Triskoerier.
4e jaargang
December 2006
 

 

Door te klikken op het onderwerp van de inhoudsopgave komt u direct bij het gewenste artikel.

 
 

INHOUD OPGAVE

Van de redactie
De Sint in de tropen
Rob in Sinterklaas stemming
Verhalen van dienstmaten 1.
Verhalen van dienstmaten 2.
Verhalen van dienstmaten 3.
Om nooit te vergeten

Geklessebes met Tante S .

Reisverslag November 2006
Paramaribo deze week
Jaw Jaw Nieuws
Oproep van de redactie
De volgende Koerier
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de redactie

 

VAN DE REDACTIE

 

Beste Trissers.

Intussen is er tussen de laatste Triskoerier van April 2006 en deze uitgave en deze Triskoerier veel gebeurt. Inhoudelijk zullen we maar niet op alle vervelende zaken ingaan de reacties op de site spreken voor zich.

De website is voor en door ex-trissers opgezet dus iedereen kan er zijn of haar verhaal maar ook oproep in kwijt. Als er reünies georganiseerd worden middels oproepen, kan dit medium aan het slagen van zo'n initiatief bijdragen, zonder dat wij er deelgenoot van uitmaken. Dat er geen samenwerkingverband is, tussen de Triskontakten en Triskoerier of de website berust louter en alleen, omdat we onderling geen afspraken hebben. Dat is begrijpelijk, ook al streven we samen het zelfde doel na, wij bedienen ons van een ander medium.  Wij hopen u zo wat meer duidelijkheid te hebben gegeven, over het wel en wee van de Triskoerier en de onrust met de vele verhalen er om heen hierbij wat weg te nemen. Trouwens zijn we verzot op verhalen van ex-trissers en we nodigen u dan ook uit om uw verhaal, anekdote over uw diensttijd in te zenden.

Bertien v. Breenen
Woonachtig te s’-Hertogenbosch
Gehuwd met een Ex Trisser .
E-Mail : ber10@tris.nl

Jan v. Breenen

Woonachtig te s’-Hertogenbosch

Ex Trisser diensttijd in Suriname 1966-1967 lichting 66-3 Charly compagnie.
E-Mail : jan@tris.nl
Nico Oosterbaan
Woonachtig te Eelde
Ex Trisser diensttijd in Suriname 1974-1975 lichting 74-2  Chauffeur - Verzorging Cie.
E-Mail : nico@tris.nl  

Pieter Nijdam
Woonachtig te Boekel
Ex Trisser  dienstijd in Suriname 1964-1965 lichting 64-3 Bravo compagnie.
E-Mail : pieter@tris.nl

 

E-Mail adres Webmaster  : webmaster@tris.nl
E-Mail adres redactie alg : koerier@tris.nl
 
Wij wensen jullie veel leesplezier
De redactie :
Jan, Pieter, Bertien en Nico

 

 

 

 

De Sint in de tropen.  

Hallo, hier is een foto van Kirpalani. In zomerkleding je Sinterklaas inkopen doen. Onze toekomst?

 

Groeten, Hans de Vet.

 

 

 

Rob in Sinterklaasstemming.

 Leeuwarden, 24 november 2006.

Vanachter de laptop kijk ik naar buiten en zie de zon schijnen
Het is nog vroeg en ik vraag me af: kan ik nog wat rijmen
 
Suriname passeert alweer de revu
Dus ga ik meteen aan de slag donderju
 
Vandaag is het 1 jaar geleden
Dat wij met een klein groepje naar Zanderij reden
 
Hier startten we in 66 ons jaar in Suriname
Ton van Gent ging niet mee, want die zei: “la me”
 
We bezochten het kampement en werden rondgeleid
Door 3 mannen en een leuke meid
 
Het zag er allemaal beter uit dan verwacht
Het kamp wordt dan ook nog steeds gebruikt door menig legermacht.
 
Hierna gingen we gauw door naar de bekende Cola-Kreek
Daar zaten we vroeger vaak wel 7 dagen in de week
 
De spoorbaan lag er zeer verwaarloosd bij
Dat is toch wel de tragiek van Suriname en vooral Zanderij
 
Op de terugweg stopten we bij station Onverwacht
Wat we daar zagen verwacht je niet en was echt onverwacht
 
Oud roest en een oude bende op het spoor werden geteisterd in de zon
Dat zie je op het Onverwacht station
 
En geloof je mijn woorden nie
Kijk dan maar naar de foto’s op www.robvennikfotografie
 
Zorg wel dat daar .nl achter komt
Anders kun je kijken tot de morgenstond
 
Om een hapje te eten stopten we in Lelydorp
Dit plaatsje is genoemd naar onze gouverneur, heel fijn
 
Hij zorgde met een antiretipiticulaire inzet en worp
Voor een spoorbaan van  Parbo tot in het meer van Blommestein.
 

Rob Vennik.

 

 

 

Verhalen van dienstmaten 1. 

 

Memre Boekoe-Zorg en Hoop-Zanderij-Jodensavanne-Albina-Pusugrunu-Boslanti-enz.

Dit waren de vaste termen voor mijn verblijf in Suriname van april ’71 t/m mei ’72 als korporaal der administratie van de Bravo-compagnie. We gingen heen met de Oranje Nassau met een korte vaart. Aan boord waren ongeveer 18 specialisten zoals 4 of 5 korporaal v.d. adm., verbindingmensen, koks, 6 of meer chauffeurs. Natuurlijk was de eerste doop Zanderij opleidingen, open slaapzalen/veel zand/colakreek en spoorlijntje. Bij hevige regenval je bed gewoon naar het midden van de slaapzaal schuiven anders lag je gewoon nat te worden. Hier werd later door mij ook kennis gemaakt met Surinaamse dienstplichtigen, wij hadden of de eerste of een van de eerste pelotons met Surinaamse dienstplichtigen. Was wennen aan 2 Surinaamse pelotons en 2 Hollandse pelotons, was vaak een verschil van dag en nacht. Als bv een Hollands peloton de rimboe in moest gebeurde er zelden wat, moest een Surinaams peloton weg dan kon het wel eens gebeuren dat tot 3x toe een helikopter (als die werkte, want ze waren nog al eens kapot) tijdens een patrouille voor ‘onnodige” (slangenbeet/klewang uitgeschoten/enz) ongevalletjes uit kon rukken. Wat te denken als wij onze opleidingen op Zanderij afsloten, waren we blij dat we voor een tijdje naar Paramaribo konden of weer ergens anders naar toe(Albina,Brownsweg,Nickerie), maar als onze Surinaamse collega Zanderij afsloten was het dik party. Eerst werden familieleden uit alle windstreken aangevoerd om naar hun soldaten te kijken die demonstreerden hoe men een stormbaan nam. Dat wij af en toe met blokjes trotyl  strooiden om zo wat leuk schrik effect te krijgen was een bijkomstigheid. ’s Avonds bleef dan de familie ook nog voor een feestje

 met alles erop en eraan tot diep in de avond. CC was op dat moment Lt Verbruggen later werd CC Kapt Schoones, de naam van de CSM ben ik vergeten, namen van Plc waren Lt Snijders, Lt Poelman (gele rijder), Lt Nouwen. SMA was v.d. Ende maar die zat helaas veel ziek thuis. Zanderij vele maanden in Paramaribo verbleven met allemaal korte uitstappen naar alles en nog wat. B.v. een lang weekend naar Nickerie georganiseerd door het kampement. Mijn mooiste herinnering was mijn vaartocht over de Saramacca rivier voor 3 weken tot Boslanti. De vaartocht begon met het ophalen van de korjalen van de Tris en deze naar Loksi Hatti brengen, waar nog meer ingehuurde korjalen lagen. Onderweg op de Saramacca de plaatsen Kwatta de/Groningen/Haarlem enz, maar veel later alleen maar echte inlandse namen zoals Pusugrunu en Boslanti. ’s Avonds geen dorp kunnen bereiken en dan slapen in je tampatje langs de rivier, heerlijk was dat. Of, in tegenstelling met nu, een veel te lage waterstand zodat je alleen maar de boot loopt te trekken en dat je bij de eerste keer de waarschuwing krijgt dat je onder water sportschoenen aan moet omdat er scherpe rotspunten kunnen zitten en piranha’s. En dan lekker bij de 3e keer gewoon met blote voeten door alles heen trekken, niet omdat het stoer was maar omdat dat veel lekker liep en omdat je toch dacht och het zal wel mee vallen. Dan uit eindelijk na heel veel dagen varen en onderweg in de nodige dorpen kennis gemaakt met de bevolking en waar nodig hulp verleend, kom je in Boslanti en maak je een officiële groetoe(klare marienburg-rum drinken enz)

 

met een granman mee. Op deze reis heb ik dan ook mijn mooiste souvenirs gehad, geen gekochte maar echt gebruikte zaken gekregen van inlanders. Ik kon op deze reis gelukkig ook nog wat leren, want zo werd ik door Kpl hospik Ramcharan (zou ik nog wel eens willen ontmoeten) betrokken bij eerste hulpverlening de

  

dorpen in   (ik kon niet stil zitten en had toevallig al jaren mijn EHBO dus daarvan) en dat was voor mij vaak heel bijzonder. In Paramaribo op het kampement veel gezwommen/getennist maar ook buurten bij verbindingen om zo toch maar een keer gratis naar Nederland te kunnen bellen. Ieder goed militair moest een strafblad hebben (natuurlijk niet direct zoals bij iemand van het 3e pel.(Rob B.) 1 A4 aan 2 kanten vol), anders had je niks beleefd of uitgevreten. Velen van ons hebben wel eens een straf op de kamer of achter de wacht doorgemaakt en vaak alleen maar omdat het in het PMT/KMT te gezellig was met genoeg bier. Als ik daar aan denk zou ik haast weer een djoggo lusten, trouwens djoggo wie heeft het niet gedaan. Alle bollen uit Nederland de eerste avond veel djoggo’s kado doen om dan later te kijken wie er aan de schijterij kwam. Ik heb kort geleden van een Surinamer een paar joggo’s gehad, maar ik heb ze anderen laten proeven want ik drink geen bier meer (wel whisky). In Paramaribo had ik altijd radio Apinti opstaan, heerlijke muziek was dat. Wat te denken aan die mensen die het geluk hadden om voor Aero carto te werken, alle dagen een beetje doen en overal komen. Oké soms hadden deze mensen ook wel eens pech dat ze na een dag werken niet opgehaald konden worden en dan moesten ze maar improviseren om de nacht door te komen ergens in de binnenlanden. En wat te denken van de jongens die als taak hadden om op Stoeltjesmanseiland schildpadeieren te rapen. Aan het einde van mijn diensttijd aldaar ben ik met een ploeg van onze boot op vakantie geweest naar Frans Guyana. Heerlijk luieren en zuipen aan de zee 3 weken lang en zo goed als alles vanuit Paramaribo meegenomen (zuinig nee!!!) eten/tent/veldbedden enz. Eerst hadden we geregeld een drietonner (die toevallig toch daar naar toe moest!!!!) naar Albina en daar had de Lt de korporaalskamer ontruimd voor ons. De volgende dag ging (ook weer toevallig!!!!) een half peloton met dezelfde veerboot ook over, dus de Lt had geregeld dat alle bagage naar de veerpont toe gebracht werd en op de veerpont gelegd werd. Daarna moesten we het uitzoeken,

dus gingen we met een taxi naar Cayenne  om ons daar te melden. Bleek dat op het kampement aldaar alleen Frans gesproken mocht worden en geen enkele andere taal (niet zoals in Paramaribo nederlands en het takki takki), dus hadden we een klein probleem niemand sprak Frans alleen wat Engels. Leg dan maar eens uit waar je gaat verblijven, maar we zijn eruit gekomen. En toen vakantie houden, voor sommige van ons was dit de eerste echte vakantie in een jaar. Eigenlijk kan ik op dit moment alleen nog maar zeggen: zo gauw het lukt om langer vrij te zijn dan denk ik dat direct terug ga naar Sranan.

Door:
Wim Hoogstraaten Dpl Kpl Adm Bravo-compagnie 71-72

 

 

 

Verhalen van dienstmaten 2. 

 Beste TRIS-Maten    9-okt-‘06

 Ja, MIJN leven is zeer bepaald geworden door mijn TRIS-tijd.

Na terugkomst uit Suriname in sep '67, ben ik blijven corresponderen met enkele Surinaamse maten, en zo op vakantie gegaan in aug 1970, weer met de MS Oranje Nassau,en ook weer met 2 pelotons aan boord. Ben daar opgevangen door m'n zeer gastvrije maten, en van 2-3 mnd. werd het bijna 6 jaar voor ik weer terug naar Nederland kwam, maar dan nu op verlof hier. Heb eerst gewerkt met een Surinaamse jongen R.Balsemhof, die hier in Boxtel de schildersschool had afgemaakt. Zijn vader had een schildersbedrijf. maar was tegen de 70, dus zijn we samen de zaak verder gaan draaien, tot hij bij het Min. van Openbare Werken een kaderfunctie kreeg.

Ik ben toen een jaar op Tibitie (in de buurt van het de meeste wel bekende Indianendorp “Cornelis kondre” met zelfgebouwde Kasierie) bij Bruinzeel, als prospector werkzaam geweest. Daarna jan '74. Als maandloner (Foreman) van de Industrial and HousePainting Crew, bij SURALCO Moengo aangenomen. In de tussentijd is Suriname Onafhankelijk geworden, en zie toevallig op Zanderij waar ik Familie van kennissen moet ophalen, komt onze Kapt. Bas van Tussenbroek als Militair Attaché op de NL. Ambassade. hebben veel contact met elkaar gehad, en via hem ook weer met de Ambassadeur Graaf Q. van Uffort,die ook het binnenland in wilde, en hem aanbood om naar een RK. Missiepost met Internaat op Tamarin te komen, 35 km. benedenwaarts van Moengo, waar ik regelmatig weekends naar toe ging met m'n eigen korjaal of speedboat. 1982 werd ik aangesteld als River Maintenens Foreman, om 60 Km. van de Cottica rivier voor zeeschepen bevaarbaar houden, dus sounding, baggeren, omgevallen bomen of losgeraakte houtblokken  van Bruinzeels vlotten die uit het binnenland versleept werden naar Paramaribo. Waterpeil-klokken langs de Cottica en de Coermotiborivier bijhoudenen dagelijks contact met de waterloopkundige dienst in Paramaribo.(t/m maart 1987)

In okt 1986 begint dan ook de binnenlandse oorlog op Moengo de werkzaamheden te stagneren, en velen vluchten of naar de Stad, of naar Frans Guyana. Ben in '84 getrouwd met een Indiaans/Creoolse schone. Haar Familie, wonende op Alfonsdorp” waar ook Mooiwana bij hoort,(van die moordpartij door Bouta's militairen) zijn via het oerwoud naar Familie aan de Franse kant (dorp Balaté) gevlucht. Ook ik moest door omstandigheden uiteindelijk in aug '88 vluchten naar Frans guyana. 18 uur in zo’n roeiboot (Piaka van de Indianen) met een 35 PK outboardmotor. Kwam daar met mijn kennis ook van de Surinaamse taal, bij Aide-Humanitair als Magazijnmeester en distributeur (de Logistiek dus) van de grote hoeveelheden noodvoeding, Medicijnen voor de Medische posten,

 

schoolmateriaal, uit NL. toegezonden kleding en landbouwgereedschap, vaten benzine, diesel en petroleum. Deze werden maandelijks uitgedeeld aan zo,n 17.000 mensen die langs de Marowijne- Lawa- en Tapanahonyrivier woonden, en door de binnenlandse oorlog niets meer via Albina en Par’bo konden kopen. Had op St.laurent indertijd een van de duurste handtekening, door de grote lokale inkoop van al deze benodigdheden, en ook de aanschaf van tientallen outboarts. Eind ’92 was het geheel afgebouwd en kon alles weer via Paramaribo geregeld worden. Een zus van mijn vrouw, woonde al jaren op Regina aan de andere kant van Fr. Guyana, bij 60 Km van de Braziliaanse grens bij St.George/ Oriapok, en lokte ons daarheen. Er zou een weg van daaruit gemaakt worden, en de lijn was al open gekapt. Ook zouden er in dat dorp een aantal volkswoningen gebouwd worden voor de Indianen die rondom in het bos nog in kampjes woonden, en een aantal Brazilianen, die hier van de jacht leefden. De vergunningen en het Europeesche geld bleven weg tot 1998. Dus geen inkomsten, buiten wat hosselen met de goudzoekers daar verder het binnenland in Maar met mijn WW uitkering, die pas 8 maanden na m’n laatste loon uitkering op mijn bankrekening werd gestort, hebben we besloten om met de 2 kinderen (13 en 11 jaar) een ticket te kopen en tijdens de schoolvakantie (aug 1993)naar NL te vertrekken. Heb hier in NL vanaf nov ’93 tot aan m’n 60e bij DJI gewerkt, en nu in de FLO. Zijn wel elk jaar of om de 2 jaar naar Suriname en Fr.Guyana op vakantie gegaan, en zijn van plan met m’n 65e weer terug te gaan, om er te blijven.

Mis hier toch die vrijheid in de natuur en de rivieren, de gezelligheid met die mensen om je heen, het eten van wild en verse vis. Ik ging daar nooit naar een slager.

Dit was zo in het kort, maar zal er uitgebreider over vertellen in een ander schrijven.  

Een cc-66-2er
=Palantie=-

 

 

 

Verhalen van dienstmaten 3.

Kerstverhaal.

Een dienstmaat maakte me er op attent dat er een extra kerstkrant uitgegeven zou worden. Dat zette mij aan het denken. Als ik de jaren in gedachten laat passeren dan zie ik Kerstmis 1961 weer voor me.

Die bewuste Kerst zat ik in Suriname. Het was in een van de grensplaatsen Albina, gelegen aan de zijde van Frans Guyana. Ons kampement lag aan de grote rivier de Marowyne. De rivier was berucht omdat er piranha, s in zwommen. Eens hebben we onze dronken kok er uit moeten halen. Hij was overboord geslagen. Zonder twijfel was hij een prooi geworden van de hongerende vissen. Zoals ik al zei, lagen we aan de rivier waar niet alleen piranha, s, maar ook vele kinderen honger hadden. Zoals een ieder vindingrijk zal zijn om aan eten te komen, hadden die kinderen bij ons de zwakke plek gevonden.

Bij ons op het kampement was immers eten genoeg. Het was voor de dorpsbewoners verboden dicht bij het kampement te komen, maar op een dag had een van de kinderen zijn stoute schoenen (zonder veters) aangetrokken. Hij was met een schaaltje naar het prikkeldraad gekomen en had daar alsmaar Jantje brood geroepen. Zijn oproep werd door een van ons gehonoreerd met wat scheppen rijst. Normaal waren wij gewend de etensresten in een grote ton te gooien, die later weer door een inlander werd opgehaald, voor zijn varkens. Voordat hij de ton op zijn kar laadde, haalde hij er eerst met zijn handen een paar (lekkere) happen uit. Om op dat kereltje terug te komen, dat was de volgende dag niet meer alleen. Er staken toen al tien schaaltjes door het prikkeldraad en de dagen daarop waren het er al zo, n dertig. Dat was ongeveer het aantal waar wij ook mee op het kampement lagen.

Toen was er een probleem. Wat we deden was tegen onze militaire regels, maar regels zijn er om ze te overtreden, dus dat deden wij dan ook maar. We spoorden onze kok aan om wat meer eten klaar te maken. We hadden plotseling zo, n honger gekregen.

Inmiddels had onze kampofficier ook niet stil gezeten en had het voor elkaar gekregen dat we de etensresten mochten afgeven. De toestemming was tijdelijk en alleen voor ons kampement. Het mochten uitsluitend etensresten zijn. Na een tijdje had ieder zijn eigen kostganger, maar een echt lekkere hap zat er niet aan, totdat het Kerstmis werd. Wij kregen grote kerstpakketten opgezonden van het thuisfront, maar zij hadden niets. Wij besloten dan ook om voor hen een kerstmaal te organiseren.

Wij kregen daarvoor toestemming als we het zelf betaalde en in het dorp gingen uileggen wat we van plan waren. Aldus geschiedde! Er werd een lekkere maaltijd bereid. De kinderen kwamen schoorvoetend op eerste kerstdag ons kampement binnen. Het bestek dat we gereed gelegd hadden bleef op een enkeling na ongeroerd. Je zag dat ze genoten. Nadat ze hun buikjes rond hadden gegeten, verlieten ze zwaaiend ons kampement.

Met enige voldoening denk je aan zo, n dag terug.

Als je de huidige beelden ziet op de televisie blijkt dat er na al die jaren nog steeds kinderen zijn die honger lijden.

L.P.J. v. d. Geijn
2e Sur. Cie 1960

Reg. Nr. 401103118 

 

 

 

 

HET WAS EEN JAARWISSELING OM NOOIT MEER TE VERGETEN”
 

Het is de week voor Kerst 1966.

Wij 1e Peloton CC 66-2, hebben na 3 maanden op BBZ (bos bivak zanderij) de JUNGLE-TRAINING achter de rug, met patrouilles lopen in de rimboe, het overleven, en hebben de vuurdoop op de gloeiend hete O.P. Savanna, achter de rug.

Oefening te Bigi Kroetoe.

De hele dag veldoefeningen, met een gevulde veldfles, en dan bij terugkomst inspectie op de appelplaats waarbij speciaal werd gelet, dat er nog wat water uit je veldfles kwam. Er was toen ook nog een 25 Km. mars vanuit Phedra, waar 2 groepen van ons met een truck naar toe werden gebracht, terwijl de 2 andere groepen vanuit BBZ vertrokken richting Phedra. Het was een klein dorpje aan de Suriname rivier. Er woonden wat Plantage-creolen, en er logeerden wat Indianen die van hieruit de rivier op gingen om te vissen. Er stond een hoge radiomast zoals er ook een stonden op de Albina-heuvel, op Moengo, Koppenamepunt, Groningen, Nicerie en vele andere plaatsen. Door vermoeidheid werd op een gegeven moment de TLV en een onderdeel van de bren niet meer door gegeven, maar langs de weg gedumpt, waadoor de Sergeant de leiding over zijn groep begon te verliezen. Na veel geschreeuw

en gemor werd het toen toch maar weer opgepakt en meegesjouwd. Aangekomen op de appelplaats van BBZ deed de Sergeant verslag van het voorval, en de reactie van Lt. Felius was, aan de Sergeant met zijn groep de opdracht, komende avond in vol ornaat dat wil zeggen met alles er op en er aan, patroontassen gevuld, ransel gevuld, slaaprol tentje (berelul) met houwer, persoonlijke en groepswapens kompleet met munitiekist e.d. Dan werden we weer met de 3Tonner naar Phedra gebracht, en terug lopend linksen rechts van de weg in snelle looppas afgewisseld met een wat langzamere pas, zonder een woord met elkaar te mogen wisselen, 25 Km. terug naar Zanderij BBZ. Ook de Luit liep volbehangen mee, wat zeer bemoedigend werkte, en het lukte om zonder te

O.P. Savanne. Wachten tot je met de TLV een schot mag lossen.

morren ombeurten de zwaardere wapenstukken mee te helpen dragen. Van Kerst 1966 heb nog in herinnering, dat er een Indiaan BBZ binnen kwam rennen en vroeg medische hulp, daar zijn vrouw bezig was met bevalling maar er waren problemen. Het bleek de Kapitein van Matta te zijn, Karwafodi. Kapt. Van Tussenbroek gaf een chauffeur opdracht om er met een hospik te gaan kijken of geholpen kon worden, en anders de vrouw naar Par’bo te vervoeren. Ging nieuwsgierig en avontuurlijk als ik ben met hen mee, en daar aangekomen bleek het om een tweeling te gaan waar de vrouw reeds een van gebaart had. Terwijl de hospik binnen onder toezicht van meerdere vrouwen, de bevalling probeerde te normaliseren, zaten wij met enkele Indianen in een open hut, maar met lage bladerdak (tasie) zo goed en zo kwaad het kan te keuvelen, waarbij we een kalabas van zo’n 20 cm doorsnee aangeboden kregen, die regelmatig volgegoten werd met een grijs-rose kleur, hun zelf gemaaktesopie Casirie. (van bittere casave, die geraspt en geperst wordt, het sap en wat gruis wordt daarna in grote kuip of corjaal gegoten. Om alcohol te verkrijgen, kauwt men wat geraspte casave en spuugt dat in het 

Lt. G. Felius naamt nog een slok.

sap, hierdoor wordt het gistings- proces op gang gebracht. Nadatde tweede baby geboren was, kwam de Kapitein met een fles Cognac om met ons te plenzen voor de Goden, en de blanken die hun bij deze bevalling geholpen hadden. Ook moesten we daarna zelf ook nog een flinke shot in een keer naar binnen gooien, terwijl we al wat licht in ons hoofd waren van al die switie Casirie( zoete casirie, met meestal nog een fles of meer Franse 50% rum er bij wordt gemixt is van de Arowaka Indianen, terwijl al de anderen Indianen waarvan ik later hun Casirie dronk, verzuurd moet zijn). Heb deze 2 jongens met hun 16e en 19e jaar op Matta weer mogen ontmoeten.

Ze zijn ook in het Surinaamse Nationale Leger geweest. Elk jaareinde werd er een TRIS Sportdag gehouden, waaraan zelfs vanuit de verschillende detacheringen, militairen naar de Stad werden gezonden om hun Peloton te vertegenwoordigen. Van de 7 verschillende sporten, werden er maar liefst 5 door ons 1e peloton gewonnen plus de TRIS-SPORT-Wisseltrofee. Weet nog te herinneren dat onze Lt. G. Felius 1e was met discus werpen, die afstand die hij gooide kon niemand tegen tippen. Bij de halve marathon was ook een van ons de winnaar. Ben nu zijn naam vergeten, maar hij was gewoon een natuurtalent, hij stond tot het startsein aan een shagje te trekken, en voor hij over de eindstreep ging had hij van zijn maten al weer een zwaar shagje (White-Ox) tussen zijn lippen. Ha ha. Daarna met de 3Tonners, via van ’t Hogerhuisstraat, over de nieuwe brug en daar rechtsaf de Saramaccadoorsteek, en dan begon die ellendige Pad van Wanica en Para passie naar Zanderij. Smal, geen straatverlichting en bijna geen asfalt meer, wel veel gaten, waardoor je steeds van die ijzeren kisten zitbanken een behoorlijke klap tegen je achterste kreeg als je door zo’n gat reed, of 

wanneer de chauffeur een ruk aan z’n stuur gaf, om een gat in de wegof een Boerkie-wagie (kar met 2 grote wielen, getrokken door een ezel), te ontwijken, schoof je heen en weer naar voren of naar achteren tegen die klep, of je vloog op de schoot van je maten die tegenover je zaten. Geradbraakt maar toch weer blij, als je rechts om het vliegveld rijdend dat zachte mulle witte zand onder je auto voelde. Je was weer veilig thuis op BBZ aangekomen, en met veel lawaai door onze achter gebleven maten ontvangen. In onze Pelotonskamer waren links de rij stapelbedden en de tafels allen naar achteren geschoven, bijna tegen elkaar zodat een kwart gedeelte vrij gekomen was, waar een Tikitiki-bar van dunne boomstammetjes gebouwd was. Na eerst gedoucht en te

hebben en gegeten, kon het pelotonsfeest beginnen. Als eerste werd onze Luit G. Felius door kapt. B. van Tussenbroek. Van harte gefeliciteerd met het mooie resultaat van zijn in korte tijd hier in de tropen goed getreende en in een voortreffelijke conditie zijnde peloton. Ook hij was trots om zo’n Peloton in zijn Compagnie te mogen hebben. Hierna werd de grote beker gevuld met Marienburgse Suikerriet Rum genaamd Black Cat, en ging via de Luit rond naar ieder die er eenslok van wilde, dus bijna iedereen. In korte tijd was de beker dan ook leeg. Hierna ging er een Djoko, ja een hele liter Parbo bier in, die aan de Luit aangeboden om hem in een teug te ledigen. Lt. Felius hield wel van een stevige pot bier, en volgens mij was hij ook jarig, dus was een makkie voor hem. Hierna konden wij voor onze overwinningen ook die

Op de O.P Savanna.

beker een voor een met bier laten vullen en zonder te morsen door je strot gieten. Daar het morgen toch oudjaar 1966 was, en buiten wacht- en corveediensten er geen verplichtingen waren konden we tot ver in de kleine uurtjes doorfeesten. Het was voor het eerst na al weer 3 maanden zo ver van huis, een welkome afleiding om de bij sommigen toch wel stilletjes knagende heimwee naar Familie en/of vriendin te vergeten of te verwerken, die enigszins mede teweeg gebracht werd, door het luisteren naar opnames van groeten en vele goede wensen van het Thuisfront op zo’n zwart 45 toeren singelplaatje, die via de Welzijnszorg in Nederland en hier in Suriname verstrekt waren. Ook Oud op Nieuw was het flink feesten. Twee emmers met achterover gedrukte munitie (losse flodders) voor de bren enkarabijn werden klokslag 12 middernacht op de appelplaats en op de wacht bij de ingang afgeschoten, en een van de andere Pelotons schoten ook lichtgranaten de lucht in Plezier maken, drinken, zingen, dansen, ja, ondanks dat er geen dames hier waren zoals op de andere Detacheringen bij een pelotonsfeest, op één dame na, n.l. de van Indonesiëse afkomstige vrouw van de Kapitein, die ook hier op BBZ woonde met hun zoontje en dochtertje. Heeft die nacht heel wat verhalen moeten aanhoren, zowel leuke alsook emotionele, maar werd ook regelmatig uitgenodigd voor een dansje, welke zij, ondanks de opkomende vermoeidheid, bij niemand weigerde. Ook voor haar werd het een “brokoday”, zij bleef de hele nacht bij ons feesten en meegenieten, tot haar zoontje rond half zes op de appelplaats verscheen om zijn moeder te zoeken. Ik zelf ben rond half tien op bed gegaan, en rond half 12 uur lag ik achterop in de Colakreek te zwemmen om me op te frissen. Na de warme maaltijd begon het bier weer te vloeien, tot de volgende ochtend.

Ieder met z'n eigen kop er op, voor het thuisfront.

 

“JA, HET WAS EEN JAARWISSELING OM NOOIT MEER TE VERGETEN”

 

 

 

Geklessebes met Tante S .

 

 Halloooooooooooooooooooooooooooooo….!!!!!!!!!!!!!!!!

Afgelopen september  was ik nog te gast tijdens een reünie van de Charlie compagnie 1966 en dat was me daar een dolle boel ! De reünie was in een kazerne in Schaarsbergen en ik had wel wat moeite om binnen te komen hoor.  De boel was zwaar bewaakt en Tante had natuurlijk geen legitimatiebewijs bij zich zodat ik voordat ik me kon vervoegen bij de reünisten eerst enige tijd achter de wacht heb doorgebracht, zij hadden nog nooit een vrouw met een snor gezien en dat was dus behoorlijk verdacht.  Ik moest me helemaal uitkleden en dat is voor een vrouw van goede komaf natuurlijk niet niks.  Pas toen ik vertelde dat mijn grootvader  rechtstreeks afstamde van de chauffeur van Jopie Pengel bonden ze wat in en uiteindelijk mocht ik dan onder begeleiding van een van de bewakers naar de uitspanning waar alle reünisten al uren op mij zaten te wachten.

Daar hoorde ik dan ook dat een aantal van deze club vorig jaar november  een trip hebben gemaakt naar Suriname en ook Srefidensie hebben meegemaakt.  Ik wist niet wat me overkwam want Tante was toen ook in Paramaribo en daar schijnt niemand iets van te hebben gemerkt.  Nou was ik natuurlijk incognito en tijdens mijn tripjes naar Suriname scheer ik me niet of nauwelijks dus ik kan me ergens wel voorstellen dat ik niet werd herkend.. Te gast bij Tante tijdens de reünie was Wim Louwrier en we hebben wat afgelachen en verhalen opgehaald over die goeie ouwe tijd. Het was zo leuk dat Tante heeft beloofd volgend jaar in ieder geval weer terug te komen en de datum is heel makkelijk te onthouden, het is namelijk elk jaar de vrijdag na de derde dinsdag in september.

Tijdens Srefidensie vorig jaar heeft Tante ook nog gesproken met de minister president van Nederland, JanPeter Balkenende, wat een schatje is dat  ! Ik ontmoette hem op het terras van ‘t Vat en we hebben, onder het genot van enige djogo’s, nog een heel interessant gesprek gevoerd.  In het echt is ie best aardig hoor !!!Hij werd wel omringd door allerlei lijfwachten, grote breedgeschouderde kaalkoppen, maar ze kenden mij gelukkig van de televisie en ik mocht doorlopen naar JanPeter die mij gelijk 3x op de wangen kuste, ik wist niet hoe ik het had . Ik kleurde tot achter mijn ellebogen maar hij stelde mij meteen op mijn gemak met een lichte tik op mijn achterste, nam me bij de hand naar een vrij tafeltje en schoof als een echte gentleman de stoel naar achter zodat ik kon plaatsnemen. Nou, daar kan mijn Rudie nog wat van leren hoor !!

Als ik in Paramaribo ben logeer ik natuurlijk altijd bij familie, elke keer iemand anders, vorig jaar bij oudtante Penelope en als ik  weer terug ga logeer ik bij mijn achterneef Lionel.  Ze noemen hem ook vaak Prieprie en ik heb geen idee waarom. Hij werkt als gids voor toeristen in Suriname, een plaatje van een man, als hij geen familie was zou ik wel eens met hem achter de bananenbomen willen duiken !!

Hij heeft me vaak genoeg uitgenodigd mee te gaan als hij weer eens een keer met een groep toeristen de binnenlanden intrekt, dan weet je gauw genoeg waarom ze me Prieprie noemen, zei hij dan !!

Dat doe ik natuurlijk niet, ik ben veel te bang dat mijn hormonen gaan opspelen weet je !

Nou schatjes, dit was mijn eerste bijdrage aan de TRIS-koerier, ik vond het heel gezellig om wat met jullie te klessebessen, de hartelijke groeten van Rudie en als ik jullie binnenkort ergens tegen kom in Nederland of in Suriname maken we er ook een dolle boel van !!

foto's ©® Bertien

 

 

 

TRIS REISVERSLAG SURINAME NOVEMBER  2006

 

Het is vandaag de dag dat we vertrekken naar Suriname. Voor velen is dit een reis welke ze ca. veertig jaar terug ook hebben gemaakt. Het grootste verschil met toen is dat we nu naar Suriname toevliegen, een vlucht van ca 9.00 uur, dit i.t.t. de jaren 60. Toen gingen de trissers met de boot, een tocht van ruim 16 dagen. De meeste mensen van het reisgezelschap zijn vroeg uit de veren, omdat we ons verzamelen om 9.00 uur op Schiphol. Daar aangekomen ontmoeten we elkaar en het is dan leuk om te zien dat er herkenning is omdat een enkeling in dezelfde compagnie hebben gediend. Na de douane even wat belastingvrije inkopen doen en wachten op het sein voor vertrek.

 

Donderdag 9 november 2006

Om 12.45 uur Nederlandse tijd vertrekken we met een 747 van KLM. We vliegen via Engeland (onder meer Southampton) naar Suriname en hangen  voornamelijk op 10 km hoogte boven de Atlantische oceaan. Om 21.30 uur Nederlandse tijd en lokaal 17.30 uur landen we op vliegveld Zanderij. We stappen uit het vliegtuig zo op het vliegveld en ondanks dat het net heeft geregend is het uiterst warm en vochtig (ca 30 graden). Door de vochtigheid weigeren vele camera’s actie te ondernemen. Op het vliegveld staat onze gids (Venski) ons op te wachten om ons verder te vervoeren naar Paramaribo waar het hotel is. De duisternis doet snel zijn intrede en we zien tijdens de anderhalf uur durende busrit nog weinig van Suriname. Na het inchecken in Eco Resort (een goed en verzorgd hotel) spreken we af dat we om 21.00 uur even naar het Vat gaan om daar een djogo (Surinaams voor 1 liter Parbo bier) te kopen en het programma van de eerste paar dagen door te nemen. 

Vrijdag 10 november 2006

Na een goede nachtrust zitten we om 8.00 uur aan het ontbijt. Het ontbijtbuffet wordt gepresenteerd in een open ontbijtzaal en dit kan ook omdat de temperatuur in Suriname meer dan aangenaam is (’s avonds tussen de 25 en 30 graden en overdag zo rond de 35 graden). Om 9.00 uur komt de bus ons halen voor het bezoek aan de Prins Bernard kazerne en voor de sightseeing tour van Paramaribo. Sinds de onafhankelijkheid van 25 november 1975 is de naam van de kazerne veranderd in Memre Boekoe Kazerne Noord. Aangekomen op de kazerne is het eventjes wachten, maar al snel mogen we de kazerne betreden. De luitenant staat ons al op te wachten om de rondleiding te verzorgen. Opvallend is dat bij aankomst de oud trissers teleurstellend reageren op de staat van de gebouwen etc. omdat deze in 40 jaar behoorlijk zijn verslechterd. Het geheel geeft ook een trieste aanblik en dat de verpaupering de kazerne niet voorbij is gegaan moge duidelijk zijn. De rondleiding doet vele herinneringen ophalen. Kreten als: ‘Hier sliep ik’; ‘Daar heb ik mijn straf uitgezeten’ en ‘Daar moest je zijn in je vrije tijd’ werden vele malen herhaald. Het deed ons dan ook goed om te zien hoe onze vader genoot van alle herkenningspunten etc. Ook vele andere naaste familieleden zagen dat hun trissers vele herinneringen ophaalden. Het Surinaamse leger, wat een kleine 800 militairen telt, krijgt weinig geld om de zaak te onderhouden en mede daarom liggen de kampementen er zo troosteloos bij. Volgens velen wordt er geen geld gegeven omdat de regering angstig is dat een goed leger net als in de begin jaren tachtig (D. Bouterse cs.)een coupe zal plegen. Na het afscheid, maken we een sightseeing tour door Paramaribo en ook hier zie en hoor je de trissers hun herinneringen ophalen. Ook in de stad Paramaribo is de verpaupering toegeslagen, blijkende de staat van onderhoud van de wegen, gebouwen en huizen. Tevens maken we tijdens deze sightseeing kennis met de regels van het verkeer, wat vooral een chaotische indruk achterlaat. Paramaribo stad heeft vele overdekte markten en wij hebben een groente, vlees en kleding markt bezocht. De lokalen (ook van buiten de stad) bieden hier hun waar aan en het is een drukte van belang. We kopen wat fruit (wat voor ons als Nederlanders goedkoop is) en dat smaakt prima. Na afscheid genomen te hebben van de markt rijden we verder richting Ford Zeelandia. Dit ford, wat stamt uit de 18e eeuw, heeft voor Suriname een mindere plezierige geschiedenis opgeleverd omdat hier op 8 december 1982 de decembermoorden zijn gepleegd door de militaire militie van Desie Bouterse. Voor vele Surinamers is dit een zwarte pagina en men praat er liever ook niet over. Na dit bezoek ronden we de sightseeing tour af met een rondrit door Noord Paramaribo en dan maken we ook kennis met de rijkdom. Riante villa’s zijn hier verrezen en op de eerste dag in Suriname neem je kennis van het contrast tussen arm en rijk. 

Zaterdag 11 november 2006

We staan vroeg op, omdat we om 9.00 uur vertrekken met de bus richting Leonsberg. We reizen weer door Noord Paramaribo en zien oa de huizen van Winston Bogarde (Ajax, Nederlands elftal en Barcelona) en Desi Bouterse. Bij laatst genoemde wappert ieder de dag de paarse vlag, de vlag van de NDP(Nationale Democratische Partij) In Leonsberg aangekomen nemen we een korjaal (boot die gebouwd is van een uitgeholde boomstam) naar Nieuw Amsterdam, een dorp wat ligt aan de Suriname rivier en de Commewijne rivier en met in de verte een uitzicht op de monding van de Atlantische Oceaan. In Nieuw Amsterdam hebben we een ford/oorlogsmuseum (openlucht) bezocht. Venski vertelde over het ford wat in de tijd van de koloniën en tijdens de tweede wereld oorlog nog dienst deed. Na deze geschiedenisles zijn we verder gevaren naar het dorp “Rust en Werk’. We bevinden ons dan in het Commewijne district wat in de 18e en 19e eeuw bekend stond om haar vele koffie-, cacao- en suikerplantages. De contouren (bomen e.d.) zijn hier ook nog goed zichtbaar. Het dorp ‘Rust en Werk’ leeft nu hoofdzakelijk van de garnalenvisserij en de indringende geur van gedroogde garnalen doet ons verwelkomen.  Het leven doet armoedig aan en opvallend is dat de mensen hun eigen terrein bevuilen met afval. Dit geeft een trieste aanblik terwijl de natuur beeldschoon is. Na een wandeling door dit dorp, waar de plaatselijke jeugd ons kennis laat maken met een kaaiman (is gevangen en zal dienst doen als avondeten), gaan we verder met de korjaal naar Frederiksdorp. Dit dorp is van oorspong een koffieplantage, maar doet nu dienst als hotel/restaurant. Het geheel wordt gerund door een oud trisser, te weten de heer Ton Hagemeijer. Met steun van de overheid heeft hij hier een schitterend onderkomen gebouwd voor de toeristen. Bij de heer Hagemeijer hebben we prima gegeten en daarna zijn we teruggevaren naar de overkant naar Mariënburg. Hier hebben we de oude suikerriet fabriek gezien. Er is weinig van de fabriek over en eigenlijk is het te gevaarlijk om naar binnen te gaan. We gaan met de gids een rondleiding maken, maar we kijken zo nu en dan omhoog, bang voor de dakplaten die zo naar beneden kunnen vallen. Na ruime een uur laten we de fabriek en Mariënburg achter ons en gaan we weer naar Paramaribo. Om 20.00 uur eten we met de gehele groep bij de Koreaan, waar menigeen zich waagt aan de Koebi vis. Een vis die bekend staat om zijn stenen in zijn kop. Die dienen nl. als evenwichtsorgaan, maar de stenen worden ook verwerkt tot sieraad.

Zondag 12 november 2006

Vandaag hebben we geen programma dus tijd om het thuisfront via internet op de hoogte te houden Daarna besluiten we een rondleiding te doen bij ford Zeelandia. In een klein uur vertelt de gids ons over de geschiedenis van Suriname en de rol van het ford daarin. Ook zien we de plek waar de decembermoorden zijn gepleegd. De kogelgaten in de muren (muren zijn van schelpstenen gebouwd) zijn nog zichtbaar. ’s Middags gaan we zwemmen bij Torarica een hotel wat samen met het Eco Resort een geheel vormt.

Maandag 13 november 2006

Om 8.00 uur checken we uit omdat we voor drie dagen vertrekken naar Nickerie. Nikcerie ligt aan de westkant van Suriname en grenst aan Brits Guyana. We hebben een busrit van ca 41/2 uur voor de boeg. Als eerste maken we een stop in Groningen (district Saramaca). Hier geen studentenwoningen en De Martini toren. Nee Groningen is een uiterst kleine plaats en kent veel landbouwers. Venski leidt ons rond en we maken ook kennis met een penitaire inrichting. Een gebouw met wat golfplaten, tralies en wat deuren. Volgens de lokale politie, waar ik een gesprek mee heb, breekt er nooit iemand uit. Dat moet je dan maar aannemen, hoewel ik hier aan twijfel. We rijden door naar Totness (district Coroni), een kleine plaats waar we onze lunch eten. Opvallend is dat in deze plaats vele aanhangers zijn van de partij (NDP) van Desi Bouterse. Dit zie je omdat vele huizen paars beschildert zijn, de kleur van de NDP. Om ca 13.00 uur lokale tijd komen we aan in het district Nickerie wat bekend staat om hun vele rijstvelden. Grootste rijstboer is de heer Mangli welke beschikt over een uiterst modieuze rijstfabriek(zie 14/11/2006). Nickerie is vlak en kaal en doet mij denken aan het zuid Friese landschap. Het enige verschil is dat je in plaats van weilanden rijstvelden ziet. Om ca 15.00 uur komen we aan in Nieuw Nickerie, de tweede stad van Suriname. We hebben de rest van de dag vrij en gaan ‘s middags de stad in, maar zo druk als in Paramaribo, zo rustig is het in Nickerie.

Dinsdag 14 november 2006

Wederom vroeg opstaan (7.30 uur) omdat we gaan kennismaken met de kazerne in Nickerie, de rijstfabriek, de markt en de stad.  Voordat we vertrekken bezoeken we eerst de markt omdat deze schuin tegenover ons hotel is gelegen. Op deze markt verkoopt men hoofdzakelijk groente fruit en vis. De vis komt uit de rivier maar ook uit de moerasgebieden. Vooral de wijze waarop de vis verkocht en verwerkt wordt is een bezienswaardigheid. De keuringdienst van waren in Nederland zou in onze optiek de markt sluiten, maar de voor de Surinamers is dit normaal. Na het bezoek aan de markt nemen we de bus naar de Prinses Irene kazerne nu genaamd Prof. Dr. Ali kazerne. Hier zijn de oud- trissers een maand op bivak geweest. Hier waren ook herinneringen. De een weer meer dan de ander, maar een ieder wist waar men ’s morgens op appel moest en waar de vlag dan werd gehesen. Ook hier schreeuwde het onderkomen om onderhoudt maar het was er verder wel netjes opgeruimd. Buiten de kazerne zijn gedetineerden bezig met grote kapmessen de berm te maaien. Dit onder zware bewaking van de politie. Volgens een afgevaardigde van het leger, welke de rondleiding verzorgt, is het goed dat de gedetineerden dit doen omdat ze zich anders vervelen en toch niets doen. Na de kazerne hebben we een rijstfabriek bezocht van de heer Mangli. In een westerse fabriek met modieuze machines wordt de rijst hier aangevoerd, verwerkt en tenslotte verpakt. In een uiterst stoffige omgeving kregen we een rondleiding van ca 1 uur. Het is duidelijk dat de heer Mangli de zaken goed op orde heeft. In de middag gaan we met een klein groepje naar de Rampthal gegaan. Dit is een plaatselijke kroeg waar voornamelijk alcoholisten hun verdere leven doorbrengen. Opvallend is dat de bar hier is afgeschermd door tralies, omdat er zo nu en dan hevige vechtpartijen plaatsvinden. De kroegeigenaar was het na meerdere malen zat dat zijn verkoopwaar sneuvelde en plaatste daarom een hekwerk bovenop de bar. Tevens zijn de barkrukken in de vloer verankerd, zodat ze ook hier niet mee kunnen gooien. Daarnaast zet de kroegeigenaar op een bord aan de buitenkant de namen van wanbetalers dat volgens hem erg functioneel is. Na afscheid van deze ‘leuke’ kroeg gaan we in de namiddag/avond naar de zeedijk. (geen associatie met Amsterdam). Het doet veel denken aan de waddenkust bij Friesland. Het verschil is dat men in Suriname nog slib sleeën heeft voor de vissers. Bij ons is dit in de jaren 60 langzamerhand verdwenen. Bij de zeedijk zie je aan de overkant van de Courantje rivier Brits Guyana liggen en zo nu en dan vertrekt en komt er een korjaal met mensen die zo illegaal aan land komen. Op deze dijk is tevens een Hindoe tempel waaraan een bezoek gebracht kan worden. Een enkeling maakt hiervan gebruik.

Woensdag 15 november 2006

Deze dag staat in het teken van de terugreis naar Paramaribo. We vetrekken niet al te vroeg, maar omdat een enkeling de markt nog wil bezoeken staan we toch vroeg op. Om 10.00 uur rijden we terug. Ik bezoek niet de markt maar de Fina bank. Gisteren (dinsdag de 14e) heb ik gevraagd of ik welkom ben en dat mocht. Als bankman ben je toch geïnteresseerd in de werkwijze e.d. Hiervan heb ik in een kort tijdbestek een helder beeld gekregen, al moet ik zeggen dat het er vele handtekeningen geplaatst moeten worden voordat er iets geregeld wordt. Ook de systemen waar men mee werkt zijn beknopt en het is dan ook veel handmatig werken. Ik vind het leuk om een uurtje kennis te maken met de werkwijze bij de Fina bank en heb de directeur ook vriendelijk bedankt en uitgenodigd mocht hij eens in Nederland zijn.  Om 11.30 uur komen we aan in Wageningen. Een uitgestorven dorp/stad welke in de 60 jaren een bloeiende stad was met veel bedrijvigheid. Nu staat er een hele grote rijstfabriek er vervallen bij en is er niets te doen in Wageningen. De fabriek is failliet gegaan door vooral de onkunde van de leiding. Omdat het een staatsfabriek was waren het vooral politieke vriendjes die op deze fabriek de scepter zwaaiden met alle gevolgen van dien. De stad Wageningen ligt er verloren bij. Om 16.00 uur komen we weer aan in Eco resort waar onze koffers nog staan en we inchecken voor een nacht.

Donderdag 16 november 2006

Een vrije dag die we invullen met winkelen en terrasjes pakken in Paramaribo. We gaan eerst naar een groot winkelcentrum. We zijn echter te vroeg, vele bedrijven gaan laat ‘los’. De taxichauffeur bellen we weer op en hij zet ons af in het centrum (ook een taxi is hier goedkoop). Daar winkelen we wat en we gaan eten bij Mc Donalds. Na een week rijst, kip en vis is een big mac menu nu wel lekker. Deze dag maken we ook kennis met de afvoersystemen van de stad. Binnen afzienbare tijd staan na hevige regenval (stortbuien) de straten blank. Dit maakt de automobilisten niets uit. Ze rijden met volle vaart er door heen. Op sommige stukken staat het water wel 30 centimeter hoog (o.a. bij het gouverneursplein). We gaan na het avondeten vroeg op bed omdat we om 8.00 uur morgenochtend vertrekken naar Albina.

Vrijdag 17 november 2006

Vandaag wachtte ons een lange busrit over 170 km over uiterst slechte wegen naar Albina, een plaats aan de Oostkust van Suriname. Ook hebben we een kokkin mee nl. Wanna (ook een gids en collega van Venski). Na een half uur krijgen we te maken met het slechte wegdek en met enige regelmaat komen we los van de zitting. We maken een tussenstop bij een plek waar in 1986 erg gevochten is tussen rebel Ronny Brunswijk en toenmalig legerleider Desi Bouterse. Het is niet verwonderlijk dat de strijd toen hevig was, omdat het richting Albina redelijk tot zeer dicht bebost is en dan zijn de lokalen (lees Brunswijk en zijn mannen)in hun voordeel. Na ca 4,5 uur komen we aan in Albina waar we als eerste een bezoek brengen aan de kazerne. Ook hier hebben de trissers destijds een maand gebivakkeerd. Bij de trissers komen herinneringen boven. Bij de een wel wat meer dan de ander. Het kampement ligt er troosteloos bij. Toch is men hier wat bezig met onderhoudt, maar het beeld van de kampementen in Suriname is over het algemeen armlastig. We bedanken voor de gastvrijheid (en het maken van foto’s) en we gaan verder richting de rivier om met de pijaka (indiaanse boot) onze reis te vervolgen naar Galibi. Deze plek kun je alleen bezoeken per boot. Er zijn geen wegen naar dit uiterst oostelijk deel van Suriname. We lopen vertraging op van een klein uur(benzine voor de boot was op en niet voorradig in Albina) maar dan vertrekken we naar Galibi. Een prachtige over de Suriname rivier met mooie vergezichten. Na ruim 45 minuten naderen we het open water (de Atlantische Oceaan en het boegwater vliegt met enige regelmaat in de boot. Het is gelukkig warm, dus je droogt snel op. Na 1 ½ uur varen komen we aan in het indianendorp. We gaan ons opmaken voor de avondwandeling en nachtrust in lodges. De indianen die in deze dorpen wonen en  leven uiterst primitief. Men leeft hoofdzakelijk van de visvangst welke veelal verkocht wordt aan de overkant van de rivier, Frans Guyana. Ik ga eerst de boel verkennen en ik ga zwemmen in de monding van de Atlantische Oceaan. Daarna verzorgt Venski een rondleiding door het dorp met een 1000 tal inwoners welke allemaal in hutjes leven. Om 23.00 uur gaat de aggregaat in het dorp uit en is het aarde nacht. Tijd om naar bed te gaan. Er is geen airco en daardoor is het moeilijk om de slaap te vatten.

Zaterdag 18 november 2006

Om 6.00 uur zijn de meeste mensen al wakker vanwege de warmte. Na een douche, wat je overigens doet met een tuinslang en/of heel lang wachten of er ook werkelijk water komt, gaan we om 10.00 uur terug naar Albina waar ons de terugreis naar Paramaribo weer staat te wachten. Voordat we terug rijden worden we door de bootsman overgezet naar Frans Guyana. Hier lopen we 1½ uur rond. Als eerste bezoeken een zware Franse gevangenis, bekend van onder andere de film Papillon. Het is nu een soort open museum en de contouren van deze zware gevangenis (gesloten in 1940) zijn nog zichtbaar. Dat bijna niemand wist te ontsnappen was gelet op de gebouwen welk begrijpelijk. Frans Guyana is uiterst westers en het is een schril contrast met de overkant (Suriname). Opvallend is dat veel Surinamers hier hun koopwaar (vooral groente en fruit) verkopen en hier ook behoorlijk aan verdienen. Dit omdat de prijzen in Frans Guyana westers zijn. Na 1½ uur gaan we weer terug naar de overkant de bus in en naar Paramaribo. We stoppen nog wel even in Moengo, de woonplaats van rebellenleider Brunswijk. Moengo staat nu bekend om zijn bauxiet. Bauxiet wordt verwerkt tot aluminium. Bauxiet is in 1915 in Suriname Guyana is uiterst westers en het is een schril contrast met de overkant (Suriname). Opvallend is dat veel Surinamers hier hun koopwaar (vooral groente en fruit) verkopen en hier ook behoorlijk aan verdienen. Dit omdat de prijzen in Frans Guyana westers zijn. Na 1½ uur gaan we weer terug naar de overkant de bus in en naar Paramaribo. We stoppen nog wel even in Moengo, de woonplaats van rebellenleider Brunswijk. Moengo staat nu bekend om zijn bauxiet. Bauxiet wordt verwerkt tot aluminium. Bauxiet is in 1915 in Suriname ontdekt en nu denkt men ook dat in West Suriname bauxiet ligt. Het land Suriname profiteert overigens maar weinig van deze delfstof.  Suralco en Billicon (Amerikaanse bedrijven) verwerken het tot aluminium (aluinaarde). Na deze laatste tussenstop rijden we door naar ons hotel Eco resort. We blijven nu twee nachten en we gaan de komende week de binnenlanden bezoeken.

Zondag 19 november 2006

De zondagen in Suriname zijn familiedagen. Er is weinig te doen in de stad. Aan de waterkant is het gezellig druk. Een djogo is bij een temperatuur van 35 graden Celsius de beste oplossing. Ook bezoeken we de ‘Nickerie’. Deze oude patrouilleboot deed in de jaren zestig dienst als vervoermiddel voor de trissers. Als we op de boot staan komen er enkele herinneringen bij onze vader naar boven. De boot verkeert net als de kampementen in een matige tot slechte staat van onderhoud. Volgens enkele andere trissers vaart hij nog wel, maar dat hebben wij nog niet gezien. Bij de aanlegsteiger van deze boot is ook een souvenirwinkel gevestigd en hier maken we voor het thuisfront van gebruik (ketting, oorbellen).

Maandag 20 november 2006

We vertrekken met de groep naar de binnenlanden. De eerste dag bezoeken we Overbridge, tweede dag Brownsberg en derde en vierde dag Jaw Jaw. De vijfde dag gaan we weer terug. Het moment is ook aangebroken om de malariatabletten te slikken. Voor één echtpaar is de reis te zwaar (Dick en Patty). Patty heeft zich voor de reis geblesseerd aan haar knie. Lopen gaat nu moeilijk, dus dan maar vliegen. Om 9.00 uur gaan we vertrekken. Na een half uur rijden hebben we de stad achter ons gelaten en stoppen we als eerste bij het voetbalstadion van Clarence Seedorf. Dit stadion ligt er prima bij en wordt door Seedorf zelf onderhouden (tenminste ik neem aan dat hij de onderhoudskosten betaald). Het stadion doet niet wekelijks dienst als voetbalstadion voor de plaatselijke club, maar is meer gebouwd voor kans arme jongeren die zo nu en dan hier een partijtje voetbal kunnen afwerken. Na dit stadion van buiten te hebben aanschouwd gaan we verder naar Overbridge met een tussenstop in Paranam. Hier is gevestigd de aluminiumfabriek van Suralco. Vele Surinamers, maar ook vele Amerikanen verdienen hier dagelijks hun kost. Het is een komen en gaan van vrachtwagens met bauxiet. Hier begint onze tocht ook over de bauxietwegen (rood/oranje) wat letterlijk veel stof doet opwaaien.  Om 11.00/11.30 uur komen we aan  in Overbridge River Resort. Een paradijselijk recreatieoord dat doet denken aan een Caribisch beach resort maar dan omringd door het haast mysterieuze en ondoordringbare Amazone oerwoud met woudreuzen, lianen, palmen en de alles overschaduwende majestueuze kankantrie’s. De oorspronkelijke bewoners van dit continent, de Indianen en de Marrons zijn nog een toonbeeld van het primitieve leven van eeuwen her. Zij leven hier aan de oevers van de machtige Suriname rivier met haar zandbanken, eilanden en rotsen. Kortom een stukje paradijs op aarde. We zwemmen binnen een afgezet (met stalen netten) gedeelte. Dit omdat er veel piranha’s zich in dit water schuilhouden. Dat dit geen overbodige luxe is, blijkt later op de middag. Na een frisse duik gaan we met een soort (vierkante) catamaran de Suriname rivier op, om een jodensavanne te bezoeken. Op deze savanna zijn nog delen van de synagoge, de begraafplaats en de restanten van de plantage hutten nog zichtbaar. Tot 1845 (jaar van afschaffing van de slavernij) hadden ) vnl. Portugese) joden hier suikerrietplantages. Met veel historische kennis op zak gaan we terug naar Overbridge. Weer terug in Overbridge besluiten we om te gaan vissen op piranha’s. We hebben 6 gevangen. We vissen met steak en kippenvlees. Een plaatselijke visser leert ons hoe je een piranha van de haak moet halen. Dat er veel van deze vissoort in het water zit is duidelijk. Het aas ligt nog niet in het water of de vissen vreten het direct op. Voordat we gaan slapen gaan we ook nog op jacht naar kaaimannen. We zien één liggen in het water. Door met de zaklantaarn op het water te schijnen lichten de ogen van de kaaiman rood op. Het zijn net kralen Morgenvroeg gaan we om 6.00 uur een ochtendwandeling maken in de bossen rondom Overbridge.

Dinsdag 21 november 2006

We vertrekken vandaag naar Brownsberg en laten het paradijselijke oord Overbridge achter ons. Een rit van ruim 1 uur. Als eerste stoppen we bij de Prinses Marijke Kazerne. Deze ligt halverwege de Brownsberg en heeft nu geen naam meer. Er is niets meer van over, dan alleen een grote funderingsplaat. Wel is men bezig om de zaak te herbouwen. Opvallend genoeg hebben veel trissers hier nog vele herinneringen. Vooral het spoor wat nu niet meer functioneert en waarvan de rails volledig door de natuur is overwoekerd geeft herinneringen. Na dit korte bezoek vervolgen we onze weg naar de top van de Brownsberg. Met stijgingspercentages van rond de 20 tot 30 % komen we op het juiste moment aan. We worden nl. verwelkomd door een grote groep brulapen. Met zijn tienen zijn ze aan het slingeren. Een beter welkom kun je dan ook niet wensen. Nadat de apen verder het bos intrekken, zoeken wij onze slaapkamer op. We slapen in één groot huis met de gehele groep. De Brownsberg heeft een uitzicht op het Brokopondomeer, een stuwmeer wat in de begin jaren zestig is aangelegd om voornamelijk Suralco van energie te voorzien. Voor de jaren zestig waren in het dal 27 dorpen gevestigd welke niet geheel vrijwillig zijn verplaatst. Hoewel dit een triest onderdeel van de geschiedenis van Suriname is, is uitzicht magnifiek. Vele trissers zijn vroeger over het Brokopondo meer gevaren, maar toen waren er nog vele boomtoppen. Nu steken er hoofdzakelijk boomstammen uit het water. In de middag lopen we naar de Irene waterval. Een looptocht van 2 uur door het oerwoud, met vele klimmetjes en afdalingen. Voor een enkeling is het een zware tocht maar gelukkig heeft (op een na)een ieder deze wandeling volbracht. Bij terugkomst horen we dat de aggregaat is stukgegaan door de bliksem die een dag eerder heeft toegeslagen. Met kaarslicht brengen we de avond door.

Woensdag 22 november 2006

Om 7.00 uur worden we gewekt door het brullen van de brulapen, die hun territorium op deze wijze afbakenen. In het Brokopondo gebied zitten ongeveer 10 tot 15 groepen, dus het is een enorm lawaai. Na het ontbijt gaat onze kok de middaglunch klaarmaken. Om 10.00 uur vertrekken we, maar de accu van de bus is leeg. Hier krijgen wij Nederlanders les in het aanslepen van een bus. De bus wordt in zijn achteruit aangesleept. De rit voor vandaag is naar Atjoni. Vanuit Atjoni gaan we met een korjaal naar het diepe binnenland, nl. naar het marron dorp Jaw Jaw. Al deze dorpen aan de boven Suriname rivier zijn  enkel en alleen maar te bereiken met een korjaal. Het is een boottocht van 45 minuten over een rivier vol met rotsen en zandbanken met een schitterende omgeving (oerwoud). Hoe verder we het binnenland ingaan des te primitiever het leven is. Aan de oevers van de rivier zie je kinderen spelen en de vrouwen doen de was en afwas in de rivier. De mannen zie je nauwelijks en zijn veelal aan het werk in de grotere plaatsen als Paramaribo etc….  We maken wat foto’s en filmen wat, maar dat wordt niet enthousiast begroet. We besluiten hier rekening mee te houden. Eenmaal in Jaw Jaw nemen we onze intrek in een blokhut. De blokhutten zijn afgescheiden van het dorp. Jaw Jaw is net als vele andere binnenlandse dorpen getroffen door de overstroming in maart. Het water stond vanaf de grond tot ca 2 meter hoog. Ten opzichte van de huidige waterstand betekent dit dus dat het water in de rivier ruim 5 meter hoger heeft gestaan dan nu het geval is. Jaw Jaw ligt ca 3 meter hoger dan de rivier.  In de middag hebben we wat gezwommen in de rivier wat bij deze warmte een aangename verkoeling brengt.

Donderdag 23 november 2006

We staan vroeg op. Deels komt dat door we vroeg naar bed gaan, maar grotendeels door de warmte. Na een goed ontbijt, maken we een rondwandeling door het dorp. We maken kennis met het uiterst primitieve bestaan van de mensen. In kleine hutjes leven grote gezinnen. De kinderen zijn al vroeg onderweg naar school (van 8.00 uur tot 13.00 uur gaan de kinderen in schooluniform naar school in Suriname)en de vrouwen gaan weer de dagelijkse dingen doen. Wassen, afwassen, vissen en zichzelf baden in de rivier. We komen dan ook vele dames tegen die hun was e.d. op het hoofd dragen zodat ze de handen ook nog vrij hebben om hun spullen te vervoeren. De rondwandeling eindigt bij de school. Deze school heeft een speciale plek bij onze tourbegeleider Pieter Nijdam. Na zijn bezoek in 2003 heeft Jaw Jaw zijn hart gestolen en nu heeft Pieter met een aantal andere oud trissers een stichting opgericht om de school te ondersteunen. Dit is nodig want de overheid doet weinig tot niets. Dit jaar wou Pieter lesmateriaal (zoals schriften e.d.) kopen, maar omdat men bezig is om een bibliotheek te bouwen en in te richten wordt hiervoor geld ter beschikking gesteld. De bibliotheek moet leiden tot een leescultuur. Dit alles wordt opgezet en aangestuurd door een Eindhovense die hiervoor onbetaald verlof heeft opgenomen. In de verzameling boeken zitten zelfs nog Friese boeken welke wellicht vanuit Friesland zijn geschonken. Deze taal spreekt en leest men niet. Ik ben dan ook blij dat ik ze mee mag nemen. Je moet het zien als omgekeerde ontwikkelingshulp. In de middag gaan we met de boot de rivier verder op en bezoeken een ander dorp. Hier gelooft men veel in geesten. Het is erg rustig en het is veel kleiner dan Jaw Jaw. Eenmaal terug in Jaw Jaw staat ons een heerlijke maaltijd te wachten0. ’s Avonds worden we getrakteerd op live muziek door de plaatselijke bevolking. Stevige muziek met veel gevoel voor ritme. Aan het einde van de avond heeft Venski geregeld dat we op kaaimannen jacht kunnen gaan met de bootsman. De jongere garde van onze ploeg en Paul durven dit avontuur aan. Het is aarde nacht en we zien geen hand voor ogen. De bootsman ziet waarschijnlijk veel meer. Met volle vaart varen  wij de rivier op, die vanmiddag nog vol lag met rotsen en zandbanken. We zingen ons moed in en dat blijkt te helpen (tekst: ‘we zijn niet bang’ tekstschrijver: Paul Stoelinga) Door met de zaklantaarn over het wateroppervlak te schijnen zie je de ogen van kaaimannen rood oplichten. We zien vele kaaimannen in het water liggen en een enkeling op de kant. Het is een mooie afsluiting van de reis naar het binnenland. Een boottocht om niet snel te vergeten. 

Vrijdag 24 november 2006

We verlaten Jaw Jaw en beginnen ons te realiseren dat de reis bijna ten einde is. Aangekomen in Atjoni is het weer een drukte van belang. Mensen die naar het binnenland willen en mensen die er vandaan komen. Vele goederen waaronder ook aggregaten moeten in een korjaal. Dit zijn beelden die je alleen van de televisie kent en nu in het echt waarneemt. De busreis verloopt voorspoedig en na een reis van ruim 6 uur komen we aan in het Eco Resort waar we ons voor het laatst inchecken.

Zaterdag 25 november 2006

Het officiële programma van de reis zit erop, maar omdat het vandaag onafhankelijkheidsdag is (te vergelijke met koninginnedag in Nederland) is de reis verlengd (dit t.o.v. de trips in 2004 en 2005). In plaats dat we vandaag met het vliegtuig naar huis vertrekken doen we dit dinsdag as. We hebben wel met Pieter Nijdam nog een tweetal activiteiten georganiseerd, te weten; fietsen op zondag en maandag een bezoek aan de kazerne te Zanderij. Vandaag dus onafhankelijkheidsdag. Iedereen is vrij en viert feest. Er is ook een soort vrijmarkt. Er wordt hoofdzakelijk eten en sieraden verkocht. Om 11.00 uur start de militaire parade (een optocht). Naast het leger van Suriname doen ook de korpsen van de Nederlandse mariniers (houden oefening in Suriname) en het Franse leger mee. In de optocht lopen ook alle politiekorpsen, brandweer en padvinders van Suriname mee. In onze optiek ontbreken alleen de postbodes nog. Er hang een gezellige sfeer en we besluiten daar van te gaan genieten. 

Zondag 26 november 2006

Wederom er weer vroeg uit, want om 9.00 uur gaan we fietsen. Wij zijn met zijn zevenen en fietsen eerst door de stad en dan met een korjaal naar de overkant, naar Meerzorg. Aangekomen bij de korjaal zegt de bootsman dat we twee korjalen moeten hebben omdat de fietsen er niet op passen. Nou dat hebben wij de bootsman even duidelijk gemaakt. De bootsman wou natuurlijk dat er twee boten naar de overkant voeren. Er konden wel 15 fietsen en passagiers op. Vanuit Meerzorg fietsten we verder naar de Peperpot. Dit is een cacao plantage. We bezoeken hier het voorhuis en de cacaofabriek. De fabriek wordt in ere hersteld, maar gelet op de te verrichten werkzaamheden zal dit nog wel een poosje duren. Het landhuis is oud en vervallen en niet meer te betreden. Vorig jaar is Pieter Nijdam er nog met een groep in geweest, maar dat was toen al gevaarlijk omdat men op de verdieping door de vloer zakte. Het landhuis doet denken aan de landhuizen uit de televisieserie North en South. Vanuit de Peperpot zijn we verder gefietst over een pad door de oude plantage. Het is nu een bos geworden, maar de cacaobomen zijn er nog steeds en in overvloed. We komen een grote groep apen tegen en zien vele (grote) hagedissen. We fietsen door tot aan Voorbrug (een plaatsje aangrenzend aan Nieuw Amsterdam). Daar gaan we met de boot de rivier weer over naar Leonsberg. Vanuit hier is het nog een half uurtje fietsen naar het hotel.Als we aankomen, nemen we eerst een douche en gaan de rest van de dag wat rondhangen langs de waterkant. 

Maandag 28 november 2006

Op deze laatste dag bezoeken we het kampement van Zanderij. Hier verbleven de trissers drie maanden en kregen hier hun opleiding. Vanuit Paramaribo is Zanderij een ruim uur rijden. Aangekomen op het kampement staat de sergeant al op ons te wachten om de rondleiding te verzorgen. Persoonlijk vind ik het kampement te Zanderij, vroeger genaamd Prinses Beatrix kazerne en nu Avoko kazerne, het meest onderhouden kampement. Het kampement ligt aan de cola kreek, een kleine beek, waarvan het water de kleur van cola heeft. Vroeger zwommen de trissers in deze beek en nu zwemmen de Surinaamse soldaten en de lokale bevolking er in. Het bezoek duurt niet lang. Alle trissers komen nog op de foto. Eenmaal terug in Paramaribo besluiten we om te gaan zwemmen in het zwembad bij Torarica.  

Dinsdag 28 november 2006

De dag van vertrek, maar voordat we vertrekken snel nog wat spullen kopen in de stad om mee te nemen naar huis. Om 15.00 uur vertrekt de bus en om 20.00 uur (0.00 Nederlandse tijd)vertrekken/vliegen we richting Nederland. De reis is nu 45 minuten korter dan de heenreis. Op woensdag 29 november 2006 om 8.15 uur landen we veilig. Er zijn vele strenge controles en om 11.00 uur kunnen we onze familie begroeten.

Het is een reis die we niet snel zullen vergeten. Suriname is een schitterend land en nog zeker de moeite waard om nog eens te bezoeken. Verder was de verzorging uitstekend en was alles prima geregeld. Vooral goede maar ook leuke gidsen hebben ons de drie weken vermaakt en ze waren niet te beroerd om buiten werktijden ook activiteiten te ontplooien. Verder hoop ik dat Pieter Nijdam de organisatie nog jarenlang mag houden zouden nog vele trissers kunnen genieten van deze reis.

 

 

Paramaribo deze week.

Vaak vragen mensen me om uit te leggen hoe het in hemelsnaam mogelijk is om een kerstsfeer te creëren in een tropisch land als Suriname. Met kerst hoort het immers koud te zijn. Maar voor mij is kerst allang niet meer de koude winter met sneeuwvlokken en schaatsen. Ook al klinkt in alle winkels in Paramaribo het I am dreaming of a white Chrismas , de letterlijke betekenis stoort niemand en massaal zingen de Surinamers het lied mee in een land waar nooit een sneeuwvlok zal vallen.

Maar wat is kerst dan wel in Suriname? Allereerst zijn er de lichtjes die rondom ieder huis gedrapeerd worden. Soms is het erg bombastisch, met lichtgevende herten of zingende kerstmannen en glimmende kerstballen. Het is een wonder dat er nooit een officiële wedstrijd is gehouden voor het mooist versierde huis, want Surinamers zijn sterren in het uitdossen van hun woonplek. Al jarenlang is het huis van de bekende zakenman Dhilip Sardjoe een nationale attractie. De miljonair, wiens vrouw en kinderen alleen met politiebescherming op straat komen nadat een aanslag mevrouw Sardjoe drie vingers kostte, komt er met kerst rond voor uit dat hij een van de rijkste mannen van Suriname is. Zowel zijn huis als de enorme tuin en het voetbalveld voor zijn huis staan in de december letterlijk en figuurlijk in de spotlights. Duizenden lichtjes en honderden lichtgevende kerstmannen, engelen en rendieren zijn kolossaal opgesteld op het veld voor Sardjoe's huis. Het lijkt Disney World in het klein wel. Weken voorafgaand aan de kerstdagen staan er al rijen met auto's en mensen die een kijkje komen nemen. Een paar kilometer voor Mon Plaisir, de rijkeluis buurt van de stad, beginnen de rijen al. Ik herinner me een gesprek met Sardjoe een paar weken geleden. ,,Ik zie mezelf als weldoener voor de armen. Kijk naar het publiek dat naar mijn huis komt. Kunnen die mensen zelf kerstversiering kopen? Nee toch! Met mijn huis en versiering bied ik een attractie die uniek is in Suriname."

 

Mensen kunnen gratis en voor niets een beetje genieten van de kerstsfeer, benadrukt Sardjoe, van de lichtjes en de muziek, ouderwetse kerstliedjes gespeeld door een bandje. Omaatjes kijken verrukt naar de lichtgevende dieren. ,,Het moet wel een hoop geld kosten", zegt er een. ,,Ik denk wel een paar duizend dollar", antwoordt de ander. Kinderen spelen op het veld en zingen mee met de muziekmakende, opgezette kerstman. Of ze thuis ook kerstverlichting hebben? ,,Alleen een ster en een paar ballen. Geld voor een kerstboom was er dit jaar niet." Maar hun vader heeft beloofd dat ze met de kerst in elk geval twee keer naar Sardjoe's huis mogen. Aan het einde van de avond komt dan eindelijk de goeroe zelf naar buiten. Tevreden kijkt hij naar de ruim vijftig mensen die op zijn terrein wandelen en de auto's die in colonne langs de versierde beelden rijden. ,,Ik ben een gelukkig man. Dat ik dit kan terugdoen voor de Surinamers. Men verwijt me dat ik met geld smijt. Maar kijk hoe gelukkig deze mensen zijn? Je ziet het, een mooiere kerst had ik ze niet kunnen geven." Een gezin staart naar een fluorescerend hert, waaruit het liedje 'I wish you a merry Chrismas" komt. Nee, thuis wordt kerst nauwelijks gevierd. Belangrijkste redenen zijn de vele prijsstijgingen voor levensmiddelen en benzine. ,,En eerlijk gezegd vind ik deze versieringen zonde van het geld" , zegt een man. Als hij dan toch geld moet uitgeven, spendeert hij het liever aan eten voor arme mensen. ,,Het is leuk om al deze glitter en glamour te zien, maar hoe kan je er van genieten als je maag niet gevuld is?"

Door Nina Jurna (GPD)

 

 

 

 

 

Jaw Jaw Nieuws

Beste lezer,

Zoals beloofd, zouden wij u op de hoogte houden van de vorderingen van het Jepi Pater Voorbraakschool Jaw Jaw project.

In november ben ik weer met een leuke groep ex trissers naar Suriname geweest. De groep bestond dit keer uit 15 personen. En zoals gewoonlijk zijn we tijdens de Tris special ook naar het dorpje Jaw Jaw geweest.

Wij, als ex trissers hebben de school daar geadopteerd, zoals u wel zal weten.

Het dorp heeft behoorlijk te lijden gehad van de hoge waterstand. Het eilandje waar we in november 2005 met 36 personen verbleven, was helemaal overspoeld en alle onderkomens waren verdwenen. Alleen de zware betonplaten die als vloer dienst deden, hadden de watersnoodramp overleefd.

Personen die Jaw Jaw zelf bezocht hebben weten hoe hoog het dorp boven de rivier ligt. Toch heeft het water het dorp grotendeels onder water gezet.

(Op een gegeven moment heeft het water meer dan 6 meter hoger gestaan. Dat is ongeveer gelijk aan twee normale verdiepingen van een flatgebouw)


De huizen hebben veel water schade opgelopen. De huisjes waar we in sliepen, zijn tot en met de eerste verdieping onder water komen te staan. Veel huisraad is weggespoeld of vernietigd. Ook bij de kerk en het belhuisje stond het water hoog.

Merktekens op de huizen, die aangeven hoe hoog het water die rampzalige nacht is gestegen.

Ook andere woningen in het dorp hebben erg geleden en men kon met bootjes door het dorp varen. Wat de hoger gelegen school betreft, achter in het dorp, daar is het naar omstandigheden redelijk goed gegaan. Het water heeft op die plek "maar" tot aan de enkels gestaan.....

De school hadden we al in maart geadopteerd, voor de overstroming dus. De reden hiervoor was dat er veel aan de school moet gebeuren, om de kinderen daar een goede kans te geven. We zouden dan ook nu terplekke bekijken wat noodzakelijk was en waar we konden helpen.

De school telt ongeveer twee honderd kinderen. Deze komen voor een groot deel uit de omliggende dorpen. Jonge kinderen moeten vaak kilometers afleggen om de school te kunnen bezoeken.

Het is daarom ook een waar genoegen om de discipline te ervaren. Elke dag voor dat de lessen beginnen, verzamelen de kinderen zich voor de school. Netjes in rijen van klein naar groot. Je kunt een speld horen vallen, zo gedisciplineerd. Dit zijn kinderen die echt willen leren.

De school heeft buiten de eerste 6 basis klassen ook nog twee kleuter klassen.

Het voordeel van dit project is dat de gidsen van Sun & Forest regelmatig met toeristen het dorp bezoeken en dat ik zelf twee maal per jaar met groepen trissers daar kom. Hierdoor kunnen we de vorderingen zelf zien en controleren. Ook aan de school zal nog het nodige gedaan moeten worden. De wil is er alleen nog de materialen.

Laten wij daarbij helpen.

Op de school was een Nederlandse vrijwilligster Mevrouw Erna Hulsenboom bezig een bibliotheek op te zetten. De aanwezige boeken werden door haar gecatalogiseerd en klaar gemaakt voor het gebruik. Het probleem is echter dat de boeken in het magazijntje van de school stonden. Een beetje verstopt als het ware, zoals op de foto is te zien. Dit nodigt niet echt uit om boeken te lezen en in te kijken.

Er was echter bij de school wel een gebouwtje dat niet gebruikt werd. Hier had Erna haar oog al op laten vallen, maar er moest veel gedaan worden om het voor het beoogde doel bruikbaar te maken. De dichtstbijzijnde bibliotheek ligt op ongeveer 200 kilometer afstand.

 

Er valt nog veel aan op te knappen, maar het begin is er.

Wij zagen dus direct de noodzaak van een eigen ruimte in. Wij hebben na overleg besloten, om het restaureren van het gebouw op ons te nemen. Wij zouden voor alle bouwmaterialen zorgen en de plaatselijke aannemer en de bevolking zou het werk kosteloos uit voeren. Ook de leestafel zal door de bevolking zelf gemaakt worden. Vaak is een zetje in de goede richting genoeg om veel te bereiken.

 

Samen met het schoolhoofd hebben wij meteen een deel van het materiaal aangeschaft, dat nodig was om het gebouwtje te restaureren.

Het is de bedoeling dat er drie boeken kasten komen twee leestafels en een bureau voor de bibliothecaresse. De leerlingen zullen een geringe eigen bijdrage geven voor het lidmaatschap van de bibliotheek. Ook de ouderen kunnen lid worden. De wil om vooruit te komen is er en de motivatie is groot.

Tijdens de Nederlandse lessen wordt ook aandacht aan de bibliotheek geschonken. Men zal lees groepjes creëren en van gelezen boeken zullen de kinderen tijdens de Nederlandse les spreekbeurten houden en of samenvattingen schrijven. Tevens zal het begrijpelijk lezen gestimuleerd worden. Er moet echter nog veel meer gedaan moeten worden en daar is uiteraard geld voor nodig.

 

Hier doen wij het voor, de toekomst van deze kinderen

 
Het is ook de bedoeling dat kinderen uit klas 5 en 6 gaan corresponderen met kinderen in Nederland
van groep 7 en 8. Hiervoor zijn in Nederland bij mij de omliggende dorpen en scholen al benaderd.
En ook zij zullen met acties proberen een bijdrage te leveren aan het wel slagen

   van het project Jepi Pater Voorbraakschool Jaw Jaw.

Zij hebben uw steun nodig

postbank 1398353 t.n.v. P.Nijdam ondervermelding van School Jaw Jaw

laat hen niet in de steek en stort op giro 1398353

 

 

Oproep van de redactie.

 

Hoe is het toch met iedereen gegaan na de dienst(plicht) in Suriname.

Is deze periode van je leven van invloed geweest op de jaren erna?

Het zou leuk zijn om dit soort verhalen van elkaar te kunnen lezen in een van de volgende koeriers.

 Stuur je verhalen naar koerier@tris.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto's  Bertien

 

 

 

De Volgende Tris-Koerier

Ex-Trissers maken hun eigen krant, de huidige redactie wacht op nieuwe verslagen of wat u kwijt wil. De komende Tris-Koerier wordt in April 2007 verwacht.  Uiteraard komen wij dan terug op de ophanden zijnde reünie wij hopen dan de vragen te kunnen beantwoorden, die we aan de organisatie gesteld hebben; of de reünie alleen voor Triskontaktleden toegankelijk is!!

Het ligt in de planning om de Tris-Koerier 4 maal per jaar uit te laten komen. Mochten er belangrijke zaken zijn die we u niet willen onthouden, dan informeren we u middels een nieuwsbrief.

Wij hebben uiteraard alles zo zorgvuldig mogelijk uitgewerkt en de onderwerpen wat moeten aanpassen.

Omdat het een blad is van en voor ex-trissers kunt u er dus van alles in kwijt en schroom dus niet, stuur alles op wat  je kwijt wilt.

Heeft u nog vragen of opmerkingen dan horen we dat graag.

de Redactie:

 

 

EINDE

 

 

 

ugg ale canada goose suomi moncler sale canada goose takki barbour takki moncler takki timberland suomi canada goose sale parajumpers takit canada goose trillium barbour tikkitakki canada goose ale barbour jacket parajumpers long bear moncler untuvatakki parajumpers takki
levitra kaufen kamagra bestellen levitra generika cialis kaufen cialis generika viagra kaufen