet onmiddellijk voortgezet want de motor wou na al die nattigheid natuurlijk niet gelijk aanslaan, tot grote ergernis van de kapitein die nu ook al zijn vaarschema in het water zag vallen. In de tussentijd werd er natuurlijk druk in het Takkie Takkie gediscus­sieerd over de oorzaken die dit alles hadden veroorzaakt en van wat ik eruit heb kunnen begrijpen, niet door mijn kennis van Takkie Takkie naar door herhaalde malen vragen om vertalingen van enkele gedeelten, heeft de motorist van de derde korjaal niet genoeg afstand gehouden van de tweede zodat de boeggolf van nr. 2 nr 3 noodlottig is geworden. Nr. 1 was nu de lachende derde en die positie bevalt me best. Eindelijk kwam er weer wat lawaai uit de motor en verder ging het waar we omstreeks 1300 uur bij Langatabbetje aankwamen. Dit dorp is vernoemd naar een eilandje in de Marowijne (eilandje = tabbetje) dat zoals de prefix al doet vermoeden nogal lang van vorm is. Dat klopt ook wel. Je vaart minstens 20 minuten van de ene kant naar de andere kant. In Langatabbetje moesten enkele ceremoniële plichtplegingen worden verricht zoals het officieel begroeten van de dorpskapitein. O, deze was niet aanwezig zodat dit de plaatsvervangend dorpskapitein werd. Er werden enkele geschenken gegeven zoals flessen rum, wat blikken bier e.d. en na een half uurtje ging het richting Loka Loka waar we ongeveer 1630 aankwamen. We waren erg blij dat we er waren want op de zitvlakken had zich reeds pijnlijk gevoel geopenbaard. Ook krijg je van dat lange en harde zitten de wiebelziekte zodat we wel kunnen spreken van een swingende aan­komst. Moet best wel een leuk gezicht zijn geweest maar dat hebben we niet kunnen controle­ren want als je zelf slachtoffer bent interesseert de ellende van een ander je naar matig. De stemming bleef echter uitstekend en na de hangmatten te hebben opgehangen hebben we enkele van de nat geworden zakken rijst in de zon te drogen gelegd wat echter naar de kwa­liteit van het eten van de volgende dag te merken tevergeefs was geweest. De hangmatten hingen niet in de open lucht want de kapitein, als je dat tenminste nog kapitein kan noemen van zo’n klein dorpje, had ons het gastenverblijf afgestaan. Zo’n gastenverblijf is niets anders dan enkele verticale palen met een dak erboven. Aan die palen konden we dus de hangmatten vastmaken en indien de hangmatten eventueel lek zouden zijn, zouden we er tenminste vanavond geen last van hebben. De radio was ook snel gereed zodat we al spoedig helemaal geïnstalleerd waren en we ons nog bij daglicht in de rivier konden wassen en scheren. Terwijl dit allemaal gedaan werd zorgde de kok ervoor dat het eten gereed kwam en vlak nadat de duisternis ingetreden was zaten we al aan een maaltijd die ons overheerlijk smaakte. Op zo’n patrouille heb je eigenlijk maar één hoofd maaltijd en dat is het warme eten tegen het eind van de middag. ‘s-Morgens eet je meestal een mok havermoutpap en voor in de boot neem je een pak cakes mee. Niet de luxe cakes maar meer die keiharde koeken die toch wel erg voedzaam zijn maar erg vervelend om te eten. Dan krijg je er een blikje met kaas of een blik vleeswaren bij, enkele sinaasappelen gevitaminiseerde zuurtjes en dat is het wel zo’n beetje. Logisch dus dat je na een hele dag op het water behoorlijk honger gekregen hebt en je laat je dan ook door de kok, die erg goed is geweest tijdens de hele reis, verwennen. Het moreel was hoog en dat bleek overduidelijk aan de stemming die er die avond heerste. We probeerden op allerlei manieren wat bier van de kapitein (xxx) af te troggelen en dat ging als volgt. We zaten allemaal zo'n beetje bij elkaar en een van de jongens begon heel zachtjes iets te zeggen. Enkele woorden zei hij iets harder en die zal ik met hoofdletters typen. "Zeg, heb jij ook zo'n trek in een BIERTJE?" "Weet je dat we heel wat BLIKJES hebben meegenomen?" Zo'n BLIKJE zit natuurlijk helemaal vol lekker HEINEKEN". "Nou, PARBO (bier) is ook lekker hoor en dat zit toch ook in de IJSKIST!". "Ik wil eigenlijk ook wel iets DRINKEN'” en zo ging dat enige tijd door hoewel de kap. en de luit. helemaal niet reageerden. Toen hebben we het maar openlijk gevraagd en als antwoord kregen we dat we iets moesten bewaren voor onderweg. Wij op onze beurt gingen daarop door, door te menen dat er onderweg wel weer iets zou kunnen gebeuren, enz. enz. maar dat mocht niet baten. Daarna werd het gauw een beetje slap en begonnen we allerlei oude verhalen te vertellen. Zo hebben we een keer enkele sergeanten het probleem voorgelegd van een Jumbojet met allemaal vogeltjes erin. Als die vogeltjes nu eens allemaal plotseling gingen vliegen, zou dan het totaal gewicht van de Jumbojet verminderen? Dit leverde toentertijd zoveel stof ter discussie op dat we er nu nog de grootste lol om hebben. De luit. plaatste echter de opmerking dat als die vogeltjes eens allemaal zouden gaan poepen dat de Jumbo dan neer zou storten. Een maatje van mij, die vliegtuigmonteur bij de KLM is zei toen dat er dus een reglement opgesteld diende te worden. Ik haakte daarop in en zei dat dat dan moest luidden: 'Verboden te poepen voor vogeltjes’ en we heb ben elkaar zou goed aangevoeld dat we 5 minuten met buikkrampen hebben gesnikt van het lachen. De luit. die echter tussentijds iets uit z'n commandotijd aan het vertellen was had echter het laatste niet gehoord en midden in z'n verhaal dus die lachsalvo en dat vond ie niet zo geslaagd zodat we opnieuw blauw lagen van het lachen. Afijn, weinig bier dus die avond en om het geheel af te sluiten maakte de luit bekend dat er van 2200 tot 0600 uur wacht gelopen moest worden bij de korjalen i.v.m. het risico van afdrijven. Ik reageerde met de vraag of korjalen alleen maar afdrijven tussen 2200 en 0600 uur en dat was weer een giller. Echter de koelamannen hielden de wacht tot 2200 uur zodat het installeren van de wacht op dat late tijdstip wel gefundeerd was maar we hebben toch weer even kunnen lachen en daar ging het eigenlijk alleen maar om. Iets over Loka Loka. Een voor Europese ethische begrippen zeer moeilijk dorp. Er woonden nog maar enkele vrouwen met kinderen en verder waren er nog drie mannen. De rest was verhuisd of weet ik wat aan het doen ergens ver weg. Op z'n Nederlands gezegd zou dit dus een hoerendorp zijn, maar als je een beetje gewend bent aan de manier waarop de Creolen leven dan vind je zoiets al spoedig heel gewoon. We hebben die avond nog zoiets als een dansi dansi gehad maar dat was niet zo'n succes alhoewel gezegd moet worden dat de mensen er wel hun best voor deden. Hun capaciteiten lagen nu eenmaal niet hoger. Later hebben we betere dansi dansi’s in andere dorpen gehad en het lijkt me het beste als ik dat dus maar bij de desbetreffende dorpen beschrijf. Dit dorp was trouwens het eerste Creoolse dorp dat we zagen waar de voorgevel en deurstijlen fantastisch mooi beschilderd waren met het oog op de boze geesten. Elke hut is anders en de kleuren combineren wel mooi. Het is echter verboden om van deze dingen een foto te maken. We hebben het dus ook maar niet gedaan want wie weet wat voor last je daar mee kan krijgen daar hadden we die avond nou niet bepaald zin in. De hoofdkleuren die ze voor deze beschilderingen gebruiken zijn rood, wit, blauw en zwart. Ondanks alle beschilderingen van en tegen boze geesten die wij niet boven de hangmatten hadden hebben we toch vrij ongestoord geslapen behalve dan op die twee uur na dat we wacht moesten lopen.

Wordt vervolgt in de koerier van september.

 

 

 

 

 

 

 

UIT DE OUDE DOOS  
 

Ingezonden door een Ex-Trisser

 

 

 

 

 

 

ZOEKTOCHT  

 

Beste lezers van de TRISKOERIER,

Mijn naam; W.Kloeg. 1e Pel. 1e Sur. Cie. '57 reg.no.360903204,

zoekt de volgende personen: 

 

v Houten Den Haag
Hooydonk Vlaardingen
v d Hulk Eindhoven
Klaassen  Harderwijk
Schoenmaker  Enschede of Hengelo
V d Heyden Roosendaal
Boutenstein Rotterdam
Venneker Alkmaar
De Rooy  Brabant
R. Koopman  
Sgt. Reinaert  

v Dulken

 
R. Augustein Utrecht
Kwakman   Amsterdam
Lebon  Maastricht
Sgt. Lolang  
Sgt. Timmer  
Lt. Haak      
J. Scholte   Amsterdam
Heesakkers     Brabant
   

Misschien dat deze personen de TRISKOERIER ook lezen, laat eens wat van je horen.

Groeten,  Wim Kloeg

wkloeg@zeelandnet.nl

 
 

 

 

 

 

REÜNIE 2007  
 
De aflopen Koerier hebben we aandacht besteed aan de ophanden zijnde landelijke TRIS-Reünie welke georganiseerd wordt door TrisKontakten. Na de overname van TrisKontakten zo'n anderhalf jaar geleden, was het verdacht stil rond de activiteiten en voortzetting. Naast de vele verhalen welke de ronde deden over de overname de doorstart met de koppeling aan de Stichting Tris-Monument welke op initiatief van Ad van Wingerden, Ton Verzendaal en Jan Felet opgericht is. Wordt er hard gewerkt om de doelstelling van beide organisaties waar te gaan maken. Op 22 september 2007 is er een landelijke Tris-Reünie gepland in de Generaal Spoor Kazerne te Ermelo. Gelijktijdig zal er op deze dag het Tris-Monument worden onthult, welke een vast plaatsje zal krijgen op het kazerne terrein.
Dat het een groots opgezet festijn gaat worden, lijkt wel duidelijk. Naast het programma lijkt de omlijsting steeds meer handen en voeten te krijgen en aan de inwendige mens is dan ook gedacht, dit alles bijgestaan door de in Surinaamse stijl aanwezige muzikale omlijsting. Kort om, een dag waar de organisatie, ook defensie en verder vele andere organisaties en vrijwilligers in heeft betrokken. Dat alles moeten de ingrediënten zijn voor een een weergaloze dag waar iedereen hopelijk positief op terug kan en mag kijken.

Zo reeds eerder vermeld kunt u zich tot 28 juni 2007 opgeven via deze website, of schriftelijk bij de organisatie. Alle Ex-Trissers zijn welkom met een maximum van 2 personen per opgave. Dus de organisatie heeft vooral gemeend dat u deze dag moet gaan delen met een van uw familieleden  of vrienden.

Voor de ex-trissers welke geen donateur zijn van Tris-Kontakten, u ben volgens de organisatie net zo welkom als de donateurs.

Van de organisatie hebben we vernomen dat de aanmeldingen gestaag binnen lopen en men hoopt een 1200 manschappen deze dag te mogen ontvangen. Wij houden u zeker op de hoogte. 

Namens de redactie.

Nico Oosterbaan

 

 

 

 

 

 

OPROEP VAN DE REDACTIE  

 

Hoe is het toch met iedereen gegaan na de dienst(plicht) in Suriname.

Is deze periode van je leven van invloed geweest op de jaren erna?

Het zou leuk zijn om dit soort verhalen van elkaar te kunnen lezen in een van de volgende koeriers.

 Stuur je verhalen naar koerier@tris.nl

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Bertien

 

 

 

 

 

 

De Volgende Tris-Koerier   

Ex-Trissers maken hun eigen krant, de huidige redactie wacht op nieuwe verslagen of wat u kwijt wil. De komende Tris-Koerier wordt in Oktober 2007 verwacht dus na de reünie.  Wij streven er na om een spetterend reünie nummer te maken met foto's en vele reacties van en over de reünie. Dus mannen laat vooral wat van je horen .

Het ligt in de planning om de Tris-Koerier 4 maal per jaar uit te laten komen. Mochten er belangrijke zaken zijn die we u niet willen onthouden, dan informeren we u middels een nieuwsbrief.

Wij hebben uiteraard alles zo zorgvuldig mogelijk uitgewerkt en de onderwerpen wat moeten aanpassen.

Omdat het een blad is van en voor ex-trissers kunt u er dus van alles in kwijt en schroom dus niet, stuur alles op wat  je kwijt wilt.

Heeft u nog vragen of opmerkingen dan horen we dat graag.

de Redactie:

 

EINDE

 

 

 

ugg ale canada goose suomi moncler sale canada goose takki barbour takki moncler takki timberland suomi canada goose sale parajumpers takit canada goose trillium barbour tikkitakki canada goose ale barbour jacket parajumpers long bear moncler untuvatakki parajumpers takki
levitra kaufen kamagra bestellen levitra generika cialis kaufen cialis generika viagra kaufen